Uniciteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Uniciteit betekent in de wiskunde en logica dat een eigenschap voor precies één element van een verzameling geldt. De bijbehorende unieke existentiekwantor wordt genoteerd als .

Voorbeeld[bewerken | brontekst bewerken]

De volgende uitspraak is waar: er is precies één positief reëel getal x zodanig dat . Dit geldt namelijk voor . Wiskundigen noteren dit als:

De volgende uitspraak is echter onjuist: er is precies één reëel getal x zodanig dat . Dit geldt namelijk voor en . Dat er niet precies één reëel getal x is zodanig dat (dus dat er nul of ten minste twee zijn) wordt genoteerd als:

In het eerste geval geldt unieke existentie, in het tweede geval niet.

Bewijzen van uniciteit[bewerken | brontekst bewerken]

De meest gebruikte techniek om uniciteit te bewijzen, is om eerst te bewijzen dat een element met de gegeven eigenschap bestaat, en vervolgens te bewijzen dat 2 zulke elementen gelijk aan elkaar moeten zijn.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]