Douanerechten

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Douanerechten, bestaande uit uitvoer- en invoerrechten, zijn indirecte belastingen die geheven worden op goederen die in een land worden uitgevoerd, respectievelijk ingevoerd. In de belastingrechtswetenschap komen de begrippen invoer- en uitvoerrechten als zodanig niet meer voor. Tegenwoordig wordt daarvoor in de douanewetgeving de term douanerecht gebruikt.

Invoerrechten kunnen worden gezien als een vorm van protectionisme: het beschermen van de eigen markt tegen concurrerende invoer uit andere landen. Uitvoerrechten hebben vaak een politiek karakter of belang.

Hoogte van de douanerechten[bewerken]

De hoogte van de douanerechten verschilt per product en kan worden beïnvloed door het land van oorsprong van de goederen. De douanerechten zijn over het algemeen percentages (ad valorem rechten) en worden geheven over de douanewaarde van de goederen. De douanewaarde is samengesteld uit drie componenten:

  • de transactiewaarde (de prijs die voor het product wordt betaald aan de leverancier)
  • de vrachtkosten
  • de verzekeringskosten

Om de juiste hoogte van de douanerechten te kunnen achterhalen, zal de douane het product indelen onder een decimale code. Deze code wordt TARIC code genoemd en de eerste vier tot zes cijfers zijn over de hele wereld hetzelfde.

Inning van de douanerechten[bewerken]

De inning van de douanerechten is voorbehouden aan de douane. In bepaalde gevallen zijn ook de productschappen belast met de inning van de douanerechten. De douanerechten zijn direct opvraagbaar bij de invoer. Ook particulieren die producten invoeren, moeten aangifte doen en meteen de eventuele douanerechten betalen. De douane maakt geen onderscheid tussen particulieren en bedrijven, de douanerechten zijn voor beide groepen hetzelfde. Zoals reeds gezegd heft de douane de douanerechten over de waarde van de goederen. Dit kan nog wel eens leiden tot misverstanden. Soms zegt een bedrijf dat het in te voeren product geen waarde heeft, bijvoorbeeld als men een monster invoert. Het is echter aan de douane om te bepalen of een goed waarde heeft of niet. Zo kan ook een monster wel degelijk waarde hebben. Alleen monsters die ongeschikt zijn voor verkoop, worden door de douane aangemerkt als monster zonder waarde.

Eenmaal betaalde invoerrechten kunnen niet worden teruggevraagd. De douane draagt die af aan het ministerie van Financiën, dat zorg draagt voor de afdracht van de rechten aan de EU.

De douanerechten worden alleen geheven aan buitengrenzen van de EU. Tussen de verschillende EU-lidstaten worden geen invoerrechten geheven en geldt een vrij verkeer van goederen. Om die reden zijn ook de douanecontroles aan de EU-binnengrenzen opgeheven.

Bindende tariefinlichting[bewerken]

Sinds 1 januari 1991 geeft de douane schriftelijke inlichtingen over de goederencode. Dit wordt een BTI genoemd, een Bindende Tariefinlichting. De douane moet een BTI binnen drie maanden afgeven. De geldingsduur ervan is zes jaar. De BTI verliest haar geldigheid als de aanvrager onjuiste informatie over het product heeft verstrekt. De geldigheid kan ook nietig worden als de nomenclatuur voor de goederencodes verandert en/of als de commissie van de EU de goederen anders indeelt.

Tariefmaatregelen[bewerken]

Het invoerrecht van bepaalde goederen kan door tariefmaatregelen geheel of gedeeltelijk niet worden geheven. Dit laatste is alleen mogelijk als de goederen van oorsprong zijn uit een bepaald land. De regeling is hoofdzakelijk te verklaren vanuit het beschermende karakter van het invoerrecht. Van invloed zijn tariefpreferentiële regelingen, algemene tariefpreferenties, tariefcontingenten en schorsingen.

