Willy Fritsch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Willy Fritsch
Willy Fritsch.jpg
Algemene informatie
Geboortenaam Wilhelm Egon Fritz Fritsch
Geboren Kattowitz, 27 januari 1901
Overleden Hamburg, 13 juli 1973
Land Vlag van Duitsland Duitsland
Werk
Beroep Acteur, zanger
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Willy Fritsch geboren als Wilhelm Egon Fritz Fritsch (Katowice, 27 januari 1901 - Hamburg, 13 juli 1973) was een Duitse acteur en zanger.

Jeugd en opleiding[bewerken]

Willy Fritsch was de zoon van Lothar Fritsch, de eigenaar van de machinefabriek Fritsch & Brattig. Na het faillissement van de firma verhuisde de familie in 1912 naar Berlijn, waar zijn vader sinds 1910 als bedrijfsleider voor Siemens AG werkzaam was. Daar startte Willy Fritsch in 1915 een opleiding tot werktuigkundige, die hij echter niet afmaakte. Na hulpwerkzaamheden aan de Berlijnse arrondissementsrechtbank had hij kleine werkzaamheden als figurant in het koor van het Große Schauspielhaus. In 1919 nam Fritsch privé-toneelonderricht aan de Max Reinhardt-school en kreeg spoedig kleine rollen bij het Deutsches Theater Berlin.

Carrière[bewerken]

Als filmacteur[bewerken]

Vanaf 1920 draaide hij regelmatig films en speelde hij voornamelijk in komedies als de jeugdige, elegante charmeur en minnaar naast beroemde collega's uit die tijd, waaronder Olga Tschechowa, Ossi Oswalda en Lilian Harvey. Sinds 1923 werd hij als acteur door de UFA vastgelegd. In 1925 kreeg hij internationale erkenning door zijn hoofdrol in de stomme operette-verfilming Ein Walzertraum van Ludwig Berger. Hij kreeg een aanbod van United Artists, dat hij echter afwees wegens slechte kennis van de Engelse taal. Door zijn medewerking in de Fritz Lang-films Spione (1928) en Frau im Mond (1929) lukte het Fritsch ook om voet te vatten in het serieuzere filmwerk.

Vanaf 1929 draaide Willy Fritsch geluidsfilms, meestal met Lilian Harvey en Käthe von Nagy. Aangezien het vaak muziekkomedies betrof, nam hij ook zangonderricht. In Melodie des Herzens (1929) sprak hij de eerste zin van de Duitse geluidsfilm: "Ich spare nämlich auf ein Pferd". Nu en in de daaropvolgende jaren werden veel melodieën uit zijn films bekende en populaire schlagers, waaronder Ein Freund, ein guter Freund en Liebling, mein Herz lässt dich grüßen (1930, Die Drei von der Tankstelle), Das gibt's nur einmal (1931, Der Kongreß tanzt), Ich wollt' ich wär' ein Huhn (1936, Glückskinder), Ich tanze mit dir in den Himmel hinein (1937, Sieben Ohrfeigen) en Wenn ein junger Mann kommt (1941, Frauen sind doch bessere Diplomaten). Hij speelde bovendien de hoofdrol in Ihre Hoheit befiehlt (1931) naar een scenario van Billy Wilder. In 1935 draaide Fritsch de door hem steeds als persoonlijke lievelingsfilm betitelde komedie Amphitryon van regisseur Reinhold Schünzel. Zijn gages bereikten in de tussentijd magistrale hoogten.

In 1939 eindigde de samenwerking met Lilian Harvey met de film Frau am Steuer, omdat ze emigreerde naar Frankrijk. Hij werd onder druk van zijn belangenvereniging lid van de NSDAP, maar bleef in zijn meeste films non-politiek, uitgezonderd de propagandafilms Anschlag auf Baku en Junge Adler. In augustus 1944, aan het einde van de Tweede Wereldoorlog, nam Joseph Goebbels hem op in de "Gottbegnadeten-lijst" der acteurs, die hij benodigde voor filmproducties, waardoor Fritsch werd vrijgesteld van de militaire dienstplicht. De laatste oorlogsmaanden verbracht hij in Praag, waar hij samen met Johannes Heesters voor de camera stond voor de film Die Fledermaus.

