Bingo (spel)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Bingo

Bingo is een spel voor meer spelers, waarbij iedere speler een formulier met getallen heeft, die kunnen worden weggestreept wanneer het getal, dat wordt getrokken door de spelleider, op dit formulier staat. Bingo wordt tegenwoordig veel gespeeld in bejaardentehuizen ter ontspanning.

Bingo noemt men soms verkeerdelijk kienen gezien er tussen beide spelen toch wel enkele essentiële verschillen zijn.

Het wordt gespeeld met de getallen 1-75, waarbij een enkele sheet bestaat uit 24 getallen (5x5 getallen). In het midden van het formulier is geen getal aanwezig. Boven de kolommen staan de letters B I N G O.

  • de B-kolom bevat 5 getallen uit de reeks 1 t/m 15
  • de I-kolom bevat 5 getallen uit de reeks 16 t/m 30
  • de N-kolom bevat 4 getallen uit de reeks 31 t/m 45 en in het midden een leeg veld of logo
  • de G-kolom bevat 5 getallen uit de reeks 46 t/m 60
  • de O-kolom bevat 5 getallen uit de reeks 61 t/m 75

Elk getal komt maximaal 1 maal voor op elke kaart. Getallen staan ongesorteerd in elke kolom.

Voorbeeld:

B I N G O
3 19 45 47 62
11 25 34 53 70
15 24 * 59 68
13 16 39 51 72
7 28 35 48 66

Spelverloop[bewerken]

In zijn meest basale vorm wordt Bingo als volgt gespeeld. De spelleider trekt één voor één een bal met een getal erop, waarna de spelers dit getal op hun eigen bingokaart opzoeken en markeren of doorstrepen. De eerste speler met een kaart, waarvan alle getallen genoemd zijn (volle kaart), roept BINGO en wint. Eventueel worden er meer rondes gespeeld.

Er zijn ook varianten, waarbij diegene wint, die het eerste een horizontale of verticale rij van weggestreepte getallen heeft. Ook kan er gespeeld worden totdat men een O, X, L, een vierkantje of een andere van tevoren afgesproken vorm bereikt is.

Aantal kaarten per speler[bewerken]

De speler kan meestal zelf beslissen hoeveel bingo-kaarten hij per spelronde aankoopt. Meestal bestaat een bingo-set uit een afscheurblok. Elk blad bestaat uit drie delen. Elk deel is een speelrooster. Als je een volledig blad neemt (dus de drie speelroosters) heb je op 3 cijfers na alle getallen. De meeste spelers kiezen dus ook voor een heel blad.

Geschiedenis[bewerken]

Bingo komt van het spel Lotto, dat al sinds 1530 in Italië werd gespeeld. Bingo als naam komt als verbastering van Beano, de naam van het formulier waarop Bingo werd gespeeld in Amerika rond 1920. De naam Beano komt weer van de bonen, die werden gebruikt om de nummers af te dekken. In de Nederlandstalige landen staat het spel ook verkeerdelijk bekend als kienen. Deze naam is afgeleid van het Franse woord quine (vijf), verwijzend naar de 5 rijen en kolommen.

Engelse namen en nummers[bewerken]

In Engeland worden de nummers soms ook omgeroepen als omschrijving. 22 is dan two little ducks/twee kleine eendjes, en 8 one fat lady/een dikke vrouw. In de officiële bingo halls worden echter ook de getallen omgeroepen, omdat een getal pas kan worden afgestreept als het getal is omgeroepen. De omschrijving is dan als extra.

Enkele verschillen met Kienen[bewerken]

