Welplaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Ligging van de Welplaat, 1867
Hartelhoeve (Welplaat - J. Verheul Dzn. ± 1900); een van de afgebrande boerderijen tijdens WO-II

De Welplaat was een eiland in de Oude Maas ten noorden van de Nederlandse plaats Spijkenisse. Oude namen voor de Welplaat zijn Ruigeplaat of Tarwezand. Sinds de jaren '50 van de 20e eeuw maakt het deel uit van het industrie- en havengebied de Botlek.

Oorsprong en middelen van bestaan[bewerken | brontekst bewerken]

De Welplaat was een aangeslibd eiland, 550 ha groot. De eerste bedijking op de Welplaat was de Oude Stee (Oude Polder) Deze werd bedijkt in het midden of einde 17e eeuw. Op een vluchtheuvel werd een boerderij gebouwd. Vlak bij de boerderij was een uitwateringssluis. Hierin was een steen gemetseld met het jaartal 17..(onleesbaar). Via een geul, de Oude Haven, werd het polderwater in de Oude Maas geloosd. Hoogst waarschijnlijk was hier ook een los- en laadplaats. Eveneens was er een los- en laadplaats aan de noordwest zijde van de polder. Deze lag aan een kreek, de Jan Heinekreek, die voor 1800 al geheel verland was. Sporen van deze kreek waren in de latere polder, Veertig Morgen, nog te zien. Bij de aanleg van de Derde Petroleumhaven werd deze los- en laadplaats teruggevonden. De dijken rond de Oude Stee heette Streepdijk, Rietdijk, Koijckendijk en Melkdijk. De Nieuwe Stee (Nieuwe Polder) werd in ieder geval voor 1790 bedijkt. Aan de zuidwestzijde werd een sluis gebouwd en een veerhuis Door de sluis werd overtollig water geloosd op het Hartelse Gat. In 1857 werd bij deze sluis een lage dam aangelegd door het Hartelse Gat. Deze dam verbond de Welplaat met Putten (hoek Molendijk/Noorddijk) In 1940 werd deze dam met 1 meter verhoogd. Doordat het Hartelse Gat verlandde was de sluis niet meer bruikbaar. Daarom werd een nieuwe sluis gebouwd aan de oostzijde van de Nieuwe Stee. Deze liet af op de Oude Maas. De oude sluis werd dichtgemetseld en diende voortaan als een bergplaats voor de bewoners van het voormalige veerhuis.Aan de zuidoostzijde was het gors de Pannekoek. Hier is de oude Hartelsluis op gebouwd.(1947-1950) De boerderij in deze polder was gebouwd op een verhoging aan de Melkdijk. Aan de Oude Maas was een loswal. De Jagersplaat werd een tiental jaren na de Nieuwe Stee bedijkt. Aan de zuidoost zijde van de Jagersplaat lag het gors de Haartelpolder. Aan de zuidwest zijde lag het gors het Eilandje. Dit was oorspronkelijk een eilandje in het Hartelse Gat. De boerderij in deze polder stond ongeveer waar nu de ingang is van de ExxonMobil raffinaderij. De polder De Veertig Morgen werd rond 1830 bedijkt. Er waren vijf zelfstandige polders (Oude Polder, Nieuwe Polder, Kleine polder, Veertig Morgen en de Jagersplaat[1]), van verschillende omvang, die aan elkaar grensden, met even zovele pachtboerderijen.[2] Sinds 1857 was het via een dam bereikbaar, maar alleen bij laag water. De Welplaat behoorde bestuurlijk bij de gemeente Spijkenisse.[3]
Het was een vruchtbaar landbouwgebied. Tarwe, haver en aardappelen waren de meest verbouwde producten, gevolgd door bonen, erwten, vlas en rogge.[4] Daarnaast werd er griendhout geoogst rondom het eilandje de Verloren Hoek, ten zuidwesten van de Welplaat, tegen Geervliet aan. In de nacht van 23 op 24 december 1894 werd de Welplaat getroffen door een stormvloed. De polder Veertig Morgen stroomde vol door een gat in de dijk.[5]

