Barbershop

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een Barbershop-kwartet in Disneyworld

Barbershop (scheerschoolzang) is een, over het algemeen, makkelijk in het gehoor liggende manier van close harmony singing. Waar je close harmony zou kunnen beschouwen als klassieke muziek, gemaakt met alleen de stem, a capella, dus zonder instrumentale begeleiding; is barbershop daar het populaire zusje van. Qua indeling echter, vallen beide soorten van zingen onder de lichte muziek waarbij barbershop als volkskunst beschouwd mag worden. In close harmonygroepen wordt namelijk zowel door beroeps- als amateurzangers gezongen; barbershoppers daarentegen zijn altijd amateurgroepen door wie echter soms een onwaarschijnlijk hoge kwaliteit wordt bereikt.

In Nederland zijn er 1770 (waarvan 1200 vrouwen) beoefenaars.[bron?]

Geschiedenis[bewerken]

Het wordt in het algemeen aangenomen dat de zangstijl stamt uit de Afro-Amerikaanse cultuur rond 1900, waar kapperszaken (barbershops) belangrijke ontmoetingsplaatsen waren en nog steeds zijn, en waar de mannelijke klanten, wachtend op een knip- en scheerbeurt de tijd doodden door samen te zingen. Het vierstemmige barbershop-kwartet had echter zijn oorsprong in de Afro-Amerikaanse kerken, waar close harmony een lange traditie heeft.

Het betrof veelal bekende volksliedjes met vertrouwde emoties zoals liefde, moederliefde en vaderlandsliefde; nog steeds populaire thema's in de stijl. Een man begon te zingen; anderen zetten daar, op gevoel, een stem bij tot een harmonieus akkoord van vier stemmen. Deze oervorm van barbershop, het zogenaamde woodshedden, wordt nog wel beoefend als training op luisteren en inzicht in akkoordenleer.

Een hobby van alleen mannen is het al lang niet meer, ook vrouwen laten van zich horen.

Ook zijn er groepen die originele liedjes in a capella liedjes converteren. Bijvoorbeeld liedjes van Queen en Phil Collins.

Repertoire[bewerken]

Het repertoire van de barbershopstijl bestaat voornamelijk uit Engelstalige songs, afkomstig uit de eerste decennia van de twintigste eeuw en de moderne musicals van onze tijd. Die songs worden bewerkt in een specifiek barbershop-arrangement. Daarnaast werden en worden nog steeds songs speciaal voor barbershop geschreven door componisten en tekstschrijvers.

Veel koren nemen de laatste tijd ook graag wat close harmonysongs op in het repertoire, ter afwisseling. De Good Old Barbershopsong blijft echter voor veel liefhebbers de hoofdzaak, waarvoor men elkaar treft op de zogenaamde conventies waar een deskundige jury de kwaliteit beoordeelt. De kampioen kan rekenen op veel optredens waar ook weer veel zangers naar toe trekken om te genieten en ervan te leren.

Presentatie[bewerken]

Een kenmerk van de moderne barbershop is de presentatie; het geheel wordt aantrekkelijk gemaakt voor publiek en alle mogelijkheden om de emotie en sfeer van de song goed uit te drukken worden benut. Afhankelijk van de cultuur van de groep of toevallig in de groep aanwezig talent, wordt een choreografie neergezet die varieert van eenvoudig tot geraffineerd waarbij het gehele podium gebruikt wordt in een showachtig gebeuren.

Ook aan de kleding wordt vaak uitbundig aandacht besteed; het gebruik van kleur en schittering is eerder regel dan uitzondering.

De basis van de presentatie ligt in het zingen met een natuurlijke uitstraling; vrolijkheid, verliefdheid of weemoed worden overgebracht met de klank en de tekst maar ook met mimiek en lichaamstaal. In de groepen wordt aandacht besteed aan het bewust oproepen van die natuurlijke uitstraling als het instuderen van de song en de choreografie er toe geleid heeft dat de gezichten van de zangers een ijverige en al te serieuze uitstraling hebben gekregen.

Het standaard uit het hoofd zingen van alle nummers bevordert het contact met het publiek.

Formaties, stempartijen en techniek[bewerken]

De formaties waarin gezongen wordt zijn talrijk. De kleinste eenheid is het kwartet, de grootste het koor waarvan het aantal zangers wordt bepaald door de wens van de leden of het formaat van de repetitieruimte maar altijd zal er gelet worden op de balans tussen de verschillende partijen. De lead zingt doorgaans de melodie en moet het luidst klinken, de bass zingt de basis en moet ook flink vertegenwoordigd zijn om de totale sound een warme donkere ondertoon te geven. De baritone past zich aan en kan zowel boven als onder de lead zingen; deze stem speelt een belangrijke rol in de balans en de klankkleur van de verschillende noten van een song door afwisselend naar de lead of de bass te kleuren. De tenor tenslotte zingt de hoogste partij en is klein maar fijn; duidelijk waarneembaar maar zelden op de voorgrond.

Als een koor of kwartet zuiver zingt ontstaat de tenorstem vaak vanzelf als boventoon, een natuurlijk verschijnsel dat ringing chords wordt genoemd.

De leden van een formatie zullen tijdens het zingen ook altijd naar elkaar luisteren, voor de balans, de zuiverheid en de dynamiek. Voor groepen groter dan een octet staat altijd een dirigent, vaak een beroepskracht, die het koor leidt en zich inzet om de muzikale en technische kwaliteit op een zo hoog mogelijk niveau te brengen. Zangers kunnen zich door intern gegeven cursussen ook ontwikkelen tot dirigent of jurylid. De begeleider is meestal iemand met grote kwaliteiten die tijdens oefenweekeinden of -dagen het uiterste uit een koor weet te halen door een vernieuwd bewustzijn ten aanzien van de basics, de uitgangspunten van kwaliteit, op te wekken.

Afterglow[bewerken]

Na een repetitie of een optreden is het onder barbershoppers een goed gebruik om gezellig samen nog iets te drinken en te zingen tijdens de "afterglow". Door een selectie van liedjes, de zogenaamde 'pole cat' of 'catsong' die internationaal meestal door elke barbershopper gekend wordt, is het mogelijk om tijdens grote manifestaties met andere koren en kwartetten samen te zingen.

Externe links[bewerken]