Denethor II

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Denethor II
Tolkien-personage
Titel Stadhouder van Gondor
Geslacht Man
Afkomst Mens, Dúnadan
Geboortejaar III 2930
Overlijdensjaar III 3019
Woonplaats Gondor
Familie
Vader Ecthelion II
Echtgenote Finduilas
Nageslacht Boromir, Faramir

Denethor II is een personage uit de werken over de fictieve wereld "Midden-aarde" van J.R.R. Tolkien. Zijn lotgevallen worden met name beschreven in de trilogie In de Ban van de Ring. Hij is de 26ste en laatste regerende Stadhouder van Gondor van het Huis van Húrin. Denethor II volgde zijn vader stadhouder Ecthelion II op in D.E. 2984.

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Vroege jaren[bewerken]

Denethor was een man van grote wijsheid en intellect, en hij doorgrondde de harten van velen verder dan wie dan ook. Hij was meer een koning dan enige stadhouder voor hem. In de harten van het volk Gondor kwam hij echter als tweede, achter de mysterieuze Thorongil, die zijn vader Ecthelion enkele jaren voor diens dood diende.

Denethor trouwde in 2976 Finduilas, de dochter van de Heer van Dol Amroth. Zij schonk hem twee zonen, Boromir in 2978, en Faramir in 2983. Finduilas voelde zich echter in de kille stad Minas Tirith als een plant op een harde rotsbodem, en verlangend naar de zee stierf ze twaalf jaar naar haar huwelijk in 2988. Denethor hield van haar als van niemand anders, behalve misschien Boromir, en na haar dood werd hij somberder dan ooit. Rond die tijd zagen de mensen van Minas Tirith 's nachts uit de Toren van Ecthelion een flikkerend licht schijnen, en er werd gezegd dat de Heer van de Stad in zijn gedachtes streed met Sauron.

Oorlog om de Ring[bewerken]

Later bleek dat Denethor inderdaad met behulp van een palantír de confrontatie met Sauron zocht. Denethor was echter krachtig van geest, en bovendien de rechtmatige gebruiker van de kijksteen, en Sauron kon zijn hart niet corrumperen. Zo groot was Saurons wil echter, dat hij Denethor met de steen slechts kon laten zien wat hij wilde dat hij zag, en Denethor zag de enorme strijdmachten die Sauron tegen hem in gereedheid had gebracht.

Tegen de Oorlog om de Ring hoorden zijn zonen, beiden bevelhebbers van het leger, in hun dromen een vers waarin zij opgeroepen werden te zoeken naar Imladris. Boromir, de oudste, vroeg zijn vader verlof om op zoek te gaan naar Imladris, waarvan zijn vader hem vertelde dat het het huis van Elrond de Halfelf is, en vond Imladris na 110 dagen. Daarop werd hij lid van het Reisgenootschap van de Ring, en tijdens deze queeste verslagen door de Orks.

Enkele dagen later zag zijn broer Faramir zijn lijk voorbij drijven over de Anduin. Dit maakte Denethor wanhopig, toen Faramir ook nog eens levensgevaarlijk gewond terugkeerde van een missie, besloot Denethor zelfmoord te plegen in Rath Dínen, en Faramir mee te nemen in zijn dood. Slechts door Beregond van de Wacht, Gandalf en Pepijn kon Faramir gered worden.

Verschillen tussen het boek en de film[bewerken]

De Denethor die Peter Jackson neerzette in de verfilmde versie van The Lord of the Rings, handelt veel irrationeler en is meer op macht belust dan in het boek. Dit heeft tot kritiek van de fans geleid. Zo weigert Denethor om de Bakens van Gondor aan te steken en stuurt hij zijn zoon Faramir op een zelfmoordmissie om Osgiliath te heroveren. In de film sterft Denethor omdat hij al brandend van de top van Minas Tirith afspringt. In het boek sterft hij op de brandstapel die hij zelf heeft aangelegd, met de palantír stevig tegen zijn borst geklemd.

Bronnen, noten en/of referenties
  • Tolkien, J.R.R. (2000) Nagelaten vertellingen Utrecht: Het Spectrum.
  • Tolkien, J.R.R. (2003) De terugkeer van de koning Amsterdam: Uitgeverij M.
Voorganger:
Ecthelion II
Regerende Stadhouder van Gondor Opvolger:
Faramir