Twang (muziekstijl)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Twang is de duiding voor een aantal subgenres binnen de countrymuziek, waarin invloeden uit onder meer rootsrock, bluegrass, rock-'n-roll, rockabilly, honky-tonk, folk, Americana, gypsy, blues of zelfs punkrock geïncorporeerd worden.

Geschiedenis[bewerken | brontekst bewerken]

Twang kan refereren aan verschillende ideeën. In de breedste betekenis is het toepasbaar op elke muzikant die een type van country brengt die afwijkt van de heersende tendens. Vanuit dit oogpunt was de Bakersfield-sound alternatief in de jaren 50 en de "Lubbock-sound" uit Texas in de jaren 60, toen de Nashville-sound domineerde.

Vanaf de jaren 90 representeerde twang groepen of muzikanten, die zich met een lo-fi-sound buiten de traditionele industrie of de mainstream country plaatsten. De traditionele regels van de countrymuziek werden omgebogen vanuit een punk- en rock-'n-roll-esthetiek.

Enkele voorbeelden van twang zijn Gram Parsons, Jason and the Scorchers, Steve Earle, Ryan Adams, Neil Young, 16 Horsepower, Wilco en Mt. Desolation.

Voor België gelden voorbeelden als Bobbejaan en Roland Van Campenhout in de folk- of de jazzy-bluesrichting.

Zangtechniek[bewerken | brontekst bewerken]

Twang is ook een techniek bij stemgebruik waarbij de ruimte net boven het strottenhoofd nauwer gemaakt wordt. Dit heeft tot gevolg dat de (zang)stem wat luider wordt, en bij sterke toepassing de klankkleur verandert; de stem wordt scherper. Veel countryzangers maken gebruik van een hoge mate van twang, waardoor er een (sub)genre twang naar genoemd is. Het typische geluid van het gebruik van veel twang wordt veelal omschreven als 'miauwen', het kwaken van een eend of het lachen van een heks.