Na het einde van de oorlog verhuisde Fritsch naar Hamburg en speelde aan het eind van de jaren 40 mee in de satirische producties Film ohne Titel (1947) met Hildegard Knef en Herrliche Zeiten, geproduceerd door Heinz Rühmann met het draaiboek van Günter Neumann. De laatste film kreeg in 1950 de Zilveren Lauwerkrans van de David O. Selznick-prijs als beste Duitstalige volks-onderrichtende film. Vervolgens veranderden zich zijn rollen steeds meer van minnaar naar vaderfiguren, waaronder zijn rol als vader van Romy Schneider in haar filmdebuut Wenn der weiße Flieder blüht (1953). Verder werkte hij mee in diverse "Heimatfilms", waaronder Grün ist die Heide (1951/52). In 1958 speelde hij de hoofdrol in de film Mit Eva fing die Sünde an, naar een draaiboek van Dieter Hildebrandt. Deze film werd in 1962 door Francis Ford Coppola met meerdere scenes aangevuld en onder de titel The Bellboys and the Playgirls hergepubliceerd. Aan de zijde van Peter Kraus was hij ook te zien in de toentertijd commercieel zeer populaire film Was macht Papa denn in Italien? (1961). Zijn laatste film draaide hij aan de zijde van zijn zoon Thomas in 1964 (Das hab ich von Papa gelernt). Hij speelde mee in meer dan 120 films.

Privéleven en overlijden[bewerken]

In 1937 trouwde Fritsch met de artistieke danseres Dinah Grace, waarmee hij twee zonen had: Michael en Thomas, welke laatste ook acteur was. Na het overlijden van zijn echtgenote in 1963 trok hij zich spoedig volledig terug uit de filmbusiness en de openbaarheid. Willy Fritsch overleed op 13 juli 1973 in de leeftijd van 72 jaar in Hamburg, waar hij werd bijgezet op het kerkhof van Ohlsdorf. Zijn schriftelijke nalatenschap bevindt zich in het archief van de Akademie der Künste in Berlijn.

Onderscheidingen[bewerken]

  • 1965 Gouden Filmband voor langjarige en uitstekende prestaties in de Duitse film
  • 1965 Bambi

Discografie[bewerken]

