Bouzouki

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Griekse bouzouki
Achterzijde bouzouki

De bouzouki (Grieks: το μπουζούκι; mv. τα μπουζούκια, bouzoukia) is een snaarinstrument (een dubbelkorige langhalsluit) uit Griekenland.

Geschiedenis[bewerken]

Sommigen menen dat de bouzouki instrument geëvolueerd is vanuit de Turkse "buzuk Bağlama" in de achterbuurten van Athene waar het gebruikt werd in de rebetika muziek in kroegen waar hasj verkocht werd (tekes). De oorsprong van de benaming loopt eigenlijk verder tot het Perzisch "tambur-e bozorg" oftewel 'grote tambura'. De klank -rg is in het Turks herleid tot -k. Maar ook de oorsprong van dit instrument kan verder getrokken naar de "Pandoura", een instrument uit de Griekse Oudheid. De meeste historici geloven dat de naam van dit en andere instrumenten maar ook klanken en muziektheorie uit de rijke Byzantijnse muziektraditie tijdens de 5-tal eeuwen Ottomaanse overheersing gewoon overgenomen en mettertijd van naam veranderd zijn. De naam van dit instrument evolueert dus in de loop van de geschiedenis van tamboura, tambourida, trichordon, tambouras, thamboura, tambourin, psaltirion naar bouzouki. Afbeeldingen op miniaturen en wandschilderingen uit de Byzantijnse periode, van instrumenten, leveren iconografisch bewijs hiervan. De musicoloog Φοίβος Άνωγειανάκης heeft een prachtige studie gepubliceerd over de geschiedenis van dit instrument.[bron?]

In de loop van de 19e eeuw is de bouzouki minder populair geworden in de Griekse volksmuziek, en zelfs haast verdwenen. Enkel in duistere kroegen en bij sommige Griekse muzikanten in Klein-Azië kende het instrument nog enige waardering. Tegen het einde van de 19e eeuw is het langzaam maar zeker terug ten tonele verschenen dankzij de gestage opkomst van de rebetika.

Vanaf 1900 en tot de jaren veertig had de bouzouki 3 dubbelkorige snaren (trichordo), gestemd D,A,D, en dit instrument wordt tot op vandaag de dag bespeeld. Er is zelfs sprake van een echte revival.

De stemming van een 4-snarige (tetrachordo) bouzouki (de tegenwoordig meer populaire) is C, F, A, D (een hele noot lager dan de hoogste vier snaren van een gitaar), waarbij de dubbelkorige snaren van de C en de F in octaven gestemd staan.

De bouzouki wordt met een plectrum als melodie-instrument bespeeld. De kwaliteit van de bouzouki wordt vaak afgemeten aan het aantal duigjes waaruit de bolle klankkast is opgebouwd, (hoe meer duigjes hoe duurder en beter denkt men vaak). Toch zegt het aantal duigjes niets over de klank. Een bouzouki met weinig duigjes (in het Grieks 'doejes') kan veel beter klinken dan een exemplaar met veel. Het heeft alles te maken met de gebruikte houtsoorten enerzijds – vooral de kwaliteit van het bovenblad ('elato' ofwel spar) is zeer belangrijk – en met de subtiliteit van de bouwwijze anderzijds. De binnenzijde van een (goedkopere) bouzouki is vaak beplakt met een soort glimmend bonbonpapier. De betere zijn niet beplakt, of met een soort sterke matting afgeplakt om te voorkomen dat bij een ongelukje de kast splijt. De voorkant is vaak met een zwart-witte versiering uitgevoerd, de duurdere types zijn echter ingelegd met parelmoer of met contrasterende houtsoorten (bijvoorbeeld esdoorn in palissander).

Tegenwoordig geldt de bouzouki als het Griekse muziekinstrument bij uitstek. Voor de Tweede Wereldoorlog stond het instrument in een twijfelachtig daglicht (het werd bespeeld door mensen die leefden aan de zelfkant van de maatschappij). Na de omarming van de bouzouki door beroemde componisten als Mikis Theodorakis en Manos Hadzidakis (die het een plaats gaven in hun 'hogere' liedkunst), is het instrument echter langzaamaan heel populair geworden. In Nederland is de bouzouki vooral geliefd bij liefhebbers van de 'rebetika' enerzijds, en bij de liefhebbers van z.g. 'toeristenmuziek' anderzijds.

De kleinere zusjes van de bouzouki worden tzouras en baglamas genoemd (de laatste benaming komt overeen met een lid van de Turkse saz familie die echter veel groter van formaat is). Net als de bouzouki is ook de Bulgaarse tambura een verwant uit de Byzantijnse Pandoura.

In een aangepaste vorm (Ierse bouzouki) wordt het instrument veel bespeeld in de Ierse volksmuziek. Dit komt doordat Ierse muzikanten in de jaren zestig de Griekse bouzouki uit Griekenland hadden meegenomen en in hun muziek gingen waarderen. De bouw van de bouzouki is toen ook door Ierse bouwers overgenomen, echter met de traditionele eigenschappen van de cister (de bouwwijze daarvan ging dus als uitgangspunt dienen). Kenmerkende verschillen: een stevige platte hals met aanpassingspin, een platte druppelvormige kast, en veel zwaardere snaren die bij de baskoren niet zijn geoctaveerd.

Bekende spelers van de Bouzouki[bewerken]

  • Talrijke virtuose spelers hebben in Griekenland de revue gepasseerd. Elk van hen stak als het ware zijn eigen kenmerken en identiteit in het bouzoukispel. Het is dan ook moeilijk om een keuze te maken. Enkele bekende zijn zonder twijfel wel: Μανώλης Χιώτης, Μάρκος Βαμβακάρης, Στράτος Παγιουμτζής, Γιώργος Μπάτης, Βαγγέλης Λιόλιος, Μανώλης Πάππος, Ζαμπέτας Γιώργος, Γιάννης Σταματίου, Γεωργόπουλος, Παντελής Κωνσταντινίδης, Θανάσης Βασιλάς, Νίκος Κατσίκης, Χρήστος Νικολόπουλος, Δημήτρης Στεργίου (Μπέμπης), Χάρης Λεμονόπουλος, Λάκης Κάρνέζης, Κώστας Παπαδόπουλος, Χρήστος Παπαδόπουλος, Γιώργος Αλτής, Παναγιώτης Κουτσούρας, Κωνσταντίνου, Ψαράς, Μανώλης Καραντίνης,
  • Orhan Gencebay, is een Turkse zanger, dichter, componist en acteur die in Turkije de baglama nieuw leven in heeft geblazen. Zijn muziek kent Turkse, Arabische en westerse invloeden. Het nummer "Nihavent Uvertur" is een baglama-etude waarbij men de veel gebruikte technieken van Orhan Gencebay kan leren en hierdoor de vaardigheden op de baglama op een hoger niveau kan brengen.
  • Matar Muhammed, een Libanese bouzoukist. De Turkse Orhan Gencebay heeft deze bouzoukist als voorbeeld genomen.
  • Ismail Tuncbilek, ook wel MR Baglama genoemd in Turkije. Heeft zijn bijnaam te danken aan zijn manier van spelen. Zijn spel kent veel invloeden uit Arabische, Indiase en Turkse muziek. De slides (van noot wisselen zonder de vingers van de snaren af te halen) lijken bijvoorbeeld erg op die van U Shrinivas (Indiase mandoline speler). Zijn bekendste nummer heet "Derdin Ne"

Externe links[bewerken]