Preferenties[bewerken]

Een tariefpreferentie is een handelspolitieke regeling. De EU heeft namelijk met een aantal landen preferentiële handelsovereenkomsten gesloten. Dit zijn afspraken waarin is bepaald dat wegens invoer van bepaalde producten uit bepaalde landen geen invoerrechten worden geheven. De EU heeft handelsakkoorden afgesloten met:

  • EVA-landen (IJsland, Noorwegen, en Zwitserland)
  • LGO-landen (bijvoorbeeld Aruba, Nederlandse Antillen, Nieuw-Caledonië, Frans-Polynesië, de Falklandeilanden, Maagdeneilanden en Groenland)
  • Landen rondom de Middellandse Zee (bijvoorbeeld Mashrek en Magreb, Israël)
  • Zuid-Afrika en Mexico

De handelsovereenkomst met de EVA-landen kent een beperking. De wederzijdse preferentie geldt alleen voor industriële producten. Bij de landbouwgoederen geldt deze preferentie niet.

APS[bewerken]

Vaak wordt de vraag gesteld of er subsidies zijn op de import van producten uit ontwikkelingslanden. Echte subsidies zijn er niet, wel wordt indirect een soort 'subsidie' gegeven via het systeem van de algemene tariefpreferenties. Ieder jaar opent de EU algemene tariefpreferenties voor met name de industriële eindproducten en halffabricaten uit ontwikkelingslanden. Er worden dan geen of verlaagde invoerrechten geheven. In vaktaal wordt het systeem Algemeen Preferentieel Systeem (APS) genoemd. Het APS heeft een vrijblijvend karakter, wat wel blijkt uit de invulling in de praktijk. De goederen uit de ontwikkelingslanden kunnen weliswaar tegen een verlaagd tarief worden ingevoerd, maar er zijn uitzonderingen. Goederen uit ontwikkelingslanden die ook in de EU vervaardigd worden en schade kunnen oplopen als gevolg van de verlaagde invoerrechten, worden getroffen door beperkende maatregelen.

Het APS is een eenzijdig systeem. Goederen afkomstig uit de EU genieten over het algemeen geen preferentie bij de invoer in de ontwikkelingslanden.

Tariefcontingenten[bewerken]

Als een bedrijf aanspraak wilt maken op een preferentieel tarief en dus tegen een lager tarief een product gaat invoeren, kan het voorkomen dat de invoer tegen het lagere tarief aan invoerrechten gebonden is aan een contingent. Bij een tariefcontingent (TC) wordt de heffing op een bepaalde hoeveelheid van een bepaald product, voor een bepaalde periode, geheel of gedeeltelijk geschorst. Is de vastgestelde hoeveelheid van het contingent geïmporteerd dan geldt het normale tarief van invoerrechten weer. Het kan zijn dat de periode waarvoor het TC is verleend nog niet verstreken is als het contingent al uitgeput is. Ondanks het feit dat de periode nog niet verstreken is, geldt dan weer het normale tarief van invoerrechten. Soms wordt een TC dat tussentijds is uitgeput later in een jaar weer heropend. Als het TC is uitgeput, kan een bedrijf de goederen gewoon blijven importeren. De preferentie is dan echter niet geldig en het normale tarief aan invoerrechten moet worden betaald.

Tariefschorsingen[bewerken]

Het kan zijn dat een invoerrecht, zonder beperking in de hoeveelheid, geheel of gedeeltelijk verlaagd is. Dit in tegenstelling tot een tariefcontingent waar de hoeveelheid wel beperkt wordt. Het tarief wordt geschorst. Als beperkende voorwaarde kan worden gesteld dat de goederen in de EG een bepaalde bestemming moeten volgen. Meestal is dat zo bij goederen die in een bepaald productieproces moeten worden gebruikt. Zo kan de EU-zetmeelindustrie een tariefschorsing aanvragen voor de invoer van aardappelen.

Gevolgen van douanerechten[bewerken]

Er zijn drie effecten die optreden wanneer douanerechten ingevoerd worden: het consumptie-effect, protectie-effect en het fiscaal effect. De prijs van buitenlandse goederen zal stijgen, waardoor ook de marktprijs stijgt en de verhandelde hoeveelheid daalt. Het consumptie-effect houdt dus in dat de geconsumeerde hoeveelheid zal dalen. Bovendien zullen invoerrechten ervoor zorgen dat de binnenlandse producent beschermd wordt: ten opzichte van vrijhandel zal de binnenlandse producent méér kunnen verhandelen tegen een hogere prijs. Het laatste is het fiscaal effect. Dit is vrij evident: een overheid zal inkomsten verwerven dankzij de invoerrechten.