Walter Vilain

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Walter Vilain (Koksijde, 1938) is een Belgisch, West-Vlaams, beeldend kunstenaar en componist.

Biografie[bewerken]

Jaren 40[bewerken]

Walter Vilain wordt geboren als zoon van Marcel en Leonie Weerbrouck. Walters vader sneuvelt tijdens de oorlog in 1943 en wordt vervolgens opgevoed door zijn grootmoeder.

Reeds op 5-jarige leeftijd krijgt Vilain les van de schilder François Dumont. In diezelfde periode huurt Willem Elsschot het huisje van Walters grootmoeder en ontmoet hij voor het eerst, de pianist/componist, en Vilains 'geestelijke vader' Robert Steyaert.

In 1949, Vilain is dan 11 jaar, maakt hij zijn eerste aquarellandschappen naast Paul Delvaux in de duinen in St.-Idesbald. Toeval of niet, maar Delvaux zal, na het vertrek van Willem Elsschot, ook het huis huren van Walters grootmoeder.

Jaren 50[bewerken]

In 1953 leert Vilain zijn buurman George Grard kennen en begint ook te beeldhouwen. Zijn eerste atelier zal hij in 1959 oprichten in het intussen befaamde huis van zijn grootmoeder. Van 1959 tot 2005 komt daarbij het Vanneuvillehuis.

Net geen jaar nadien ontmoet Vilain de pianist Eduardo Del Peuyo, wiens interpretaties hij bewondert.

In 1955 slaagt Vilain voor het ingangsexamen voor het Nationaal Hoger Instituut voor Architectuur en Decoratieve kunsten van Ter Kameren en volgt monumentale kunst in het atelier van Paul Delvaux.

Vanaf 1956 neemt Vilain regelmatig deel aan de prijs “Jeune Peinture Belge” waarvan hij later (in 1962) de vermelding “Prix Jeune Peinture Belge” zal behalen.

Twee jaar later publiceert Walter Vimain zijn eerste dichtbundel “Wit brood”. In 1957, na een ontmoeting met Luc Van Brabant, begon Vilain zelf te dichten.

1958 wordt een vruchtbaar jaar. Op de wereldtentoonstelling van 1958 (Expo 58) mag Vilain een monumentale muurschildering maken en heeft hij in Brussel zijn eerste persoonlijke expositie in galerie “Les Contemporains”. Daar zal hij ook Herman Teirlinck en Victor Servranckx ontmoeten. Tevens behaalt hij dat jaar ook het diploma van Ter Kameren, Hogere kunststudies (Monumentale Schilderkunst) en schrijft hij zich in aan de normaalschool van Gent, sectie Plastische Kunsten bij Octave Landuyt; zijn leraars zijn onder anderen Roger Cools en Willem Van Aerden. Eén van zijn medeleerlingen is Jan Hoet, met wie hij bevriend geraakt en die hij zal uitnodigen voor de oprichting van de Westhoek- Academie te Koksijde (in 1971). Jan Hoet schrijft ook het voorwoord van zijn Monografie (1998). Ten slotte kiest dat jaar de aankoopcommissie van de Belgische staat, bestaande uit H. Teirlinck A.Dasnoy en E. Langui, zijn werk "compositie" voor het nationaal patrimonium.

Jaren 60[bewerken]

In 1960 wordt Vilain regent Plastische Kunsten en huwt hij met Liliane Deprez, waarmee hij zich in Hasselt zal vestigen. In Hasselt zal hij ook lesgeven als leraar plastische kunsten in de rijksnormaalschool Hasselt (regentaat) waar hij belast wordt met de lessen tekenen, schilderen, boetseren en decoratie. Amper een jaar later wordt Vilain ook aangesteld als leraar kunstgeschiedenis en esthetica aan de meisjesnormaalschool in Tongeren. Tegelijk sticht Vilain mee de groep Helikon, vernieuwend voor de kunst in Limburg. In galerie Helikon staat hij in voor een hele reeks tentoonstellingen onder andere L’école de Paris, Paul Delvaux, de collectie Hoet. Het abstracte werk van Walter Vilain is dan een primeur voor Limburg.

Vilain krijgt in 1961 een studiebeurs voor Parijs in het atelier Friedlander. Datzelfde jaar wordt zijn dochter Anouk geboren.

Zijn professionele artistieke loopbaan start in 1963 als laureaat van de Berthe Art beurs voor schilderkunst. Zo wordt hij onder andere uitgenodigd op de biënnales van Parijs en San Marino. Hij begint eveneens een reeks van persoonlijke tentoonstellingen naar rato van 2 per jaar, dit praktisch zijn ganse carrière.

In 1964 wordt zijn tweede dochter Nadia geboren. Hij richt dan in Hasselt het grafisch atelier “Remans-Vilain” op en geeft er onderricht in aquatint en kleurenets.

In 1966 wordt Vilain lid van de Nationale Raad voor Plastische Kunsten en ontstaan er hechte banden met Willy Claes en Prins Karel. Deze laatste neemt tekenlessen bij Vilain in “Atelier Vanneuvillehuis” en bezoekt het atelier tot aan zijn dood in 1980.

