USS Maryland (BB-46)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vlag van Verenigde Staten
USS Maryland (BB-46)
USS Maryland (BB-46)
USS Maryland (BB-46)
Geschiedenis
Besteld 5 december 1916
Werf Newport News Shipbuilding
Newport News, Virginia
Kiellegging 24 april 1917
Tewaterlating 20 maart 1920
In de vaart genomen 21 juli 1921
Uit de vaart genomen 3 april 1947
Status verkocht om gesloopt te worden op 8 juli 1959
Eigenaren
Eigenaar United States Navy
Algemene kenmerken
Scheepsklasse Coloradoklasse
Type slagschip
Lengte 190 m
Breedte 30 m
Diepgang 9 m
Deplacement 32.600 ton (standaard)
Voortstuwing en vermogen 28.900 pk
Vaart 21 knopen (39 km/u)
Bereik 8000 zeemijl (15.000 km) bij 10 knopen (19 km/u)
Bemanning 1080
Bewapening 8× 16 inch(406 mm)/45 cal-kanonnen
12×5 inch (127 mm) kanonnen
4×3 inch (76 mm) kanonnen
2×21 inch (533 mm) torpedolanceerbuizen
Bepantsering maximaal 343 mm voor de romp
Vliegtuigen en faciliteiten vier watervliegtuigen
twee katapulten
Verdiensten en onderscheidingen 7 Battle Stars
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De USS Maryland (BB-46) was een Amerikaans slagschip van de Coloradoklasse in het begin van de oorlog in de Grote Oceaan en tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Japanse aanval op Pearl Harbor op 7 december 1941 lag ze gemeerd naast de onfortuinlijke USS Oklahoma (BB-37) die naast haar kapseisde bij de aanval op de Battleship Row.

Geschiedenis[bewerken]

De USS Maryland (BB-46) stond onder bevel van kapitein-ter-Zee D. C. Godwin. Het slagschip lag als eerste gemeerd, in een dubbele rij slagschepen naast de USS Oklahoma. Ze lag gemeerd aan de piersteiger die verbinding gaf met Ford Island. Achter haar lag de USS Tennessee (BB-43) met daarnaast de USS West Virginia (BB-48). Voor hen lag de USS California (BB-44). Daar nog achter lag de USS Arizona (BB-39) met naast haar aan de buitenzijde het reparatieschip USS Vestal (AR-4) die op 6 december aan de werkzaamheden was begonnen aan boord van het slagschip. Geheel achteraan lag de USS Nevada (BB-36). Deze zou nog ontsnappen aan de totale vernietiging, zoals met de USS Arizona en later met de USS Oklahoma het geval zou zijn.

Op dat moment van de 7e december vóór 08.00 u. lag de marine-olietanker USS Neosho (AO-23) achter-tussenin de USS Oklahoma en de USS Maryland. Ze zou vliegtuigbenzine lossen voor de katapultvliegtuigen op de slagschepen, toen de aanval onverwachts en verrassend begon rond dit tijdstip. De Japanse Nakajima B5N "Kate"-vliegtuigen scheerden laag over de kanaalgeul en draaiden dan naar hun bakboordzijde om laagvliegend hun torpedo's te lossen. Andere Japanse jagers kwamen van bovenaf aangevlogen en dropten hun bommen op de binnenwaarts gemeerde schepen. Terwijl de USS Oklahoma, USS California en de USS West Virginia torpedo's moesten incasseerden, kreeg de USS Arizona een fatale bomtreffer in haar tweede geschuttoren, toren B of II. De 800 kg-bom drong door tot de munitiekamer en liet het slagschip ontploffen met zeer veel doden en gewonden tot gevolg. Het schip reet open door deze explosie en veel materiaal en stookolie vlogen in het rond toen haar ketels ook nog ontploften.

