Dopsleutel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Dopsleutel met vast heft

Een dopsleutel is een stuk gereedschap om bouten en moeren aan te draaien. Alle dopsleutels hebben een zeskantige holte in de “dop” die om een moer of boutkop sluit (zes of twaalf hoeken). Voor de instrumentmaker zijn er dopsleutels uit één stuk, in een uitvoering als een schroevendraaier, dop, schacht en heft vormen één geheel. Bij de grotere maten vaste dopsleutels zijn er ook uitvoeringen met een kruk waarmee wat meer kracht kan worden gezet. De kruissleutel is een variant op de dopsleutel.

Naast deze symmetrisch uitgevoerde sleutels met vaste dop, wordt er ook veel gewerkt met losse doppen die zijn voorzien van een tapgat zodat ze op allerlei (pneumatische) sleutels kunnen worden gebruikt. De meeste sleutels voor handmatig gebruik zijn uitgerust met een ratelmechanisme (ze worden dan ratelpalsleutel of ratelsleutel genoemd). Deze sleutels zijn handig als de "sleutelruimte" beperkt is, bouten en moeren worden al ratelend met meerdere korte slagen vastgezet.

Bij het werken aan moeren is de dopsleutel maar beperkt bruikbaar. De dop is niet erg diep en als het draadeind te ver uit de moer steekt, is de moer al gauw onbereikbaar voor de dop. Een pijpsleutel is op dat punt beter bruikbaar.