Vaishnava

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Vishnu, de vierarmigeGodheid van de Vaishnava's.

Een vaishnava, in het Nederlands ook wel vishnuïet of vaishnaviet genaamd, is iemand die de godheid Vishnoe, God in de vorm van de behouder, aanbidt (Bhakti yoga). Het vaishnavisme moet men zien als een van de hoofdstromingen van het Hindoeïsme, hoewel sommige meer sektarische vormen zich afzetten tegen deze kwalificatie.

Verschijningsvorm[bewerken]

Er zijn zowel westerse als Indiase vaishnavamonniken, kaalgeschoren (mannen) op een zogenaamde sikha, een toefje haar, na, met tilak-tekens, heilige klei, en in traditionele witte en roze/oranje kleding met bidsnoer in zakje, maar er zijn ook gewone toegewijde burgerpersonen die er normaal uitzien. Een vaishnava houdt zich in principe aan de z.g. regulerende beginselen (de vidhi), dat wil zeggen aan gedragsregels die enigszins overeenkomen met de regel van Benedictus: geen vlees, vis, eieren, geen intoxicatie, geen illegitieme seks, noch gokken of speculeren met geld. Dagelijks doen ze mantra-meditatie, genaamd japa. Soms spreekt men van vaishnava's in de engere zin als zij die geïnitieerd zijn, zij die een geestelijke naam hebben aangenomen. Jaarlijks organiseert men op verschillende plaatsen een zogenaamde Ratha Yatra, een wagenfestival waarmee een bepaalde soort van beeltenissen van Heer Krishna, Zijn halfbroer en Zijn zuster (Jagannātha, Subhadrā, Balarāma) door toegewijden en andere hindoes door de stad worden getrokken op een kar.

Vaishnava's in Nederland[bewerken]

Vaishnava's in samenzang.

De bekendste vaishnava's in Nederland zijn de Hare Krishna's van ISKCON (de Internationale Gemeenschap voor het Krishnabewustzijn), maar er zijn ook andere soorten vishnuïeten in het Westen en in India. Men spreekt van verschillende sampradāya's en maths: geestelijke erfopvolgingen en leerscholen. Er zijn vier hoofdstromingen in India: de Lakshmī-sampradāya, de Brahmā-sampradāya, de Rudra-sampradāya en de Kumāra-samprādaya. De Hare Krishna's, die de volgelingen zijn van A.C. Bhaktivedanta Swami Prabhupāda, zijn z.g. Caitanya-vaishnava's (Brahmā-gaudīya-vaishnava Sampradāya), vishnuïeten die de geestelijke erfopvolging volgen die stamt van de Vishnoe-avatar, heer Caitanya.

Praktijk[bewerken]

De vaishnava aanbidt God doorgaans met behulp van het doen van puja voor beeltenissen van Krishna en Rādhā. Maar er zijn ook andere afbeeldingen van leraren en andere Vishnu avatars en godheden. Ze distribueren boeken, zingen samen in de tempel en op straat (kīrtana, harinām), doen veel predikwerk, delen voedsel uit aan daklozen en chanten zestien ronden japa per dag (het ongeveer twee uur lang bidden door de Gaudīya-vaishnava's van de z.g. mahâmantra waarmee ze de namen van Rāma en Krishna herhalen). De huishouders doen dit in hun eigen huis. De monniken kunnen zowel celibatair als getrouwd zijn. Er zijn vier geestelijke afdelingen (ās'rama's): brahmacārī's: celibataire studenten, grihastha's: gehuwden, vānaprashta's: ouderen die zich teruggetrokken hebben uit het huwelijksleven of er nooit aan begonnen zijn en de sannyāsī's, de geestelijk leraren ofwel de ācārya's, 'de leraren van het voorbeeld', de goeroe's van de traditie die het onderrcht verzorgen en van tempel tot tempel trekken. Het bedevaartsoord heet Vrindāvana, de geboorteplaats van Krishna.

Literatuur & Filosofie[bewerken]

De belangrijkste boeken worden gevormd door het bhagavata purana (de 'Krishna-bijbel" ofwel het Srimad bhagavatam) en de Bhagavad gita. Daarnaast leest men in Nederland bij de Hare Krishna's ook het Chaitanya charitamrita, het 'nieuwste testament' als het ware, waarin de missie van heer Chaitanya, de avatar van de toegewijde dienst staat beschreven. Het Vaishnavisme benadrukt in het algemeen de letterlijke betekenis van de schriftuurlijke - in hoofdzaak monotheïstische op de God van het behoud gerichte - waarheid (mukhya vṛitti) terwijl de interpretatie, de indirecte betekenis (gauṇa vṛitti) als secundair geldt. Niettemin staat er in de Bhagavata purana ook een duidelijke uitleg van een allegorische voorstelling van zaken (het verhaal van Purañjana, S.B. 4.25-28[1]).

Opspraak[bewerken]

De vaishnava's in Nederland, de Hare Krishna's waren (en zijn bij onwetenden nu nog) in opspraak als zijnde sektarisch omdat ze, emotionalistisch en te fanatiek, naar verluidt enkel Swami Prabhupāda zouden erkennen en vereren als hun leider en ook alleen maar boeken van hem zouden willen distribueren. Maar meer ingewijd in de materie weet men echter dat Prabhupāda slechts een van de vele leraren van de erfopvolging is. Hij staat hier in het Westen gewoon prominent voorop omdat hij hier het vaishnavisme gebracht heeft en daarnaast ook een vernieuwer was die het toestond dat vrouwen in de tempel mochten wonen.

Nederlands bekendste vaishnava is Sri Hayeshvar Das, Hendrik van Teylingen (1938-1998), een filosoof die veel van de vaishnavaboeken die er in het Nederlands zijn vertaalde. Hij sloot nadat Prabhupāda was heengegaan zich aan bij een andere tak van het vaishnavisme.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]