Volledige kienkaart
  • De speelkaart
    • Bingo: een kaart bestaat uit een raster zoals hierboven afgebeeld. De meeste spelers kiezen voor 3 opeenvolgende rasters omdat men dan alle nummers heeft (op 3 na)
    • Kienen: Bij kienen heeft men de keuze uit een aantal formaten. De kleine kaart (vergelijkbaar met de enkele Bingo-kaart) bestaat uit 9 kolommen en 3 rijen. De grote kaart bestaat uit 6 tabellen. Elke tabel bestaat uit 9 kolommen en 3 rijen. Voor meer informatie over de type van kaarten, raadpleeg het artikel kienen
  • Wissel van kaart
    • Bingo: Men koopt na elk spel een nieuwe kaart. Men kan na elk spel beslissen hoeveel kaarten men koopt, maar meestal zijn er dat 3 omdat men dan bijna alle nummers heeft.
    • Kienen: Men speelt de gehele avond met dezelfde kaart. De beschikbare nummers hangen dus af van het type kaart je koopt.
  • Aantal nummers in het spel
    • Bingo: 75 nummers
    • Kienen: 90 nummers
  • Plaats van nummers
    • Bingo: Kolom 1 bevat nummers van 1 tot en met 15, kolom 2 van 16 tot en met 30, ...
    • Kienen: Eenheden staan in kolom 1, tientallen in kolom 2, twintigtallen in kolom 3, ...
  • Aantal nummers per tabel
    • Bingo: In elke tabel heeft de gebruiker 24 getallen.
    • Kienen: In elke tabel heeft de gebruiker 15 getallen.
  • Nummers die de speler heeft
    • Bingo: Op elke bingokaart is 1 nummer te kort dat zich bevindt tussen 31 en 45. Wanneer een speler 3 opeenvolgende bingokaarten koopt, mist hij dus 3 van de 75 cijfers.
    • Kienen: Bij de grote kaart vindt de speler alle nummers terug op zijn bord. Wanneer hij de kleine kaart koopt (vgl met 1 bingokaart) heeft hij maar 15 van de 90 nummers.
  • Minimaal te trekken nummers vooraleer iemand prijs kan hebben
    • Bij Bingo kan dit al na vier nummers zijn gezien de middelste kolom ook maar 4 getallen bevat.
    • Kienen: gezien op elke rij 5 nummers staan, dienen er dus ook steeds minstens 5 getallen getrokken te worden.
  • Markeren van afgeroepen getallen
    • Bij Bingo doorstreept men de nummers met een balpen of markeerstift. Na het einde van een spelronde werpt men het bingoblad in de prullenmand en neemt men een nieuw Bingo-blad
    • Bij kienen legt men een doorzichtige fiche op het getal. Na het einde van een spelronde verwijdert men de fiches van de kaart
  • Valse Kien/Bingo
    • Bij Bingo wordt de betreffende kaart meestal vernietigd.
    • Bij Kienen worden de fiches van de tabel waarop men "valse kien" heeft geroepen, verwijderd. Als men zich in de eerste subronde bevindt, is het statistisch nog mogelijk om te winnen (daar er nog tot 10 niet-afgeroepen nummers op die kaart kunnen staan)

Trivia[bewerken]

Op het Bingospel zijn verschillende humoristisch bedoelde varianten bedacht, die meer 'een punt willen maken' dan dat ze daadwerkelijk als spel worden gebruikt.

Een voorbeeld hiervan is de bullshitbingo, ook wel lulkoekbingo, waar verschillende varianten van bestaan. Op deze bingo kunnen managementstermen worden afgestreept als "speerpunt", "uitkristalliseren" en "integrale aanpak". Bij een volle bingokaart mag de speler het verhaal van de spreker onderbreken met "Bullshit!" dan wel "Lulkoek!". Er zijn bullshitbingo's in diverse talen in omloop. Een vergelijkbare variant is de stopwoordbingo met daarop termen als "je weet wel", "gewoon" en "zeg maar".

Een tweede voorbeeld is de NS-bingo, die zich eind november 2011 zeer snel verspreidde over verschillende sociale netwerksites. Op deze kaart kan de treinreiziger vertragingen afstrepen als "defect sein/seinstoring", "gladde/bevroren/blaadjes op sporen" en "afwezig/verlaat personeel". NS besloot op de hype in te haken door de eerste vijf volle bingokaarten te belonen met een eerste klas-dagkaart.

Een derde voorbeeld is het zogenoemde "autobingo", een spel dat logischerwijs in de auto wordt gespeeld. Het is hierbij de bedoeling om een lijst met dingen variërend van vogels tot tankstations te vinden. De zaken die gevonden moeten worden gaan van makkelijk (schapen, vrouw achter het stuur, een tankstation) naar moeilijk (molen, trein, taxi, brommer). Het spel is bedoeld om verveling tegen te gaan tijdens lange ritten in de auto. Als iemand alles van zijn lijst heeft gezien, dient hij "Bingo!" te roepen, net als bij het gewone bingospel.

Referenties