  • 1930 - Ich laß mir meinen Körper schwarz bepinseln (muziek: Friedrich Hollaender/tekst: Robert Liebmann en Friedrich Hollaender) uit de Ufaton-film „Einbrecher“ (Regie: Hanns Schwarz), Willi Fritsch met orkest.
  • 1930 - Liebling, mein Herz läßt dich grüßen (Werner Richard Heymann/Robert Gilbert) uit de geluidsfilm „Die drei von der Tankstelle“ (Regie: Wilhelm Thiele), Lilian Harvey en Willy Fritsch met orkest.
  • 1930 - Die Zwei von der Zankstelle – Potpourri (bewerkt door Peter Kreuder), Lilian Harvey en Willy Fritsch met Odeon-Künstler-Orchester, dirigent: Peter Kreuder.
  • 1931 - Du hast mir heimlich die Liebe ins Haus gebracht (Werner R. Heymann/Robert Gilbert) uit de Ufaton-film-operette „Ihr Hoheit befiehlt“ (Regie: Hanns Schwarz), Lilian Harvey en Willi Fritsch met orkest onder leiding van dirigent Otto Dobrindt.
  • 1931 - Chinamann* (muziek: F. Schröder/tekst: H. F. Beckmann) uit de geluidsfilm: „Sieben Ohrfeigen“ (Regie: Paul Martin), Lilian Harvey en Willy Fritsch met Odeon-dansorkest.
  • 1932 - Du wärst was für mich (muziek: Jean Gilbert/Robert Gilbert) uit de geluidsfilm „Zwei Herzen en ein Schlag“ (Regie: Wilhelm Thiele), Lilian Harvey en Willy Fritsch met orkest, dirigent: Otto Dobrindt.
  • 1932 - Wir zahlen keine Miete mehr (Richard Heymann/Robert Gilbert) uit de geluidsfilm „Ein blonder Traum“ (Regie: Paul Martin), Lilian Harvey en Willy Fritsch met orkest.
  • 1932 - Wir zahlen keine Miete mehr (Richard Heymann/Robert Gilbert) uit de geluidsfilm „Ein blonder Traum“ (Regie: Paul Martin), Lilian Harvey en Willy Fritsch met orkest.
  • 1932 - Ich suche Eine, die mir allein gehört (W. Jurmann/B. Kaper) uit de Ufa-geluidsfilm „Ein toller Einfall“ (Regie: Kurt Gerron), Willy Fritsch met het Original-Ufa-Jazz-Orchester, dirigent: Hans Otto Borgmann.
  • 1936 - Ich wollt', ich wär ein Huhn (Peter Kreuder/Hans Fritz Beckmann) uit de Ufafilm „Glückskinder“ (Regie: Paul Martin), Lilian Harvey en Willy Fritsch met Odeon-dansorkest.
  • 1937 - Ich tanze mit dir in den Himmel hinein (Friedrich Schröder/Hans Fritz Beckmann) uit de Ufa-geluidsfilm „Sieben Ohrfeigen“ (Regie: Paul Martin), Lilian Harvey en Willy Fritsch met Parlophon-dansorkest, dirigent: Friedrich Schröder.
  • 1937 - Chinamann (muziek: F. Schröder/tekst: H. F. Beckmann) uit de geluidsfilm: „Sieben Ohrfeigen“ (Regie: Paul Martin), Lilian Harvey en Willy Fritsch met Odeon-dansorkest.
  • 1939 - Warum hat die Adelheid keinen Abend für mich Zeit (Harald Böhmelt/Richard Busch) uit de Lilian Harvey en Willy Fritsch-Film van de Ufa: „Frau am Steuer“ (Regie: Paul Martin), Willy Fritsch met Odeon-dansorkest, dirigent: Harald Böhmelt.
  • 1941 - Wenn ein junger Mann kommt (Franz Grothe/Willy Dehmel) uit de Ufa-geluidsfilm „Frauen sind doch bessere Diplomaten“ (Regie: Georg Jacoby), Willy Fritsch met orkest, dirigent: Franz Grothe.
  • 1943 - Ich freue mich, daß wieder Sonntag ist (W. Bochmann/E. Knauf), Willy Fritsch met Ufa-filmorkest Odeon.

Filmografie[bewerken]

