Cimabue

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Maria met kind en heiligen door Cimabue, eind 13e eeuw, Galleria degli Uffizi, Florence
Christus aan het kruis

Bencivieni di Pepo of Cenni di Pepo (Florence, 1240 - aldaar, 1302), ook wel genoemd Cimabue (Italiaans voor ossekop) was een Florentijnse middeleeuwse schilder en ontwerper/uitvoerder van mozaïeken. Hij wordt door sommige kunsthistorici gezien als degene die aanzet heeft gegeven tot een nieuwe richting in de kunsten welke leidde tot de Renaissance.

Biografie[bewerken]

Giorgio Vasari (1511-1574), de biograaf van de Noord-Italiaanse, vooral Toscaanse schilders van de 13de tot de 16de eeuw, noemde hem Giovanni en dacht dat Cimabue de familienaam van zijn geslacht zou zijn [1]. Volgens bepaalde bronnen was de man zeer lelijk.

Rond 1260 werkte hij, neemt men aan, in de mozaiëkwerkplaats van het Baptisterium in Florence. In 1272 was hij in Rome, in 1279 werkte hij in Assisi en rond 1301/1302 in Pisa.

Cimabue was een tijdgenoot van Dante, die hem citeert in zijn Divina Comedia als de artiest die op het gebied van schilderkunst alleen werd overtroffen door de grote Giotto. Mede door deze referentie wordt Cimabue gezien als de ontdekker en leermeester van Giotto di Bondone. Via Dante weten we ook dat Cimabue een erg luxueus en weelderig leven leidde. Hij plaatst hem in zijn Divina Comedia op de louteringsberg.

Cimabue ligt begraven in de Santa Maria del Fiore in Firenze. Zijn grafschrift luidt als volgt: Zoals Cimabue geloofde het veld van de schilderkunst aan te voeren bij zijn leven, zo voerde hij dit aan, nu voert hij de sterren aan.

Werken[bewerken]

niet gesigneerd[bewerken]

De werken van Cimabue werden hem, op een na, allemaal toegeschreven aan de hand van stijlonderzoek. Het enige werk, waarvan met zekerheid geweten is dat Cimabue het zelf maakte, is een mozaïek met de voorstelling van Johannes in de kathedraal van Pisa (1302). Via een lijst van Vasari weten we welke thema's hij heeft geschilderd en waar deze werken te vinden zijn. Deze werken doen allen recht aan zijn vermeende grootsheid als kunstschilder in de late Middeleeuwen.

Naast het mozaïekwerk aan het Baptisterium in Florence moet hij in die tijd, in samenwerking met Griekse icoonschilders, ook nog gewerkt hebben aan zijn maestà's. Zijn meest prestigieuze opdracht was de schildering van het gewelf en de muren van delen van de grafkerk van Franciscus van Assisi, de San Francesco. De stijl van Cimabue evolueerde en onderscheidde zich van deze van de icoonschilders. De kerkmuren werden versierd met afbeeldingen uit het leven van de heilige Franciscus en met taferelen uit het leven van Jezus Christus. Op het plafond staan afbeeldingen van de vier evangelisten met hun attributen. Deze laatste werken heeft Cimabue vermoedelijk alleen gemaakt daar in deze fresco's zijn schilderskwaliteiten duidelijk boven die van de anderen uitsteken.

Een ander project van Cimabue was een tijdelijk bouwmeesterschap bij de bouw van de Santa Maria del Fiore, samen met Arnolfo di Lapo.

aan hem toegeschreven[bewerken]

Aan hem, met zekerheid toegeschreven werken zijn:

restauratie[bewerken]

Op 4 november 1966 overspoelde het water van de Arno de binnenstad van Florence. De Crucifix in het , Santa Croce werd daarbij zwaar beschadigd. De restauratie ging als volgt:

  • de restaurateur scheidde de verf die over was van de ondergrond (hout en doek)
  • bracht toen de verf weer aan
  • verving de ontbrekende delen niet door identiek schilderwerk maar door tinten die de globale kleurstelling benaderden [2]

Schilderstijl[bewerken]

Tronende Madonna uit de Santa Trinità, Uffizi

De werken van Cimabue behoren nog tot de Byzantijnse schilderkunst.

De Griekse icoonschilders werkten nog volgens de Byzantijnse traditie: geïdealiseerde afbeeldingen, eventueel met aureool, tegen een gouden achtergrond. Gedaantes werden statisch afgebeeld, hadden geen volume, konden zich niet bewegen en hadden dus geen enkele overeenkomst met de werkelijkheid.

Cimabue was één van de eersten die hiervan afweek. Op de Tronende Madonna (Santa Trinità, Uffici) zien we dat de madonna zit op een drie-dimensionale troon, dat haar voeten werkelijk op de trede staan -en er niet boven zweven- en dat de troon omringd is -en niet geflankeerd wordt- door engelen. De engelen zijn echter nog wel, qua gezicht, frontaal (Byzantijns) weergegeven. Alleen de bogen onderaan roepen nog vragen op: zijn dit bogen of kan het middelste een nis zijn ?

Cimabue was een pionier in de overgang naar het naturalisme, zoals zijn figuren werden afgebeeld met levensechte proporties en schaduwen. Het perspectief zit er echter nog niet geheel in. Zijn schilderwerken hebben nog te veel kenmerken van middeleeuwse technieken. Hij behoort hiermee tot de wegbereiders naar de Italiaanse Renaissance.

Externe links[bewerken]

Bronnen
  • Bartz, Gabriele & König, Eberhard (2000) Louvre, Kunst & Archtectuur, Uitgever Könemann, ISBN 3-8290-2646-3
  • Mueller von der Haegen, Anne & Strasser, Ruth (2005) Toscane, Kunst & Archtectuur, Uitgever Könemann, ISBN 3-8331-1579-3
  • Toman, Rolf e.a. (1998) De kunst van de Gotiek, Uitgever Könemann, ISBN 3-8290-1740-5
  • Toman, Rolf e.a. (1998) De kunst uit de Italiaanse Renaissance, Uitgever Librero, ISBN 90-72267-36-2
  • (1993) Florence, Standaard Gidsen, Standaard Uitgeverij, Antwerpen, ISBN 90-02-19734-9
Referenties en voetnoten
  1. De jonge Cimabue werd door zijn vader naar het klooster bij de Santa Maria Novella gestuurd waar een familielid hem onderwees. Het verhaal gaat dat hij, op korte tijd, al het papier in zijn boeken had volgetekend waarop besloten werd hem bij Griekse icoonschilders, die toentertijd in Florence de enige kunstenaars waren, in de leer te laten gaan. zo schrijft Vasari
  2. Florence, Standaard Gidsen, blz. 261