Indirecte belastingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Indirecte belastingen zijn belastingen die door overheden op indirecte wijze worden geheven. Het indirecte slaat op het feit dat zij al bij de prijs zijn inbegrepen.

Een vrouw die op 1 november 2013 bijvoorbeeld in een modezaak in Utrecht een jurkje koopt voor 121 euro, betaalt daarmee 21 euro omzetbelasting (btw). De overheid heeft de eigenaar van de modezaak verplicht gesteld als belastinggaarder voor de overheid te fungeren.

Nederland[bewerken]

In Nederland rekent men onder indirecte belastingen de omzetbelasting, accijnzen, motorrijtuigenbelasting, de BPM, milieubelastingen, invoerrechten, belastingen van het rechtsverkeer en de bankbelasting.

Minder bekende indirecte belastingen zijn de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken, de verhuurderheffing en de belasting op zware motorvoertuigen.

Ook de inmiddels weer afgeschafte verpakkingsbelasting was een indirecte belasting.

Verwachte bedragen in miljoenen euros:

Indirecte belastingen 2012 2013 2014 2015
Omzetbelasting 42.432 46.182 44.076 44.731
Accijnzen 11.279 11.979 11.634 11.361
Milieubelastingen 4.267 4.724 4.700 5.097
Motorrijtuigenbelasting 3.586 3.624 3.748 3.934
Belastingen van rechtsverkeer 2.413 2.349 3.400 3.813
BPM 1.831 1.810 1.146 1.335
Bankbelasting 600 600 1.536 507
Overig 2.585 2.670 300 353
Verhuurdersheffing 0 0 1.165 1.334
Totaal aan indirecte belastingen 69.286 73.938 74.109 74.858

Zie ook[bewerken]