Winterkleed

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Wilde eenden in eclipskleed

Het winterkleed is met name bij vogels het verenkleed dat de vogel aanneemt in het niet-broedseizoen.

Bij sommige vogels kan het uiterlijk in de winter sterk verschillen van de dracht in het broedseizoen. Voorbeelden zijn de duikers, zoals de ijsduiker of de steltlopers zoals de kanoetstrandloper. Het zijn vaak trekvogels waarbij de verschillen groot zijn. In het broedseizoen trachten de dieren indruk te maken op hun partner. Tijdens de trek loont het minder opvallend te zijn, omdat de vogel onderweg in de regel meer aan gevaren blootstaat dan op de, meestal vanwege zijn veiligheid uitgezochte, broedplaats.

Voor vogelliefhebbers verdient het aanbeveling van vogels die als wintergasten of doortrekkers te boek staan het winter- en niet het prachtkleed uit het hoofd te leren, tenzij men op bezoek gaat in het hoge noorden.

Sommige soorten, zoals eenden, gaan vanaf de herfst weer langzaamaan naar hun prachtkleed die ze vanaf de winter tot in de lente dragen. Na het broeden ruien ze in de zomer en gaan ze over op het saaiere eclipskleed.

Zie ook[bewerken | brontekst bewerken]