Zimbern

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zimbern in Noord-Italië.

Zimbern is het woord voor de Duitssprekende minderheid in Noord-Italië. Hun taal gaat terug op oud-Beiers en geeft daarmee de plaats van herkomst aan van de verre voorouders, die in de 12de eeuw door de bisschop van Verona werden uitgenodigd om zich op de hooggelegen bergweiden in zijn bisdom te vestigen. De naam is een romantische verwijzing naar de uit Jutland afkomstige Germaanse stammen van de Cimbren en de Teutonen die in de 2de eeuw v. Chr. een rooftocht door Europa begonnen en Rome bedreigden maar, na verslagen te zijn, zich zouden hebben teruggetrokken in de Alpen. Andere verklaringen verwijzen naar de Langobarden die Italië in de 6de eeuw bezetten. De meest voor de hand liggende verklaring is echter die van 'zimberer' ofwel timmerlieden, het beroep wat de bevolking naast marginale landbouw en veeteelt uitoefende. De Oudduitse taalvariant werd in later eeuwen gehandhaafd mede omdat zij van nut was bij de seizoenarbeid van de bevolking als bouwvakarbeiders in Oostenrijk en Beieren.

De instelling van Italiaans onderwijs in de 19de eeuw deed het gebruik van Zimbrisch verminderen. De voorgeschreven italianisering onder het Mussolini-regime versterkte dat en na de Tweede Wereldoorlog werd het plattelandsgemeenschapsleven gemarginaliseerd door de mechanisatie en grootschalige herindeling. Een groot deel van de bevolking vertrok naar de steden, met name ook het nabijgelegen Vicenza en Trento. Het hieronder beschreven taalgebied is nog maar een klein restant. Woonden rond 1860 nog meer dan tienduizend sprekers van deze taal in dit gebied, rond 2010 zijn er amper duizend van over.

De groep leefde oorspronkelijk in:

  • de zogenaamde Sieben Gemeinden, Italiaans:Sette Comuni, Zimbrisch: Hoga Ebene bon Siben Komoine ofwel hoogvlakte van de zeven communes): Asiago-Schlägen, Gallio-Gelle, Roana-Rain, Foza-Fütze, Enego-Jeneve, Rotzo-Ross, Lusiana-Lusian, Valle dei Rochi-Reuttal.

Hedentendage wordt de oude taal nog gesproken door inwoners van Roana (Robaan) en dan in het bijzonder het gehucht Mezzaselva (Mittenwald).

  • in de Dreizehn Gemeinden (in de regio Veneto) waar de oude taal al veel langer is verdwenen.
  • bij Ljetzan (Giazza) en
  • bij Lusern (Luserna in Trentino-Südtirol), waar de oude taal profiteert van de tweetalige wetgeving en onderwijsinrichting van de autonome regio Trentino-Zuid-Tirol en nog door alle generaties gesproken wordt.