Bank holiday

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Bank Holidays zijn nationale vrije dagen in het Verenigd Koninkrijk en Ierland. De naam is ontleend aan de gewoonte van de Bank of England om geen zaken te doen op sommige religieuze feestdagen. Tot 1834 waren het ruim dertig dagen waarop de bank gesloten was, daarna werd het aantal teruggebracht tot vier: 1 mei, 1 november, Goede Vrijdag en Kerstmis. In 1871 introduceerde John Lubbock wetgeving waarin vier dagen in het jaar voor het eerst tot Bank Holiday werden verklaard, waarbij Engeland en Schotland verschillend werden behandeld, omdat de traditie daar andere dagen hoger waardeerde. De nieuwe vrije dagen heetten nog lang St. Lubbocks Day. De bank holidays zijn een instituut in Groot-Brittanniē.

Bank Holidays volgens de wetgeving van 1871
Engeland, Wales, Ierland Schotland
Goede Vrijdag
Tweede Paasdag
Tweede Pinksterdag Eerste maandag in mei
Eerste maandag van augustus Eerste maandag van augustus
Boxing Day Kerstmis

Goede Vrijdag en Kerstmis worden in Engeland, Wales en Ierland niet genoemd omdat dat volgens de common law al vrije dagen waren. Schotland noemt ze wel specifiek. Ierland erkende in 1903 met een eigen Bank Holiday Act St. Patrick's Day als Bank Holiday.

In 1971 werd met de Banking and Financial Dealings Act het stelsel van Bank Holidays uitgebreid met onder meer de eerste maandag in mei en Nieuwjaarsdag. De bank holiday van de eerste maandag van augustus werd verplaatst naar de laatste maandag van augustus. In 2007 nam het Schotse parlement de St. Andrew's Day Bank Holiday Act aan, waarin de naamdag van deze heilige net als die van St. Patrick gevierd kon worden.