Asaphus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Asaphus
Fossiel voorkomen: Ordovicium
Asaphus expansus robustus
Asaphus expansus robustus
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (dieren)
Onderrijk: Metazoa
Stam: Arthropoda (geleedpotigen)
Klasse: Trilobita (trilobieten)
Orde: Asaphida
Familie: Asaphidae
Geslacht
Asaphus
Brongniard, 1822
Typesoort
Asaphus expansus (Wahlenberg, 1821) synoniemen Entomostracites expansus, Entomolitus paradoxus a expansus L., 1768
Soorten
  • A. acuminatus Boeck, 1838
  • A. bottnicus Jaanusson
  • A. broeggeri Schmidt
  • A. cornutus Pander, 1830
  • A. eichwaldi Schmidt
  • A. expansus (Wahlenberg, 1821)
  • A. heckeri (Ivantsov)
  • A. holmi Schmidt, 1898
  • A. ingrianus Jaanusson, 1953
  • A. intermedius Lesnikova in Balashova, 1953
  • A. knyrkoi Schmidt
  • A. kotlukovi Lesnikova in Balashova, 1953
  • A. kowalewskii Lawrow, 1856
  • A. latus Pander, 1830
  • A. laevissimus Schmidt, 1898
  • A. lepidurus Neiszkowski, 1859
  • A. minor
  • A. neiszkowskii Schmidt, 1898
  • A. pachyophthalmus
  • A. plautini Schmidt, 1898
  • A. punctatus Lesnikova, 1949
  • A. raniceps Dalman, 1827
  • A. robustus
  • A. sulevi Jaanusson
  • A. wahlenbergi
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Asaphus is een geslacht van trilobieten uit het Ordovicium (rond 500 tot 450 miljoen jaar geleden), dat leefde in de zeeën van het toenmalige continent Baltica. Fossielen van deze trilobieten worden voornamelijk gevonden in het oosten van Europa. Het geslacht Asaphus valt onder de orde Asaphida. Trilobieten van dit geslacht zijn typisch tussen de 3 en 8 cm lang, met een glad cephalon dat duidelijk gescheiden is van het glabellum. De segmenten van het pygidium zitten bij dit geslacht aan elkaar vast. De soorten binnen het geslacht Asaphus waren benthische predatoren of detritivoren.

In het Ordovicium bevond zich in het oosten van Baltica een ondiepe binnenzee, waar zich een trilobietenfauna met een voor die tijd hoge diversiteit ontwikkelde. Er zijn twee onafhankelijke soortenreeksen waarbij de ogen, op steeds langere stelen kwamen te staan, de zogenoemde peduncula. Vermoedelijk groeven deze soorten zich in de zeebodem in, waarbij alleen de ogen boven het zand uitstaken. Deze ontwikkeling moet het gevolg zijn geweest van een selectiedruk, veroorzaakt door een stijgend aantal roofdieren of vanwege een grotere turbulentie van het zeewater.

Zachte delen[bewerken]

Van slechts een twintigtal soorten trilobiten zijn zachte delen gevonden, waaronder vermoedelijk een poot van een enkel exemplaar van A. expansus, afkomstig van een Middel Ordovicische kalksteen uit het Baltisch gebied in de Russische Federatie.[1]

Bronnen[bewerken]

  1. , Treatise on Invertebrate Paleontology, Geological Society of America and University of Kansas Press, 1959