Abdijvorstendom

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Adolf von Dalberg, prins-abt van Fulda

Een abdijvorstendom of vorstelijke abdij was een vorstendom dat beheerd werd door het hoofd van een abdij, de vorst-abt of de prins-abt. Het is vergelijkbaar met een prinsbisdom, waar de wereldlijke en geestelijke macht ook verenigd waren in handen van een geestelijke.

Binnen het Heilige Roomse Rijk voerden een aantal abten de titel vorst, maar slechts een klein gedeelte had zitting op de vorstenbank van de Rijksdag. Verder waren er abdijen binnen Zwabisch Oostenrijk die niet rijksvrij waren, maar onder de landshoogheid van Oostenrijk een gebied met meerdere dorpen bestuurden.

Op het grondgebied van het huidige België was er het prinsdom Stavelot-Malmedy dat beheerd werd door de abt van Stavelot.

In Limburg was er de abdij van Thorn en in Brabant de abdij van Nijvel, beide beheerd door een (vorstin-)abdis. Nijvel was weliswaar geen volledig zelfstandig abdijvorstendom, maar stond onder voogdij van het hertogdom Brabant. Ook Thorn werd niet erkend als vorstendom, de abdis behoorde niet tot de rijksvorsten maar tot de rijksprelaten.

Onder andere in Engeland bestonden er abdijvorstendommen die in handen waren van een convent van vrouwelijke religieuzen. Die situatie waren de enige gevallen waar de heerschappij exclusief kon voorbehouden zijn voor een vrouwelijke heer, de prinses-abdis.

Zie ook[bewerken]