Zinkgat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zinkgat
Wegverzakking door weggespoelde aarde.

Een zinkgat, ook wel verdwijngat of sinkhole genoemd,[1] is een landvorm die is ontstaan door het instorten van een holte in het substraat. Het vormt een afgesloten depressie in het landschap. Bij uitbreiding wordt de term ook gebruikt voor wegverzakkingen.

Ontstaan[bewerken]

Het woord zinkgat is in de geomorfologie de term die wordt gebruikt om de landschapsvorm aan te duiden die overblijft na instorting van een holte in het onderliggende gesteente of sediment. Instorting als landschapsvormend proces is een vorm van massabeweging.

De meest voorkomende zinkgaten zijn dolines; dit zijn zinkgaten die zijn ontstaan door karst, het oplossen van kalksteen in water.

Zinkgaten kunnen echter ook ontstaan door het oplossen van zout in de bodem (veelvoorkomend rond de Dode Zee), het instorten van natuurlijke drainagetunnels, of het instorten van door mensen gemaakte (antropogene) holtes zoals mijngangen. Bij de vorming door zout, wordt het zout, dat lichter is dan het omliggende gesteente, omhoog gedrukt. Dit kan eeuwen duren, maar wanneer het zout bij het grondwater komt, lost het op, en ontstaat langzaam een groot gat onder de aardkorst.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Verdwijngat. Taaltelefoon.be (21 mei 2013) Geraadpleegd op 3 augustus 2013