De minionen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de minionen (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De minionen) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 12 mei[1] 1980 en liep tot 15 augustus van dat jaar. Thema: Tijdreizen[2]

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Bovenbaas AWS heeft een ontwikkeling op de beurs niet voorzien, wat hem doet beseffen dat hij nooit de allergrootste tycoon ooit zal worden. Hij zou terug willen gaan in de tijd om het over te doen. Hij geeft zijn secretaris Steenbreek opdracht een gesprek aan te knopen met een langskomende professor met volgens diens eigen zeggen een wel heel grote uitvinding. Het betreft Joachim Sickbock die een geweldige uitvinding heeft gedaan met als basis het trekken van de wortel uit min één.[3] Daardoor kwam hij op het spoor gezet van de minionen,[4] die het hem mogelijk maken een tijdmachine te bouwen.[5] Secretaris Steenbreek gelooft niet in de wortel uit min één, omdat dat een zwart gat zou opleveren. De professor weet dat astronomen zwarte gaten kennen, en dat geeft een opening om terug te reizen in de tijd. Secretaris Steenbreek moet toch ook wel eens van ionen en ook van fotonen hebben gehoord, die sneller kunnen gaan dan de tijd. De hoogleraar heeft nu nog alleen maar een paar miljoen florijnen nodig. Secretaris Steenbreek wil hem voorlopig wegzenden, maar de op afstand meeluisterende AWS grijpt in. Hij verliest die miljoenen in een paar minuten op de beurs, dus hij wil die proef wel nemen. Maar als teruggaan in de tijd onzin is, zal hij professor Sickbock breken.

Een jaar later heeft professor Sickbock zijn tijdmachine klaar. Hij heeft in stilte kunnen werken onder het Zwinmoer[6] Alleen het koepeltje steekt boven de oppervlakte uit. Het eerste model tijdmachine maakt het mogelijk 16 uur terug te reizen in de tijd. De professor wil Steenbreek de tijdmachine laten controleren. Die wil echter zelf geen proefpersoon zijn. Nu heeft heer Ollie een vreselijke dag achter de rug, die hij graag over zou willen doen[7] en het treft dat hij langs het lab van Sickbock komt. Laatstgenoemde staat de hele dag al op de uitkijk op zoek naar een vrijwilliger. Secretaris Steenbreek kent OBB wel uit het verleden van zijn overbekende ragfijn spel. De kasteelheer heeft het, uitgeblust, met pleister op de rechterwang, over een hoogstaande dame en een te herstellen misdaad. Secretaris Steenbreek denkt nu dat het spel eerder vulgair is dan ragfijn en geeft zijn toestemming. Professor Sickbock geeft instructies. In de kast stappen, deur dicht, op knopje drukken, het wordt donker en als het licht weer aangaat is de proefpersoon zestien uur terug in de tijd. Maar wel de deur weer openlaten, want die kan alleen van binnen uit geopend worden. Het is 22:00 en na enig aarzelen, laat hij zich zestien uur terugplaatsen in de tijd, met de waarschuwing dat hij zichzelf niet mag tegenkomen en dat hij dan om 22:00 ook weer terug zal zijn. Want als hij zichzelf tegenkomt ontstaat de paradox van Azimof.[8] Bij terugkomst om 22:00 uur weer op het knopje drukken, anders wordt de retinator vernietigd. Na het verdwijnen van heer Bommel door de tijdmachinedeur wil secretaris Steenbreek vertrekken, maar de professor overtuigt hem dat niet na 16 uur maar al in een korte tijd de deur weer open zal gaan.

Heer Bommel vatte in de tijdmachine moed. Het emigreren naar een ver land trok hem toch minder aan dan dit teruggaan in de tijd. Na een druk op de knop en wat lawaai en lichtflitsen kon hij om zes uur ’s morgens de deur open doen en zich naar zijn kasteel Bommelstein reppen. Onderweg krijgt hij zin in het overdoen. De pleister op zijn wang wordt weggeworpen, omdat hij zich nog niet heeft gestoten.[9] Hij besluit zelf pap klaar te gaan maken, maar dat wordt de gebruikelijke mislukking. Zijn bediende Joost neemt het bereiden van de ochtendpap mopperend van hem over. Als de pap laat om half acht arriveert, vertrekt heer Bommel schielijk een kwartier later met zijn bord halfvol. “Ik moet weg zijn voordat ik opsta, dat spreekt.”[10] Hij werpt de buitendeur zo hard dicht, dat in de slaapkamer heer Bommel een kwartier te vroeg wakker wordt. Bij het opstaan, glijdt hij uit over een kleedje naast het bed en komt met zijn hoofd in het medicijnkastje. Dit was het begin van de dag, die het vroeg om te worden overgedaan.

