U 279 (Kriegsmarine)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De U-279 was een type VIIC onderzeeboot van de Duitse Kriegsmarine tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze stond onder commando van kapitein-luitenant-ter-Zee Otto Finke.

Geschiedenis[bewerken]

De U-279 was van 3 februari 1943 tot 31 juli van datzelfde jaar, een opleidingsboot voor jonge rekruten en nieuwe officieren. Van 1 augustus 1943 tot 4 oktober 1943 was ze actief bezig in de Noord-Atlantische wateren. Dit zonder succes overigens, want ze had geen enkel schip getorpedeerd. De U-279 werd, zoals zovelen in deze zwarte oktobermaand voor de U-boten, door vliegtuigbommen vernietigd.

Begin oktober 1943 - Twee konvooien werden om de formatie geleid en een derde konvooi kreeg een zeer sterk luchtescorte. De U-boten kregen de schepen niet eens te zien, hoewel de vliegtuigen de U-279, de U-336 en de U-389, voorgoed naar de zeebodem zonden. De U-279 en de U-389 vergingen op 4 oktober en de U-336 een dag later, zonder dat ze één schot hadden kunnen lossen.

8 oktober - Een vierde konvooi, SC-143, werd verkend. De 39 schepen hadden een escorte van 9 oorlogsschepen. 18 U-boten hadden posities ingenomen om het te onderscheppen. Ze slaagden erin de voormalige Poolse torpedobootjager ORP Orkan (omgedoopt naar HMS Myrmidan) te laten zinken, maar het luchtescorte dat gealarmeerd was bracht 3 onderzeeërs op die dag tot zinken: de U-419, de U-643 en de U-610. Dat waren 6 U-boten in 4 dagen tijd.

Nog op 8 oktober 1943 begonnen de Britten hun bases te bezetten op twee eilanden van de Azoren, na een overeenkomst met de Portugese regering. Van hieruit konden ze de zuidelijke konvooiroutes beter beschermen, samen met de ondersteuningsgroepen van de marine en de luchtstrijdkrachten op de carriers. De grootste kracht van de U-botenactiviteit in andere wateren was gericht tegen de konvooien die van Freetown naar Gibraltar voeren. Maar ook daar hadden zich in de zomer van 1943 veranderingen voorgedaan. In augustus 1943 had de Portugese regering na twee jaar van onderhandelen een overeenkomst getekend met de Britse regering waarbij luchtmachtbases werden afgestaan op twee eilanden van de Azoren.

15 oktober - Op die datum werd weer een konvooi verkend op de Atlantische Oceaan. Dat was de ON-206, en de aanval die erop gedaan werd, faalde eveneens. Een aanval die dezelfde nacht door de U-boten werd uitgevoerd, mislukte omdat de escorteschepen hen dwongen diep te duiken. Er vielen toen geen slachtoffers.

16 oktober - Voordat ze de volgende nacht weer een aanval konden lanceren, spoorden B-24 Liberators die op enige afstand van het konvooi opereerden, met hun radar de U-470 en nog een andere U-boot, de U-844 op, en brachten die tot zinken met hun dieptebommen.

17 oktober - Op deze avond werd op dezelfde manier de U-540 vernietigd, en kort daarna moest de U-631 door de explosies van een dieptebom aan de oppervlakte komen, waar hij onmiddellijk door een korvet tot zinken werd geramd. De U-bootbemanning kreeg geen schijn van kans om haar leven te redden. Een tweede konvooi, ONS-20, volgde vlak achter het eerste, en de U-boten zagen kans van dat konvooi één vrachtschip tot zinken te brengen. Maar de Britten namen wraak toen een B-24 Liberator de U-964 liet zinken, die eveneens nog geen enkel schip had getorpedeerd. Hetzelfde lot onderging het fregat de U-841, dat ook geen enkel schip in zijn korte carrière had getroffen. De twee gevechten hadden 6 U-boten gekost, tegen het verlies van slechts één vrachtschip. Vanaf 4 oktober tot 17 oktober 1943 waren in totaal 12 onderzeeboten tot zinken gebracht met slechts één geallieerd vrachtschip.

De resultaten[bewerken]

Zulke resultaten werden regel in plaats van uitzondering, en groot-admiraal Dönitz werd telkens opnieuw geconfronteerd met de vraag of hij de U-bootoorlog helemaal moest beëindigen. Opnieuw besloot hij dit niet te doen, en wéér formeerde hij zijn boten zich tot een linie. Maar terwijl Dönitz probeerde de nieuwe situatie de baas te worden door steeds meer onderzeeërs tegen de konvooien in te zetten, antwoordde zijn tegenstander hierop met steeds sterkere bescherming van de konvooien.

Gebeurtenis U-279[bewerken]

20 september 1943 - Er werd een agent van de Duitse spionagedienst, Jens Fridrikson aan land gezet, op IJsland door deze U-boot. Jens Fridrikson was een Scandinavische spion die voor de Duitsers werkte op het, door de Britten bezette IJsland.

Einde U-279[bewerken]

De U-279 was één van de velen die omkwamen tijdens de maand oktober 1943 in de Atlantische Oceaan. Hij verging ten zuidwesten van IJsland, in positie 60°40' N. en 26°30' W. door toedoen van vliegtuigdieptebommen van een Amerikaanse Ventura-vliegtuig (Squadron VB-128/B). Alle opvarenden hadden geen schijn van kans en gingen mede ten onder. Commandant Otto Finke kreeg geen kans zich te bewijzen door een schip te kunnen torpederen.

Voorafgaand geregistreerd feit[bewerken]

(Laatste herziening door FDS/NHB gedurende augustus 1994). Gezonken op 4 oktober 1943 ten zuidwesten van IJsland in positie 60°15' N. en 28°26' W. door dieptebommen van een Britse B-24 Liberator (Squadron 120/X). Deze aanval was verantwoordelijk van het verlies van de U-389.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Mason, David, Tweede Wereldoorlog in woord en beeld - duikbootoorlog - Standaard uitgeverij - Antwerpen/Utrecht