Bevrijding
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Het woord bevrijding geeft meestal aan dat iemand of iets bevrijd is van een bezetting, probleem of last.
Wanneer men het in de recente Nederlandse geschiedenis heeft over "De Bevrijding", dan bedoelt men meestal de bevrijding van Nederland van de Duitse bezetting van Tweede Wereldoorlog in 1945. Deze bevrijding wordt nog altijd gevierd tijdens Bevrijdingsdag op 5 mei.
Het zuidelijke deel van Nederland - beneden de grote rivieren - werd bevrijd in de herfst van 1944. Op 12 september 1944 trokken de Amerikanen Zuid-Limburg binnen en werden de eerste Nederlandse gemeenten bevrijd, Eijsden, Mesch, Mheer en Noorbeek. Op 14 september 1944 werd Maastricht bevrijd. Operatie Market Garden werd vervolgens ingezet: een stoutmoedig plan om in een keer de rivieren over te steken en zo Duitsland binnen te trekken. Uiteraard zou Nederland dan en passant ook bevrijd worden. De operatie woedde van 17 tot 25 september 1944 en eindigde in een Duitse overwinning in de slag om Arnhem. In de herfst van 1944 werd het resterende deel van Nederland bezuiden de rivieren bevrijd, voornamelijk om de toegang tot de belangrijke havenstad Antwerpen vrij te maken. De Duitsers verzetten zich met name in Zeeland heftig en de dijken werden stukgebombardeerd. Het front lag nu op de grote rivieren en voorlopig was de geallieerde opmars in Nederland tot stilstand gekomen.
Het noordelijke deel van Nederland werd pas in de lente van 1945 bevrijd, na wat bekend is als de Hongerwinter. Deze tweede fase in de bevrijding begon buiten Nederland, te weten met de geallieerde verovering van de Ludendorffbrug bij Remagen in Duitsland op 7 maart 1945. Geallieerde Brits-Canadees legers bogen af naar Oost-Nederland. Op 23 maart 1945 betraden de eerste geallieerde eenheden Nederland bij Dinxperlo en Elten, waar overigens hard werd gevochten.
Vanaf dit moment was er geen sprake meer van een geregeld front. De Canadezen pasten een soort "estafette"tactiek toe waarbij de voorste eenheden werden afgelost door achteropkomende eenheden. Men trachtte zover mogelijk op te rukken waarbij blokkades en versterkingen werden omzeild en succes direct werd uitgebuit. Om flankbeveiliging bekommerden de geallieerde eenheden zich niet meer. Dit was ook vrijwel niet meer nodig: de verdedigende Duitse troepen bestonden grotendeels uit ongemotiveerde oude mannen en jonge jongens die bovendien slecht bevoorraad waren. De stad Groningen werd daarentegen op 14, 15 en 16 april met verve verdedigd door enkele duizenden fanatieke Duitse en Nederlandse SS-ers. In de daaropvolgende strijd ging de noordkant van de Grote Markt in vlammen op. Groningen was niet het enige voorbeeld: een deel van de bezetters en collaborateurs verdedigde zich wel degelijk tot het uiterste.
De geallieerde troepen maakten echter geen haast met het binnentrekken van West-Nederland. Met voedseldroppings (Operatie Manna) probeerde men de ergste hongersnood te ledigen. De troepen hielden echter halt aan de Veluwe. Op 4 mei 1945 gaven de Duitsers in Nederland zich onvoorwaardelijk over en konden de geallieerden eindelijk West-Nederland binnentrekken.
Bevrijdingen verliepen vaak volgens een vast patroon. Het schieten en oorlogsgeweld kwam naderbij, vervolgens een verkenner of een dorpsgenoot die beweerde de bevrijders te hebben gezien. Uiteindelijk arriveerden na enkele uren gespannen wachten de geallieerden en werden stormachtig onthaald door de bevolking. Duitsers capituleerden of trokken zich terug terwijl verzetsstrijders en onderduikers te voorschijn kwamen. "Foute" Nederlanders werden gevangengezet en beschimpt door de bevolking. De geallieerden brachten sigaretten en chocola mee en deelden dit uit. In die bevrijdingsdagen vielen nog doden door verdwaalde kogels, zelfs van vreugdeschoten.
Op het eiland Texel maakten 800 Georgiërs deel uit van het Duitse leger, deels vrijwillig, deels min of meer gedwongen. Op 5 april 1945 kwamen zij tegen de Duitsers in opstand. Deze opstand van de Georgiërs werd door het Duitse leger na vijf weken strijd neergeslagen. Er kwamen 565 Georgiërs, 120 Texelaars en 800 Duitsers bij om. De Duitsers waren op Texel aan de macht tot 20 mei, toen Canadese militairen op het eiland aankwamen. De 228 overlevende Georgiërs werden na de oorlog uitgeleverd aan de Sovjet-Unie.
Met name Amerikaanse en Canadese legertroepen en onder meer een groot aantal Poolse soldaten droegen bij aan de bevrijding van Nederland.
Na de bevrijding beleefde Nederland een geboortegolf.

