Allopathie
Allopathie is een 19e-eeuwse term die vandaag in homeopathische kringen nog steeds gebruikt wordt voor reguliere geneeskunde. Vanuit wetenschappelijk oogpunt is de duiding echter achterhaald.
[bewerken] Historiek
De basis van de geneeskunde in de tijd dat homeopathie werd 'uitgevonden' was de leer van de vier humores - bloed, speeksel, gele gal en zwarte gal. Deze waren verbonden aan de vier elementen - lucht, water, vuur en aarde. Ziekte zou veroorzaakt worden door een onbalans in deze humoren. De reguliere geneeskunde uit die tijd trachtte ziekten te genezen door tegen deze onbalans in te gaan, vandaar allo in de betekenis van tegenovergesteld (Pathie komt van het Griekse woord pathos - lijden). Als iemand koortsig was, dus nat (zweet) en heet, was de behandeling er op gericht een patiënt droog en koud te maken. Hiertoe werden voedsel en stoffen toegediend die werden geassocieerd met koud en droog. De meeste ziekten werden blijkbaar toegeschreven aan een teveel aan bloed, aangezien aderlaten verreweg de meest toegepaste behandeling was.
Samuel Hahnemann, de uitvinder van de homeopathie, was van mening dat men niet tegen de humoren in moest gaan, maar deze juist moest aanmoedigen, vandaar het gebruik van het woord homeo van homeios = gelijkluidend (in plaats van tegenovergesteld) in de naam homeopathie. Dit deed hij door ziekten te lijf te gaan met extreem verdunde doseringen van stoffen die in normale doseringen de verschijnselen die moeten worden bestreden, juist kunnen oproepen.
[bewerken] Heden
De moderne geneeskunde heeft de leer van de vier humoren reeds lange tijd achter zich gelaten. In tegenstelling tot de homeopathie is de moderne geneeskunde niet meer gebaseerd op de leer van de vier humoren. Derhalve bestaat allopathie feitelijk niet meer. De naam allopathie is in homeopathische kringen dermate ingeburgerd dat deze vereenzelvigd wordt met reguliere geneeskunde, maar vanuit wetenschappelijk oogpunt is de duiding achterhaald.