Heer Bommel plakt vervolgens de zo belangrijke pleister op zijn rechterwang en loopt naar beneden. Door de schok herinnert hij zich opeens de verjaardag van Anne Marie Doddel. Een geluk bij een ongeluk. Maar beneden wacht zijn verblekende bediende Joost met de mededeling dat heer Bommel net is vertrokken. Heer Bommel houdt niet van zo’n smoesje en wil zijn ochtendpap. De opgediende pap is duidelijk een kliekje waarbij Joost bovendien overweegt om zijn ontslag in te dienen. Het wordt hem te veel. Heer Bommel weet hem ternauwernood van die gedachte af te brengen.

Tom Poes ziet heer Bommel bonken bij het huisje van zijn buurvrouw. Zijn vriend legt uit dat ze boodschappen aan het doen is. Tom Poes wil zijn verwarde vriend wel helpen maar die wil van geen hulp weten. Maar Tom Poes moet maar aan zijn buurvrouw zeggen dat ze in geen geval haar verjaardagscadeau moet aannemen. Hij holt weg om zich met de Oude Schicht naar de stad Rommeldam te begeven. Op het kasteel horen Joost en zijn werkgever de auto wegrijden. Als ze bij de garage komen is de auto verdwenen. Terug op het kasteel is heer Bommel ten einde raad, waarop Joost suggereert de telefoon te pakken. Heer Bommel belt naar juwelier Smarijn voor een zichtzending op het kasteel. Onderweg naar zijn buurvrouw komt hij Tom Poes tegen. Die is verbaasd hem al weer te zien. Heer Bommel vindt hem brutaal waarop Tom Poes hem zegt dat de buurvrouw niet thuis is, zoals hij reeds heeft meegedeeld. Heer Bommel besluit dat het maar het beste is op het kasteel op de juwelier te wachten.

In de stad Rommeldam parkeert heer Bommel de Oude Schicht voor de winkel van de juwelier. Die is verbaasd hem te zien. Bovendien is zijn assistent Voois al onderweg naar het kasteel. Heer Bommel wil hem snel achterna, voordat hij overvallen wordt. Zijn baas denkt daar anders over. Zijn personeelslid rijdt in een nette doch onopvallende Sunstar. Het gesprek wordt buiten afgeluisterd door Bul Super, die besluit met de Oude Schicht de assistent achterna te rijden. De juwelier stelt na de autodiefstal voor om de politie op te bellen, maar heer Bommel gaat de commissaris Bulle Bas persoonlijk opzoeken op de Kleine Club.

Bul Super weet via een kortere route en een kopspijkerplankje de auto van de assistent Voois tot stilstand te brengen. De met pleister langs wandelende heer Bommel, wordt door Bul buiten westen geslagen. Laatstgenoemde vertrekt met de ruitjesjas, portefeuille en de juwelen. Heer Bommel krijgt de jas van Bul Super aangetrokken en een kous met twee gaten over het hoofd. Hij ligt uitgeteld op de grond voor de Sunstar, maar de assistent komt bij zijn positieven en belt via een telefooncel de politie over de overval. De via de radio gealarmeerde politie komt snel aanrijden in de personen van de agenten Kes en Virk. Ze rijden langs de Oude Schicht door naar de plaats delict. De kasteelheer met sok[11] over het hoofd spreekt voor zich. De juwelendoos is helaas leeg. Heer Bommel probeert zijn portefeuille uit zijn jas te trekken om indruk te maken en grijpt het pistool van Bul Super. Agent Virk slaat de kasteelheer opnieuw buiten westen. De agenten nemen hem mee en ook de Oude Schicht gaat mee richting de stad Rommeldam. Het bureau aan de Gierdreef[12] staat onder leiding van majoor Prakkers. Het zijn agenten van buiten de stad, wegens het chronische tekort aan manschappen in Rommeldam. Agent Kes meldt dat hij om 10.32 uur ter plaatse was. Hij vindt het vreemd dat het juwelendoosje leeg was, maar de majoor ziet daarin een medeplichtige, die zijn kompaan heeft neergeslagen. Heer Bommel zit met pleister intussen opgesloten in een cel, piekerend over de mislukte dag en de verjaardag van Doddeltje.

