Argentavis
| Argentavis Fossiel voorkomen: Laat-Mioceen |
|||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Geslacht | |||||||||||||
| Argentavis Campbell & Tonni, 1980 |
|||||||||||||
| Typesoort | |||||||||||||
| Argentavis magnificens Campbell & Tonni, 1980 | |||||||||||||
|
|||||||||||||
Argentavis is een uitgestorven monotypisch geslacht van vogels, behorend tot de Teratornithinae, dat voorkwam in het Laat-Mioceen. De enige soort, Argentavis magnificens, kon tot 150 cm hoog worden. Fossielen werden gevonden in Argentinië, vandaar de naam.
Beschrijving [bewerken]
Argentavis was een gier met bijzonder grote vleugels. Van Argentavis zijn niet veel resten gevonden maar op grond van het beschikbare materiaal wordt de spanwijdte op 730 cm geschat, wat meer dan twee keer zoveel is als die van de reuzenalbatros, in onze tijd de vogel met de grootste spanwijdte.
Argentavis was misschien nauwer verwant aan de ooievaars dan aan andere roofvogels. Sommige wetenschappers vinden in hun analyses stambomen waarin de gieren van de Nieuwe Wereld, de Cathartidae, tot de Ciconiiformes behoren. Deze gieren splitsten zich dan vroeg in het Tertiair van de ooievaars af. Andere studies wijzen op een verwantschap met de roofvogels, waaronder de gieren van de Oude Wereld, binnen de Falconiformes. Soms wordt dit opgelost door van een eigen orde te spreken: de Cathartiformes.
Bronnen, noten en/of referenties
|