Atoomstraal

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Atoomstralen van alle elementen in picometers

Een atoom bestaat uit een positief geladen kern met daaromheen een wolk negatief geladen elektronen. Deze wolk dunt steeds verder uit, naarmate men zich van de kern verwijdert, vanaf een bepaalde afstand verloopt dat proces bijzonder snel. Men kan daarom een bepaalde verdunningsgraad kiezen en de straal waarbij dit gebeurt de atoomstraal of atoomradius noemen.

De dichtheid van de wolk kan theoretisch berekend worden door middel van de theorie van de golf- of kwantummechanica en daarmee kan dus de atoomstraal van een enkel atoom in vacuo berekend worden. Daarmee hebben we dus een idee hoe groot het atoom is. In het periodiek systeem neemt deze afstand binnen een periode meestal naar rechts toe af.

Er zijn ook experimentele technieken zoals elektrondiffractie aan verdunde één-atomige gassen, waarmee in bepaalde gevallen de atoomstraal gemeten kan worden. De berekeningen en de metingen zijn in goede overeenkomst.

Chemisch is de atoomstraal echter niet erg relevant omdat chemici juist belang hechten aan wat er gebeurt als twee of meer atomen elkaar benaderen. Er ontstaat dan al of niet een chemische binding en de afstand van de twee atomen verschilt aanmerkelijk van de som van de atoomstralen. Er zijn daarom een aantal andere stralen ingevoerd die een betere voorspelling geven van de afstand tussen de deeltjes in verschillende omstandigheden.

Zie ook[bewerken]