Zomerstorm

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een zomerstorm is een storm die in de zomer optreedt.

West-Europa[bewerken]

In West-Europa komen de meeste stormen voor in de periode oktober-april, maar ook in het zomerhalfjaar kan het hard waaien. Voorbeelden van zomerstormen zijn de twee stormen die zich op 27 en 28 mei 2000 in Nederland voordeden. Deze stormen kregen de bijnaam tweelingstormen; door hun koers via het Kanaal werden ze ook wel Kanaalratten genoemd.

In de zomer duren stormen minder lang dan in de winter, maar dat maakt het niet minder gevaarlijk. Zomerstormen komen vaak plotseling opzetten en met name watersporters en houders van strandtenten in de problemen brengen. Bomen die vol in blad staan kunnen de wind moeilijk verdragen, vooral als het ook hevig regent.

De storm van 28 mei 2000 met in IJmuiden een uurgemiddelde van windkracht 10 en windstoten van 122 km/h was de zwaarste storm die in Nederland in mei is voorgekomen sinds de storm van 28 mei 1860. De gelijkenis is niet alleen vanwege de datum opmerkelijk: ook in 1860 volgden beide stormen elkaar binnen 24 uur op, waarbij de tweede de zwaarste was. In de loop van die eerste Pinksterdag nam de wind toe tot kracht 10, zware storm, met windstoten van 115 km/h (Utrecht) en 151 km/h (Vlissingen).

De Pinksterstorm in 1860 motiveerde de directeur van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI), Buys Ballot, tot oprichting van de stormwaarschuwingsdienst. Ook in dat opzicht is de gelijkenis treffend: de storm van 28 mei 2000 was de eerste waarbij een nieuw waarschuwingssysteem, het weeralarm, zijn diensten bewees. Uit onderzoek blijkt dat 72% van de bevolking van Nederland kennis heeft genomen van de waarschuwingen en meer dan de helft heeft maatregelen genomen om schade te voorkomen.

Zomerstormen hebben in het verleden herhaaldelijk tot grote problemen geleid. De beruchtste Nederlandse zomerstorm van de 20e eeuw, is de Hemelvaartsdagstorm op 12 mei 1983. Volkomen onverwacht nam de wind in een uur toe tot windkracht 8 en aan de Zeeuwse en Hollandse kust en bij de Afsluitdijk tot windkracht 10. De vele watersporters die 's ochtends bij aardig weer het water op waren gegaan werden volledig overvallen door het noodweer, dat aan tien mensen het leven kostte. In Utrecht en omgeving ging de storm vergezeld van windhozen, waardoor veel schade werd aangericht.

Berucht is ook de zomerstorm van 30 september 1911, die met windstoten van 137 km/h vooral het Haagse bos trof. In de nacht van 26 op 27 augustus 1912 trok een volgende zomerstorm dwars over Nederland. De depressie trok over Amsterdam waar de luchtdruk zakte tot 968 hPa, een zeldzaamheid, zeker in de zomer. Hoek van Holland registreerde een windstoot van 148 km/h. De koude augustus 1956 was met liefst vier stormen gewoon een herfstmaand. De rekenmodellen van de atmosfeer en de mogelijkheden om waarschuwingen te verspreiden zijn nu veel beter dan in het verleden, zodat zomerstormen ons niet meer hoeven te overvallen.

De storm van 25 juli 2015 was de zwaarste storm die ooit in juli werd gemeten.