Clostridium difficile
| Clostridium difficile | |||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| kolonie op bloedagar | |||||||||||||
| Taxonomische indeling | |||||||||||||
|
|||||||||||||
| Soort | |||||||||||||
| Clostridium difficile (Hall & O'Toole 1935) Prevot 1938 |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
Clostridium difficile is een Gram-positieve, anaerobe, sporevormende staafbacterie die veel voorkomt in de darmen maar daar doorgaans geen problemen veroorzaakt.
Bij 80% van de pasgeborenen en bij 9% van de volwassenen is deze bacterie aantoonbaar in de ontlasting (dus ook in hun darmstelsel). Bij verstoring van de overige flora kan overmatige groei optreden waardoor diarree al dan niet met complicaties kan ontstaan. Clostridium difficile ribotype 027 is herkend als een relatief virulente vertegenwoordiger. Deze bacterie wordt gerekend tot de ziekenhuisbacteriën.
Overgroei van Clostridium difficile bij volwassenen kan ontstaan door het gebruik van antibiotica (antibioticum-geassocieerde colitis, pseudomembraneuze colitis of clostridiumziekte). Alle antibiotica kunnen dit veroorzaken maar clindamycine, ampicilline en cefalosporinen worden vaak genoemd. Met wisselend succes kan de aandoening worden bestreden met metronidazol of vancomycine.