UNIVAC

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Remington Rand UNIVAC

UNIVAC was een computermerk uit de Verenigde Staten. Het was de zakelijke computerdivisie van Remington Rand en werd in 1950 opgericht. Men maakte vooral grote mainframecomputers.

In 1951 werden UNIVAC-computers ingezet om de voorspellingen van de presidentsverkiezingen uit te voeren. Tegenwoordig heet het bedrijf Unisys.

Univac-mainframes werden in de zeventiger en tachtiger jaren onder andere gebruikt door het voormalige computercentrum Computer Centrum Nederland (CCN) te Heerlen, onder andere de Univac 1100/42- alsmede de Univac 1100/60-mainframes. De machines werden gebruikt voor onder andere de automatisering bij DSM en verschillende ziekenfondsen. Als een soort cachegeheugen maakte de UNIVAC 1100/42 ook gebruik van een zogenaamd drumgeheugen, een metalen cilinder met een gewicht van enkele tonnen, die met een grote snelheid ronddraaide. Dit drumgeheugen werd FastRand genoemd.

Aan het einde van de jaren tachtig stond in de computerzaal van CCN een 1100/63 en in de zaal ernaast stond een 1100/72. Het laatste cijfer (3 en 2) gaf aan hoeveel processoren in het systeem waren. Uiteraard heeft zo'n mainframe ook de nodige tape drives. Eén tape drive is pakweg 60 cm breed, 70 cm diep en zeker 1,5 meter hoog. Bovenop de kast was een klein bedieningspaneeltje waarmee de ruit geopend kon worden om een tape reel te mounten. Daarna drukte je die knop weer in en de LOAD knop ernaast. De ruit ging dan weer omhoog, en de tape werd automatisch aangezogen en door het tape pad geleid. Als dat was gebeurd werd de tape in twee vacuum kolommen gelust en stond de tape op load point, klaar om gelezen of geschreven te worden.

Toen eind jaren tachtig de IBM computers naar binnen gekart werden kwam het einde van de SPERRY (na de samengang met Burroughs hernoemd tot UNISYS) mainframes in zicht. Er stonden toen 3 grote computer merken in de zalen: SPERRY/UNISYS, DEC (DIGITAL EQUIPMENT CORPORATION) PDP-11, en de infameuze IBM systemen. Zogenaamd "speerpunt beleid" besloot dat 3 teveel was en één moest wijken. IBM kon natuurlijk niet de deur uit, want dat was net voor een vermogen naar binnen gehaald. De PDP-11 systemen konden ook niet weg, want de kennis moest "in huis" blijven omdat de PDP-11 ook in Geleen de procesbesturing uitvoerden. Dus moest de SPERRY lijn opgedoekt worden. Dit ging via een sterfhuisconstructie. Systeem software werd niet meer ge-upgrade, en de zaak werd lopend gehouden om de afgesloten contracten uit te dienen van een verzekeringsmaatschappij en enkele Limburgse ziekenfondsen welke hun (Cobol) applicaties op de 1100 draaiden. Op de 1100/63 draaide ook MAPPER-1100, een report generator die onder andere gebruikt werd in Geleen. De mensen in Geleen waren niet bij met de komst cq "overname" door IBM. Hun Fortran programma's draaiden beter op de 1100 dan op de IBM!

De initiële 4 IBM systemen bleken al snel te klein te zijn, en werden vervangen door de grotere IBM computer. Die machine had vloeistof koeling. Niet veel later moesten heel wat tegels van de verhoogde vloer opgetild worden (loodzware dingen) om te dweilen. De koeling had gelekt! Uiteindelijk hing die "grote IBM computer" als een "slave" aan een Amdahl mainframe. Wat een ironie; Amdahl was opgericht door mensen die het bij IBM niet meer zagen zitten.

Externe link[bewerken]