Trouwlied

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Trouwlied (Treuelied in het Duits) is de gebruikelijke naam van het volks- en studentenlied Wenn alle untreu werden uit 1814 van de dichter Max von Schenckendorf. Het ontstond in de tijd van de Napoleontische oorlogen en de onderdrukking van het oplevende Duitse nationalisme door Frankrijk.

Na de Eerste Wereldoorlog kreeg dit lied weer grotere symboolwaarde bij nationalistische groeperingen en werd dan ook door de nazi's overgenomen. De SS koos het lied als haar favoriete hymne. Naast het Horst Wessellied was het een van de populairste liederen onder SS'ers. Het werd vaak gezongen aan het eind van hun vriendschappelijke en officiële bijeenkomsten en kreeg zo bijna de status van SS-volkslied. Ook verscheen het in verscheidene zangbundels van de Hitlerjugend. In tegenstelling tot bijvoorbeeld het Horst Wessellied is het Trouwlied niet verboden in Duitsland.[1]

Wilhelmus[bewerken]

Het trouwlied wordt gewoonlijk met een eigen melodie gezongen. Er bestaat echter ook een versie met de melodie van het Wilhelmus die in 1923 voor het eerst gebruikt is. De Duitse zanger Heino heeft in de jaren 80 het trouwlied met de melodie van het Wilhelmus opgenomen.[2]

Tekst[bewerken]

De Duitse versie van het Treuelied werd ook in het Nederlands vertaald als Trouwlied:

Duitse tekst
Wenn alle untreu werden,
So bleiben wir doch treu,
Dass immer noch auf Erden
Für euch ein Fähnlein sei.
Gefährten unsrer Jugend,
Ihr Bilder besserer Zeit,
Die uns zu Männertugend
Und Liebestod geweiht.

Wollt nimmer von uns weichen,
Uns immer nahe sein,
Treu wie die deutschen Eichen,
Wie Mond und Sonnenschein!
Einst wird es wieder helle
In aller Brüder Sinn,
Sie kehren zu der Quelle
In Lieb und Treue hin.

Ihr Sterne seid uns Zeugen,
Die ruhig niederschaun,
Wenn alle Brüder schweigen
Und falschen Götzen traun.
Wir woll'n Wort nicht brechen
Nicht Buben werden gleich,
Woll'n predigen und sprechen
Vom heil'gen deutschen Reich!

Nederlandse tekst
Waar allen trouwloos falen,
Daar blijven wij getrouw;
Dat steeds op eigen aarde
Uw vaandel wapperen zou;
Gezichten fier en jeugdig,
Gij beelden uit de tijd;
Hebt onze mannenharten
Tot liefdedood gewijd.

Wil nimmer van ons wijken,
Wil altijd bij ons zijn;
Trouw als oude eiken
Als maan en zonneschijn;
Eens daagt voor elke broeder,
Het licht in zijn gemoed;
Wij keren tot de moeder
Die liefd’ en trouwe hoedt.

Gij sterren zijt getuigen,
Die stil ons gadeslaan;
Als alle broeders zwijgen
Naar valse goden gaan;
Wij willen ‘t woord niet breken
Niet wijken in ‘t gevecht;
Wij prediken en spreken
Van strijd om erf en echt!

Externe link[bewerken]