Commissaris Bulle Bas wordt al krantlezend gestoord op de Kleine Club. Hij heeft zijn pauze hard nodig door al dat nieuwe personeel. Hij wordt echter om half elf aangesproken door heer Bommel, die stelt dat de politie hem op dit moment beschuldigt van diefstal. Hij zit op dit moment in een overvalwagen en vervolgens onschuldig gevangen. Alles gebeurt zo omdat hij deze dag wil overdoen. Omdat heer Bommel een abonnement heeft op krankzinnig lijkende verhalen, schrijft de commissaris wat zaken op in zijn boekje. Maar Bulle Bas constateert dat het clublid er toch wel vrij uit ziet. Als heer Bommel rustig weg loopt kan hij zijn krantje uitlezen.

Tom Poes ziet intussen bij de Westerpoort Doddeltje bij de bushalte staan. Hij waarschuwt de buurvrouw voor het verjaarscadeau dat heer Bommel gaat geven, tot ontzetting van het vrouwtje. Zij vindt Tom Poes geen vriend. Ze zal haar beklag doen bij heer Ollie. Tom Poes beseft dat er moeilijkheden opdoemen, maar hij weet niet of hij zich ermee zal gaan bemoeien. Hij ziet heer Bommel al snel daarna lopen bij de uitgang van het Burgemeester Dickerdackplantsoen. Laatstgenoemde weet niets af van een boodschap voor Doddeltje. Wel weet hij dat hij zichzelf niet mag tegenkomen, wat gelukkig lastig is omdat hij gevangen zit op een politiebureau. Tom Poes begint nu een idee te krijgen. Geen pleister op de wang, gevangen zitten en een dag overdoen. “Hm”. In de stad ziet Tom Poes in de Slingersteeg een ruitjesjas een café binnengaan. Het is Bul Super die zijn maat Hiep Hieper op de hoogte brengt van Bommel zijn ruitjesjas, portefeuille, maar toch vooral de buitgemaakte juwelen. Hij vraagt aan zijn maat een goeie handelaar in te seinen; Ger de Grijper of Witte Floor. Tom Poes heeft het gesprek afgeluisterd en snelt vervolgens naar het pakhuis van de twee handelaren aan de Gasdrift. Bij het verbergen van de buit laat Tom Poes Bul Super van een ladder vallen en verdwijnt uit het pakhuis met de juwelen in een bundeltje in zijn rechterhand. Hij besluit om te gaan kijken bij de politiepost in de Gierdreef, omdat heer Bommel een vreemd dubbel leven lijkt te leiden. De geplaagde heer wordt aan een bruut verhoor onderworpen door majoor Prakkers, dat voor beiden onbevredigend verloopt. Heer Bommel belandt wederom in zijn cel, maar wordt daaruit bevrijd. Tom Poes trekt met de Oude Schicht en een trekkabel de tralies uit het verouderde politiebureau. Majoor Prakkers ziet nog net de in beslag genomen Oude Schicht wegrijden en slaat groot alarm. Hij vraagt zich bovendien af of deze medeplichtige de mededader is van de overval of een derde persoon? De twee vrienden weten echter ongezien het Dickerdackplantsoen te bereiken. Heer Bommel vertelt wat hem die dag is overkomen en dat had zijn vriend al eerder gehoord via Bul Super. Hij besluit eerst op het kasteel een nieuwe ruitjesjas en papieren te gaan halen. Met een neergelaten kap van de Oude Schicht hoopt Tom Poes ongezien heen en weer te kunnen rijden. Heer Bommel zit een tijd uit te rusten en na te denken in het park, maar moet zich achter een boom verstoppen als hij een politieman ontwaart.

In restaurant Dille hebben de markies de Canteclaer en burgemeester Dickerdack tegen het middaguur samen aan een tafel plaatsgenomen. Heer Bommel komt uitleggen dat de politie achter hem aanzit omdat hij uit de gevangenis is ontsnapt. De burgemeester denkt aan steelzucht, hetgeen de markies onmiddellijk vertaalt in kleptomanie. De burgemeester probeert het voortvluchtige clublid uit handen te houden van de politie en levert hem daarom af bij de kliniek van doctorandus Zielknijper. Laatstgenoemde laat de kasteelheer zijn hele verhaal uit de doeken doen. De behandelend geneesheer wijst heer Bommel op zijn delicate positie. Zijn kliniek is afhankelijk van geldelijke gemeentesteun. Heer Bommel denkt dat hij kan bewijzen geen kleptomaan te zijn. Hij schrijft tot verbijstering van doctorandus Zielknijper een torenhoge cheque uit. Dit alles om te bewijzen dat hij niet ziek is. De behandelaar heeft dit nog niet eerder meegemaakt in zijn praktijk. Een merkwaardige genezing, die hij op zal nemen in zijn studie over abrupte varianten in kleptomanische neurosen. Heer Bommel mag bij het vallen van de avond om zes uur zijn kliniek verlaten. Laatstgenoemde besluit zelf om commissaris Bulle Bas op te gaan zoeken. En dit is tegen het advies van zijn behandelaar.

