DEFCON

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Momentele DEFCON

DEFCON is de mate van paraatheid van de krijgsmacht van de Verenigde Staten. DEFCON is een samentrekking van "DEFense readiness CONdition" (staat van paraatheid van de landsverdediging). Deze condities beschrijven toenemende maatregelen in het gebruik tussen de Joint Chiefs of Staff en legercommandanten. DEFCONs worden vergeleken met militaire zwaarte van de omstandigheden. Het standaardprotocol in vredestijd is DEFCON 5, dat daalt naarmate er ernstigere situaties optreden. DEFCON 1 stelt de verwachting van een onmiddellijke aanval voor, en is voor zover bekend nog nooit uitgeroepen.

Het DEFCON-niveau wordt primair vastgesteld door de President van de Verenigde Staten en de Joint Chiefs of Staff.

Beschrijving van DEFCONs[bewerken]

  • DEFCON 5 is de normale vredessituatie.
  • DEFCON 4 verwijst naar verhoogde inlichtingen en de verhoging van veiligheidsmaatregelen. Het grootste deel van de Koude Oorlog was de DEFCON op dit niveau. Grondaanvallen toegestaan.
  • DEFCON 3 verwijst naar gereedheid boven normaal. Radio-callsigns veranderen in geheime callsigns. Het leger van de Verenigde Staten (behalve de luchtmacht, die al op 2 zat) ging naar dit niveau in 1962 tijdens de Cubacrisis. Alle legeronderdelen gingen naar DEFCON 3 in 1973 tijdens de Jom Kipoeroorlog toen de Sovjet-Unie dreigde tussenbeide te komen voor Egypte. De derde keer dat de Verenigde Staten naar DEFCON 3 ging was tijdens de terroristische aanslagen op 11 september 2001. Marine- en luchtaanvallen toegestaan.
  • DEFCON 2 duidt een verdere verhoging van de alertheid aan. Het werd uitgeroepen bij de Cubacrisis.
  • DEFCON 1 geeft maximale paraatheid aan. Dit is voor zover bekend nog nooit gebruikt, maar wordt gereserveerd voor een dreigende of bestaande aanval op de strijdkrachten van de Verenigde Staten of op het gebied van de Verenigde Staten door een buitenlandse militaire macht. Gebruik van kernwapens toegestaan.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]