Biologische klok

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De biologische klok is een aangeboren mechanisme bij organismen waarbij allerlei lichamelijke functies met een bepaalde periodiciteit plaatsvinden. Er zijn:

  • circadiane ritmes die ongeveer 24 uur in beslag nemen, zoals het slaap-waakritme;
  • maandelijkse ritmes die ongeveer een (maan)maand duren, zoals de menselijke menstruatiecyclus, en
  • jaarlijkse ritmes, zoals de vogeltrek of het voortplantingsgedrag van veel dieren.

Een dergelijke inwendig meetikkende klok wordt meestal gelijk gezet door invloeden van buitenaf, vooral daglicht. Bij organismen die steeds in het donker, of steeds in het licht worden gehouden ontspoort het eigen ritme meestal iets, en blijkt dan vaak een iets afwijkende periode te hebben dan de duur van het normale ritme, zo duurt bijvoorbeeld het menselijke slaap-waakritme 24,5 zonder externe tijdsaanduiders. Hierover zijn vele experimenten gedaan, bij mensen, muizen, insecten en vele andere dieren.

De inwendige klok kan ontregeld raken, bijvoorbeeld door systematisch laat naar bed te gaan (ploegendienst), door een lange reis in oost-west richting of andersom (meestal met het vliegtuig) - de zogenaamde jetlag -, of de overgang van zomer- naar wintertijd of andersom. Het duurt dan enige dagen voor men zich weer lekker voelt. Wat langer opblijven geeft minder verstoring dan wat vroeger opstaan. Bij opvolgende ploegendiensten is het dan ook van belang zo veel mogelijk volgens het schema ochtend-avond-nacht te rouleren, niet andersom.

Zie ook[bewerken]