Tom Poes weet na enig inpraten op bediende Joost een ruitjesjas met geld en papieren te bemachtigen. Door het venster ziet hij de politie voor kasteel Bommelstein stoppen en hij verdwijnt vervolgens door de achterdeur. Hij geeft Joost desgevraagd eerst nog opdracht dat hij niet weet waar zijn werkgever zich bevindt. En dat is ook de waarheid. Verder moet hij de politie vertellen dat hij van niets weet. Zelf is hij genoodzaakt de bus naar de stad te nemen, omdat de Oude Schicht ook met neergelaten kap in de gaten was gelopen. Maar omdat de autobus onderweg motorpech krijgt, moet hij toch nog hollend naar het park gaan. Tegen een uur of zes weet hij zijn vriend in een greppel in het park terug te vinden. Die besluit na het aantrekken van zijn zondagse ruitjesjas niet naar de politie of de juwelier te gaan, doch naar zijn buurvrouw. Hij vindt dat Tom Poes al genoeg heeft gedaan.

Heer Bommel weet inmiddels commissaris Bulle Bas tot actie te dwingen. Hij belt majoor Prakkers op de politiepost Gierdreef en krijgt inderdaad te horen dat daar rond half elf een gearresteerde heer was binnengebracht, die beweerde Bommel te heten. Inmiddels is de arrestant ontsnapt. Bulle Bas sommeert heer Bommel mee te rijden naar de Gierdreef, omdat hij inderdaad lijkt gearresteerd te zijn, toen hij bij de commissaris op de Kleine Club was. Majoor Prakkers stipuleert dat de getoonde heer om 10.32 uur is aangehouden. Commissaris Bulle Bas weet nu genoeg omdat om 10.33 uur heer Bommel bij hem in de Kleine Club was. De politiechef noemt het ‘geschutter’.

Terwijl zijn buurvrouw de tafel aan het dekken is, komt heer Bommel haar huisje binnen. Hij is wat verlaat door Tom Poes maar feliciteert haar met haar verjaardag. Hij heeft een paar hangers meegenomen, waaruit ze mag kiezen. Hij legt de hangers met diamanten in de gereedstaande soepborden. Op dat moment komt agent Kes binnen en deze wil de kasteelheer en zijn medeplichtige arresteren. Zijn collega Virk komt ook ter plekke en draagt hem op eerst naar de politiewagen te komen. Er is een dringende oproep van de majoor. Ze laten de twee feestvierders ontzet achter. Anne Marie Doddel stelt nog nooit zo beledigd te zijn. Ollie moet iets gaan doen, maar niet driftig worden. Heer Bommel verlaat vervolgens verward haar huisje. Hij denkt dat het met hem is afgelopen. Commissaris Bulle Bas leest de nieuwe agenten Kes en Virk de les. Om 10.33 uur zat heer Bommel bij hem op de Kleine Club. Is er contact gezocht met de juwelier, zijn er getuigen gehoord of zijn er gegevens uitgezocht? Heer Bommel geeft de commissaris een schouderklopje en nodigt hem morgenavond uit voor een eenvoudig feestmaal. Doddeltje vliegt hem bij het binnenkomen van haar huis om de hals en zoent hem vol op de mond. Ze kiest een hanger met een hartje uit. Het wordt een heel gezellige avond, maar om kwart voor tien realiseert de proefpersoon zich dat hij nog even langs de professor moet. Maar hij zal proberen terug te komen voor de pudding. Heer Bommel haalt de Oude Schicht op, nog steeds met neergelaten kapje. Hij bedenkt dat Joost na deze bewogen dag wel een opslag heeft verdiend. Zelf moet hij nog proberen op de goede plaats terug te geraken, zonder zichzelf daarbij tegen te komen.