  • 1921: Miss Venus
  • 1921: Die kleine Midinette
  • 1921: Gelbstern
  • 1921: Razzia
  • 1922: Der blinde Passagier
  • 1922: Der Heiratsschwindler
  • 1922: Schande
  • 1923: Die Fahrt ins Glück
  • 1923: Hallig Hooge
  • 1923: Seine Frau, die Unbekannte
  • 1924: Guillotine
  • 1924: Mutter und Kind
  • 1925: Der Tänzer meiner Frau
  • 1925: Der Farmer aus Texas
  • 1925: Blitzzug der Liebe
  • 1925: Das Mädchen mit der Protektion
  • 1925: Ein Walzertraum
  • 1926: Die Fahrt ins Abenteuer
  • 1926: Der Prinz und die Tänzerin
  • 1926: Die keusche Susanne
  • 1926: Die Boxerbraut
  • 1926: Die sieben Töchter der Frau Gyurkovics
  • 1927: Die selige Exzellenz
  • 1927: Der letzte Walzer
  • 1927: Die Frau im Schrank
  • 1927: Schuldig
  • 1928: Der Tanzstudent
  • 1928: Die Carmen von St. Pauli
  • 1928: Ungarische Rhapsodie
  • 1928: Ihr dunkler Punkt
  • 1928: Spione
  • 1929: Melodie des Herzens
  • 1929: Frau im Mond
  • 1930: Einbrecher
  • 1930: Die drei von der Tankstelle
  • 1930: Hokuspokus
  • 1930: Liebeswalzer
  • 1931: Ihre Hoheit befiehlt
  • 1931: Im Geheimdienst
  • 1931: Ronny
  • 1931: Der Kongreß tanzt
  • 1932: Ein blonder Traum
  • 1932: Ich bei Tag und Du bei Nacht
  • 1932: Der Frechdachs
  • 1932: Ein toller Einfall
  • 1933: Saison in Kairo
  • 1933: Des jungen Dessauers große Liebe
  • 1933: Walzerkrieg
  • 1934: Die Insel (1934)|Die Insel
  • 1934: Prinzessin Turandot
  • 1934: Die Töchter Ihrer Exzellenz
  • 1935: Schwarze Rosen
  • 1935: Amphitryon – Aus den Wolken kommt das Glück
  • 1936: Boccacchio
  • 1936: Glückskinder
  • 1937: Sieben Ohrfeigen
  • 1937: Menschen ohne Vaterland
  • 1937: Streit um den Knaben Jo
  • 1937: Gewitterflug zu Claudia
  • 1938: Zwischen den Eltern
  • 1938: Das Mädchen von gestern Nacht
  • 1938: Am seidenen Faden
  • 1938: Preußische Liebesgeschichte
  • 1939: Die Geliebte
  • 1939: Frau am Steuer
  • 1940: Die unvollkommene Liebe
  • 1940: Das leichte Mädchen
  • 1940: Die keusche Geliebte
  • 1941: Anschlag auf Baku
  • 1941: Dreimal Hochzeit
  • 1941: Frauen sind doch bessere Diplomaten
  • 1941: Leichte Muse
  • 1942: Wiener Blut
  • 1942: Geliebte Welt
  • 1943: Die Gattin
  • 1943: Liebesgeschichten
  • 1943: Der kleine Grenzverkehr
  • 1944: Junge Adler
  • 1945: Das Leben geht weiter (niet compleet)
  • 1945: Die tolle Susanne
  • 1946: Die Fledermaus
  • 1947: Film ohne Titel
  • 1948: Finale
  • 1948: Hallo – Sie haben Ihre Frau vergessen
  • 1949: 12 Herzen für Charly
  • 1949: Derby
  • 1949: Kätchen für alles
  • 1949: Schatten der Nacht
  • 1950: Die wunderschöne Galathee
  • 1950: Mädchen mit Beziehungen
  • 1950: Herrliche Zeiten
  • 1950: König für eine Nacht
  • 1951: Schön muß man sein
  • 1951: Die Dubarry
  • 1951: Die verschleierte Maja
  • 1951: Grün ist die Heide
  • 1952: Mikosch rückt ein
  • 1952: Ferien vom Ich
  • 1952: Am Brunnen vor dem Tore
  • 1953: Von Liebe reden wir später
  • 1953: Damenwahl (1953)|Damenwahl
  • 1953: Wenn der weiße Flieder wieder blüht
  • 1954: Ungarische Rhapsodie
  • 1954: Maxie
  • 1954: Weg in die Vergangenheit
  • 1955: Drei Tage Mittelarrest
  • 1955: Der fröhliche Wanderer
  • 1955: Liebe ist ja nur ein Märchen
  • 1955: Stern von Rio
  • 1955: Die Drei von der Tankstelle
  • 1956: Schwarzwaldmelodie
  • 1956: Wo die alten Wälder rauschen
  • 1956: Das Donkosakenlied
  • 1956: Solange noch die Rosen blühn
  • 1956: Der schräge Otto
  • 1958: Zwei Herzen im Mai
  • 1958: Mit Eva fing die Sünde an / 1962: The Bellboy and the Playgirls
  • 1958: Schwarzwälder Kirsch
  • 1959: Tunisi Top Secret (Akte Sahara – streng vertraulich)
  • 1959: Hubertusjagd
  • 1960: Liebling der Götter
  • 1960: Wenn die Heide blüht
  • 1961: Isola Bella
  • 1961: Was macht Papa denn in Italien?
  • 1962: Der Himmel kann warten (TV)
  • 1963: Jazz und Jux in Heidelberg
  • 1964: Rauf und runter (TV)
  • 1964: Das hab ich von Papa gelernt