De USS Tennessee kreeg drie grote bomtreffers en de USS Nevada een torpedo in haar bakboordboeg te verwerken. De USS Maryland een 800 kg-bom op haar voorschip van een Japanse Aichi D3A-jachtbommenwerper. De zware bom ging dwars door het dek en sloeg een groot gat in de stuurboordboeg. Meteen vloog het voorcompartiment in brand en meteen werd de - op positieven gebrachte bemanning, en door hun ongeloof heen, dat dit werkelijk werkelijkheid was, en geen oefening - met brandslangen naar voren gestuurd om de brand te blussen. Ondertussen vlogen de brandende brokstukken van de ontplofte USS Arizona over en tegen de slagschepen. Haar brokstukken vlogen op de wal van Ford Eiland. De stukbemanningen begonnen meteen naar de Japanse aanvallers te vuren terwijl naast hen de USS Oklahoma langzaam begon om te slaan. Op dit moment passeerde de USS Neosho, omdat kapitein Philipps meteen dacht aan nog meer ontploffingsgevaar van zijn tankschip, en daarmee het hazenpad nam.

USS Maryland en rechts de kiel van de USS Oklahoma. Op de achtergrond de brandende USS West Virginia

Hetzelfde deed het reparatieschip USS Vestal, dat eveneens geraakt was en achteraan stuurboord begon water te maken. Zij ging voor anker in de noordoostelijke hoek van de haven. De USS Maryland bleef nog drijven maar brandde ook fel. Ze lag en zat verborgen achter enorme zwarte rookkolommen van de USS Oklahoma en de USS West Virginia, die met haar kiel op de havenbodem lag. Meteen kwamen havenwerkers en werflui de scheepsbemanningen bijstaan in hun strijd tegen het vuur en om de overlevenden uit hun hachelijke situatie's te redden. Onverschrokken brachten ze gewonden aan de wal die meteen, indien mogelijk, naar ziekenhuizen op Hospital Island en Honolulu werden gebracht. Meteen kwamen de ziekenhuizen overvol en dokters en verplegend personeel kregen ineens de handen meer dan vol.

Zwartgeblakerde manschappen, verbrand, vuil van de olie en rook, strompelden aldaar binnen. Velen hadden meteen geen ziekenhuisbed en lagen op de vloer op dekens in de hospitaalgangen. Anderen moesten hun buikingewanden ophouden met hun handen. Hun buik was opengereten door scherpe bomscherven of door vliegtuigkogels. Van een rustige zondagmorgen was het opeens, in een paar uren tijd, een ware hel geworden voor iedereen op Pearl Harbor.

De branden en schades werden op de USS Maryland in toom gehouden zodat ze nadien op 30 december 1941 aankwam op de reparatiewerf van Puget Sound Navy Yard en aldaar terug volledig werd hersteld. In feite was haar toegebrachte schades nog niet zo heel ernstig als men eerst had gedacht. De USS Maryland kwam er nog het beste vanaf. Ze keerde terug in volle actie in de Pacific op 9 februari 1942.

Verdere loopbaan[bewerken]

De USS Maryland kwam te Puget Sound Naval Shipyard, Washington, aan en in 48 uur werd ze terug hersteld en in gereedheid gebracht gedurende haar verblijf aan de West Coast van de Verenigde Staten. Kleine verbouwingen en vernieuwingen werden aangebracht. Kleine reparaties werden voordien gedaan te Pearl Harbor om hem daarna te laten vertrekken naar de Westkust, naar Washington. Zichtbare versplinterde kanonschermplaten en de 5"/25 vuurmonden, werden vervangen door 5"/75 snelvuurkanonnen. Eveneens werd een deel, vooral de vooroorlogse stelling-achtermast, vervangen door een modern ogende navigatiemast en vooraan een radarmast. In tussentijd was ze stand-by als reserve-slagschip bij de Reserve-Eenheid van de Navy.