De uitgebluste heer Bommel met pleister wordt rond die tijd de tijdmachine ingestuurd door professor Sickbock. De wachtende heer Steenbreek heeft tegen half elf zijn bezwaren tegen de constructie helder geformuleerd. De deur kan alleen maar aan de binnenkant worden opengemaakt, maar is juist gesloten. Professor Sickbock vreest nu dat de paradox hem toch boven het hoofd is gegroeid. Maar om half elf staat heer Bommel buiten het gebouw op hem te wachten. Joachim juicht dat het klopt maar heer Bommel is bang dat hij na het leuke verjaarspartijtje te laat is teruggekomen. Professor Sickbock snelt vervolgens naar binnen en probeert de tijdmachine van buiten af te openen. Hij moet tot zijn ontstelling constateren dat de retinator is vernietigd door adversieve ionen, die een geweldige ontploffing geven. Secretaris Steenbreek constateert koeltjes: “Geknoei, oplichterij. Een goochelkast met dubbele bodem.” Hij stelt dat door een dubbele bodem OBB via een onderaardse gang naar buiten is gegaan. Hij heeft zijn ruitjesjas gescheurd en een ontploffing veroorzaakt. Een ragfijn spel tegen AWS. Hij vreest dat zijn rapport AWS zal doen besluiten de geleerde in stukjes te breken. Na diens vertrek memoreert professor Sickbock, dat niemand zal weten dat zijn proef is geslaagd. Maar hij heeft buiten heer Bommel gerekend, die dankbaar zijn portefeuille ledigt, omdat hij deze dag mocht overdoen. De eer van een heer is erdoor gered.

Na deze zaken gaat hij terug naar de pudding van zijn buurvrouw. Doddeltje maakt zich eerst wel zorgen om zijn gescheurde jas, maar het wordt weer gezellig en laat. Intussen treft Tom Poes bij het kasteel een bezorgde bediende Joost aan. Tom Poes weet zeker dat er een dubbelganger was maar op dat moment piepen er remmen en komt heer Bommel tevreden aanwandelen. Hij kondigt aan dat er morgen een voedzame maaltijd wordt geserveerd door Joost, na deze afmattende dag.

De volgende avond zijn de burgemeester, de commissaris, Doddeltje en Tom Poes aanwezig op het feestmaal. Heer Bommel houdt een ingewikkeld verhaal over gisteren toen hij zichzelf niet mocht ontmoeten. Hij was namelijk bezig de dag beter te maken. Tom Poes wil weten waarom zijn buurvrouw het cadeau niet mocht aannemen? Uiteindelijk legt de kasteelheer alles zo uit dat alleen Tom Poes begrijpt wat er echt is gebeurd. Heer Bommel is blij dat hij met hulp van een aardige geleerde alles kon oplossen. En met hulp van Tom Poes natuurlijk. Hij vindt het jammer dat de professor er niet is. Laatstgenoemde overdenkt buiten het kasteel zijn kleine misrekening. En dit terwijl hij macht over leven en dood binnen handbereik had. Maar men zal nog van hem horen.

Voetnoot[bewerken]

  1. Van 12 april tot 12 mei was heer Bommel op vakantie.
  2. In deel III van zijn autobiografie: “Onder het kollende meer Doo” , ISBN 90-234-3562-1, geeft Marten Toonder enige uitleg. Tijdens het ontdekken van de fotonen werd met de mogelijkheid rekening gehouden, dat fotonen sneller zouden kunnen reizen dan het licht. (pagina 292). In werkelijkheid bleek hun snelheid echter gelijk aan die van het licht. Maar in 2011 ontstond er toch weer opwinding bij het onderzoekinstituut CERN. http://www.rtl.nl/(/actueel/rtlnieuws/buitenland/)/components/actueel/rtlnieuws/2012/02_februari/23/buitenland/einstein-fout-of-draadje-los.xml Het bleek gelukkig een meetfout.
  3. Zie de eeuwenoude leer van de complexe getallen.
  4. Zie: tachyon
  5. Zie voor eerdere proefnemingen het verhaal: De Bommellegende en De Atlantiër
  6. Ook wel Moerzwin genoemd, 3km ten zuidwesten van kasteel Bommelstein
  7. Zie voor een ouder verhaal: Het overdoen.
  8. Zie voor deze sciencefiction-leer Asimov.
  9. In de loop van het verhaal is dit handig. Bommel met pleister is de heer van de mislukte dag. Bommel zonder pleister doet dezelfde dag over.
  10. Heer Bommel heeft de gewoonte om acht uur op te staan.
  11. De kous had twee gaten, een voorloper van de bivakmuts.
  12. Een notoire buurt in Rommeldam, vergelijk bureau Warmoesstraat in Amsterdam.

Hoorspel[bewerken]

Voorganger:
De wadem
Bommelsaga
12 mei 1980 - 15 augustus 1980
Opvolger:
Het spijtlijden