De Welplaat tijdens de Tweede Wereldoorlog[bewerken | brontekst bewerken]

Tijdens de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werden enkele tientallen soldaten in Spijkenisse gelegerd. Een van hun taken was om 's nachts zoeklichten te bedienen op de Welplaat.
Op Koninginnedag (31 augustus) 1940 lieten geallieerden brandbommen vallen boven de Welplaat; een boerderij vol net geoogst graan brandde af. Engelse bommenwerpers raakten op 8 januari 1941 per ongeluk opnieuw boerderijen en woonhuizen op de Welplaat. In totaal brandden in de oorlog vier boerderijen op de Welplaat af, van de zes die er toen stonden.
Tijdens de barre winter van 1944-1945 hielden inwoners uit Spijkenisse zich onder andere in leven door strooptochten te ondernemen over bevroren water naar de Welplaat. Ze vingen waterwild (zoals meerkoeten) en ander wild (zoals konijnen en hazen).
Tijdens de inundatie in februari 1944 vonden enkele evacué's uit Spijkenisse en Hekelingen onderdak op de Welplaat. Sommigen konden eind 1944 weer naar huis, anderen pas nadat het water in de zomer van 1945 was weggemalen.[6]

Situatie in 1947[bewerken | brontekst bewerken]

Het eiland behoorde bestuurlijk bij de gemeente Spijkenisse. Er woonden zeven boeren die met hun knechten en werkpaarden de vette klei omploegden en er enkele maanden later graan oogstten. Griendwerkers kapten griendhout in de grienden. Bij laag water was het eiland bereikbaar via een dam. De wegen zaten vol gaten en waren stoffig of modderig (al naargelang het weer), de dijken hadden klaphekjes en knotwilgen.[7] De kinderen gingen naar school in Spijkenisse.

Van Welplaat tot Botlekgebied[bewerken | brontekst bewerken]

Boerderij moet wijken voor industrie (Welplaat, sept. 1957)

Rotterdam wilde na de oorlog verder industrialiseren. Daarvoor waren industriegebieden nodig. Maar die had Rotterdam niet zelf. Ze ging op zoek bij buurgemeenten en liet het oog vallen op de Welplaat.
In 1947 kreeg de gemeenteraad van Rotterdam het plan-Botlek voorgelegd. Onderdeel daarvan was het omvormen van de Welplaat tot industriegebied. In juli 1949 werd het plan goedgekeurd door de Rotterdamse gemeenteraad. Spijkenisse werkte mee aan de annexatie van de Welplaat door Rotterdam uit nationaal belang; één van de wensen die zij er wel bij stelde, was een goede wegverbinding van de Welplaat/Botlek naar Spijkenisse, waardoor werknemers uit Spijkenisse snel naar de nieuwe industrieën konden forensen.[8] De boeren waren er uiteraard niet blij mee, maar zagen wel het algemeen belang ervan in: in de toekomst zouden er duizenden arbeiders werk gaan vinden.[9] De zeven boerderijen en zo'n twintig andere woningen werden onteigend; eind 1953 had de gemeente Rotterdam de terreinen op de Welplaat in eigendom. Tegen die tijd was besloten om de Derde Petroleumhaven daar te vestigen.[10] Tussen 1953 en 1955 werd het eiland hiervoor afgegraven en werd het zo deel van industriegebied Botlek. Het eiland de Welplaat bestond niet langer. De naam leeft nog voort in de Welplaathaven, Welplaatweg, Welplaatkade en de voormalige Sociale Werkplaats De Welplaat in Spijkenisse (in 2017 opgegaan in Voorne-Putten Werkt).

Zie de categorie Welplaat van Wikimedia Commons voor mediabestanden over dit onderwerp.