In februari 1943 lag ze voorlopig gemeerd voor anker in de Hauannah Bay in de Nieuwe Hebriden. Samen met haar zusterschip USS Colorado (BB-45) hield ze de wacht bij de zuidelijke scheepslinie nabij en voor Australië. De 'voorbijgestreefde' slagschepen kregen een beschermende rol toegewezen voor het thuisfront. Eigenlijk was hun rol uitgespeeld, doch men hield hen nog achter de hand.

November 1943 - Tarawa Invasion - De USS Maryland kwam daar daadwerkelijk in actie en vuurde met haar vernieuwde 16"/45 kanonnen, gedurende de voor-invasie op Tarawa-eiland. Waarnemend admiraal Harry W. Hill, Commander Task Force 53, en enkele hoge officieren van zijn staf observeerden het bombardement van het slagschip op het smalle eiland Tarawa vanaf de bakboordzijde van het slagschip. De granaatinslagen omploegden het strand en ontwortelden de palmbomen, tot een schraal landschap. De Jappen moesten zich terugtrekken aan de andere kant van het atol.

12 november 1943 - De USS Maryland beschoot met zijn 16"/45 batterijen wederom Tarawa, om zeker te zijn dat de Japanners verjaagt zouden zijn. Nadien kwam de grote Amerikaanse troepeninvasie op de stranden en begon werkelijk de Slag om Tarawa.

Op 25 april 1944 kwam de USS Maryland aan op Puget Sound, Washington. Daar kreeg ze een groot onderhoudsbeurt. De dag daarna werd ze weer verbouwd en kreeg ze een kleinere controletorenstructuur. Daarna vertrok ze naar Leyte voor de volgende slag.

Op 10 juli 1944 werd ze het slachtoffer van Kamikaze-aanvallen door Japanse zelfmoordpiloten. De schade kon beperkt worden zodat ze nog verder kon strijden ter ondersteuning op de latere zeeslag om Leyte.

USS Maryland met een gat in de boeg na een Japanse torpedoaanval (juli 1944)

In juli 1944 dropte een Japans vliegtuig een torpedo, die een gat sloeg in de romp aan stuurboordzijde-voor. De slachtoffers waren gelukkig lichtgewond en in 15 minuten tijd was het slagschip weer onderweg naar Eniwetok. Kort daarna vertrok ze naar de scheepswerf van Pearl Harbor. Daar werkten de scheepsherstellers de klok rond en op 19 augustus, 34 dagen na aankomst, was het schip weer terug onder stoom voor de oorlog.

Op 29 november 1944 viel ze weer eens ten prooi aan Kamikaze-aanvallen. Op de avond van 29 november sloeg een Japanse zelfmoordpiloot met zijn vliegtuig, nog met zijn bommen, munitie en nog de volledige brandstof aan boord, op het slagschip. Hierbij vielen er doden en gewonden. Na de Slag in de Golf van Leyte vertrok ze weer naar Pearl Harbor voor de nodige herstellingen.

Weer werd ze het slachtoffer op 7 april 1945 van Kamikaze-aanvallen. Ze kon blijven verder strijden totdat ze uiteindelijk op 5 augustus 1945 naar Puget Sound Naval Shipyard in Bremerton, Washington aankwam voor een grote 'overhaul'. Op 15 augustus 1945 vertrok ze van de scheepswerf. Voor haar was de oorlog gedaan.

Op 3 april 1947 zat haar diensttijd definitief erop en werd ze in de reservevloot geplaatst. Ze werd opgelegd op 1 maart 1959 te Alameda, Californië. Vijf maanden later werd ze volledig geschrapt van de US Navylijst en doorverkocht op 8 juli 1959 naar de sloop.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Logo Wikimedia Commons
Commons heeft mediabestanden op de pagina USS Maryland (BB-46).
  1. Archive USS Maryland (BB-46)
  2. Aichi D3A "Val"
  3. Nakajima B5N "Kate"
  4. USS Maryland (BB-46)