Cessie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Cessie is de levering van vorderingen op naam.

Degene die een vordering op naam overdraagt aan een ander wordt aangeduid als cedent, de verkrijger heet cessionaris en de schuldenaar van de vordering wordt vaak aangeduid met debitor cessus of eenvoudigweg cessus.

Een paar voorbeelden:

  • Loodgieter X heeft een klant, mevrouw Y, die haar rekening niet betaalt. De loodgieter heeft nu een 'vordering op naam' tegenover mevrouw Y. Hij heeft nu de mogelijkheid deze vordering te verkopen aan een incassobureau. Het incassobureau betaalt de loodgieter daarvoor een bepaalde prijs (het bedrag kan wat lager zijn dan de oorspronkelijke rekening: het bureau neemt immers ook het risico van niet-betaling over), en deze 'cedeert' de vordering aan het incassobureau. Vanaf dat moment heeft mevrouw Y geen schuld meer aan X, maar aan het incassobureau. (Dus: de loodgieter=cedent, het incassobureau=cessionaris, mevrouw Y=debitor cessus)
  • De door wanbetalers geplaagde loodgieter kan de aflossing van zijn lening niet op tijd betalen en de bank dreigt beslag te laten leggen op zijn bestelauto. Zonder die auto kan de loodgieter zijn opdrachten niet meer uitvoeren, dus hij treft een regeling. Hij draagt daarbij enkele vorderingen op grote klanten over aan de bank, bij wijze van betaling van zijn schuld.

In Nederland kan het overdragen van een vordering op naam op twee manieren, die zijn vastgelegd in art. 3:94 van het Burgerlijk Wetboek. Deze manieren zijn:

  • De 'klassieke' manier, waarbij de levering slechts effect heeft, als aan de cessus mededeling is gedaan van de levering. Tot die tijd heeft de cessie ook tussen de cedent en de cessionaris nog geen werking.
  • De nieuwe manier, geïntroduceerd op 1 oktober 2004, waarbij de cessie kan plaatsvinden zonder mededeling aan de debiteur. Deze wijze van cessie wordt ook wel aangeduid als stille cessie.

In beide gevallen moet een akte worden opgemaakt door de cedent en de cessionaris.

Om cessie mogelijk te maken zonder dat mededeling aan de debiteur is gedaan, moet aan de volgende voorwaarden zijn voldaan:

  • de akte is een authentieke of een geregistreerde onderhandse;
  • de over te dragen rechten bestaan reeds op het tijdstip van de levering, of zullen rechtstreeks worden verkregen uit een dan reeds bestaande rechtsverhouding.

De stille cessie is in navolging van de wetgeving in andere landen in het Nederlandse vermogensrecht opgenomen ten behoeve van de securitisatie-praktijk. De cessie kan echter pas worden tegengeworpen aan de debitor cessus zodra de cessie aan hem is medegedeeld.

De debitor cessus mag hierdoor niet in een slechtere rechtspositie belanden, en behoudt in een eventueel conflict met de cedent alle rechten. Hij mag zich bijvoorbeeld op verrekening beroepen of zijn betaling opschorten wegens wanprestatie van de cedent. De cessionaris heeft dit te respecteren. Hierdoor willen veel incassobureaus liever geen vorderingen overnemen door cessie: ze lopen het risico in inhoudelijke discussies over zaken tussen de debiteur en de cedent verzeild te raken.

De consequentie van dat laatste is dit:

Als de loodgieter uit het voorbeeld een vordering cedeert aan een incassobureau, maar nog voordat dit aan de debitor cessus (de klant van de loodgieter) wordt meegedeeld, heeft deze toch nog haar schuld aan de loodgieter betaald, dan kan het incassobureau niets meer bij haar vorderen. Als zij ná die mededeling aan de loodgieter zou betalen, zou ze nog steeds het incassobureau moeten betalen, omdat ze dan immers geen schuld aan de loodgieter, maar een schuld aan het incassobureau zou hebben. (Het onverschuldigd betaalde zou ze wel van de loodgieter kunnen terugvorderen). Mocht de klant echter betaling opschorten of weigeren omdat de loodgieter bijvoorbeeld slecht werk heeft geleverd (en hierbij op de juiste wijze de loodgieter via de regels van wanprestatie aanspreekt), dan zal de klant ook na cessie dit argument aan de cessionaris (het incassobureau) kunnen tegenwerpen.

Net zoals bij overdracht van andere vermogensrechten is -naast de hierboven beschreven levering c.q. vestiging- vereist dat een geldige titel aan de overdracht ten grondslag ligt en dat de vervreemder (de cedent) bevoegd is over de vordering te beschikken.