Drie jaar later (1969) wordt Vilain leraar aan de academie van Genk en wordt hij aangesteld als professor tekenen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en Nationaal Hoger Instituut te Antwerpen (tekenen naar levend model).

Jaren 70[bewerken]

In 1971 sticht Vilain de Westhoekacademie in Koksijde en blijft er 17 jaar directeur; nadien ere-directeur.

Tussen 1971 en 1979 creëert Vilain heel wat werken en sticht hij mede het museum van de Westhoek (St. Idesbald). Tevens wordt hij ook voorzitter van de Nationale Raad voor Plastische Kunsten, gedurende een twaalftal jaar. In de schoot van deze raad richt hij een Nederlandstalige en Franstalige afdeling op. Hij realiseert er de deelname van de Belgische delegatie aan de internationale congressen van Bagdad en Helsinki en werkt mee aan de realisatie van belangrijke Koninklijke Besluiten in verband met de bescherming van de actoren op creatief en artistiek gebied. In 1979 wordt Vilain medestichter van de stichting/museum Paul Delvaux in St. Idesbald.

Jaren 80[bewerken]

In 1980 publiceert Vilain de dichtbundel “Onomwonden” en richt hij Crea I Vanneuvillehuis op voor beeldende kunsten, muziekuitvoeringen en dichtkunst.

Niettegenstaande zijn ernstige gezondheidsproblemen blijft Vilain ontzettend actief. Zo wordt hij voorzitter van het pedagogische college Academie Antwerpen, maakt hij een reeks schetsen “composities naakten” en organiseert tentoonstellingen: "L’art dans l’usine et l’industrie"; tentoonstelling "Philips en Deva Hasselt" en de retrospectieve tentoonstelling Cultureel Centrum Hasselt. Hij geeft nog steeds tekenles in de modeklas aan de Academie Antwerpen waar zich een paar (latere) bekenden bevinden: de latere “Zes van Antwerpen” met onder anderen Margiela, Dries Van Noten, en Walter Van Beirendonck en ook anderen als Kaat Tilley.

In 1989 betrekt Vilain een atelier in de Ch. Legrellestraat in Etterbeek (Brussel). En creëert er een studie schetsblokken overschreven met gedichten en teksten.

Jaren 90[bewerken]

Een jaar later stelt hij zich kandidaat en wordt hij ook directeur van de Koninklijke Academie en het Nationaal Hoger Instituut van Antwerpen(Betrokken bij hergroepering Hoge scholen). Hij krijgt er later ook de titel van ere-docent/directeur van de Academie Antwerpen.

Brussel wordt dan zowat zijn vaste stek, met tentoonstellingen en werken onder meer in de VLEHKO Brussel en tijdens de wedstrijd koningin Elisabeth in Koninklijk Conservatorium Brussel. In 1994 neemt hij ook een atelier in gebruik op de Grote Zavel (Brussel).

Tussen 1994 en 1996 werkt Vilain Wsamen met altist Philippe Pardonge (compositie en repertorium) en geeft meerdere concerten. Dit leidt tot de oprichting met Philippe Pardonge van het ensemble "Pictura Canta", die exclusief Vilains composities uitvoert.

In 1996 bezoekt de Burgemeester van Koksijde, Marc Vanden Bussche, het atelier op de Zavel. Toeval of niet, maar Vilain wordt cultureel ambassadeur van Koksijde in 1998.

Sedert 2000[bewerken]

In 2001 stelt Vilain tentoon in de kunstgalerij van zijn dochter Anouk, in Anouk Vilain Art Gallery te Diepenbeek.

"Delvauxiana", composities voor piano en liederen, geïnspireerd door schilderijen van Paul Delvaux, wordt met grote bijval gebracht in Parijs in de Eglise Evangélique Allemande op 9 maart 2003. Intussen maakt hij ook kennis met auteur Chris Wiliquet en ontstaat er een hechte samenwerking met pianist Paul De Boer. Ook zijn recital "Gezelle" en zijn totaal-spektakel "Coxydeana" kunnen op heel wat bijval rekenen. Zijn Tango "Thalassa" wordt uitgevoerd in de Bourla te Antwerpen op een benefietconcert terwijl hij de dansers schets op de scène.

In 2005 brengt Vilain zijn derde dichtbundel "In Filo" (Giorgione) uit in het Italiaans. Datzelfde jaar neemt de gemeente Koksijde het oud atelier Vanneuvillehuis over en krijgt het de bestemming als permanente museumcollectie "Walter Vilain". Datzelfde jaar wordt hij voorzitter van de werkgroep Mullewol Vanneuvillehuis "collectie Walter Vilain" en brengt een pianosuite “Veneziana” in zijn atelier Koksijde, gebracht door pianist Paul De Boer.

In 2007 wordt Walter Vilain gemeenteraadslid te Koksijde en neemt het verbouwde atelier (voormalige woning van zijn grootmoeder) in gebruik.

Walter Vilain geeft op heden nog steeds workshops.

Externe links[bewerken]