Cenote

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een cenote of cenode is de naam voor een bovengrondse poel in het noorden van Yucatán. Er zijn in Yucatán ruim 3000 cenotes waarvan er zo'n 1400 bestudeerd en geregistreerd zijn.

Het woord komt van het Maya-woord tso'ono'ot, oude spelling dzonot, dat afgrond betekent. De poelen zijn gevormd door opvulling met water van de kloven die een deel zijn van de rand van de krater van Chicxulub. Er zijn vier soorten cenotes:

  • ondergrondse,
  • oppervlakkige (vijvers/meren),
  • semi-ondergrondse en
  • oppervlakkige bronnen.

In deze regio zijn er geen bovengrondse rivieren. Het water sijpelt door de poreuze grond en vloeit via ondergrondse rivieren naar de zee. Men noemt dit in de geologie een karstverschijnsel. Op sommige plaatsen is het gesteente verweekt en ingezakt (een zinkgat), waarbij ondergrondse, met water gevulde holtes ontstaan, de cenotes.

In de Chichén Itzá-Mayaperiode werden de poelen gebruikt om mensenoffers te brengen en bij onderwaterarcheologie komen nu de slachtoffers boven water. De mensenoffers werden waarschijnlijk gebracht aan de regengod Chaac. In dit vrij karige en droge gebied was het verzekeren van regelmatige regens een belangrijke wens van een ieder. De Sagrado cenote (de Heilige cenote) lag zo vol met offers, waaronder meer dan honderd mensen, dat daarin een vijf meter dikke Maya-blauwe laag werd afgezet.

In Europa komen vergelijkbare structuren voor, zie hiervoor gouffre.

Bekende cenotes: