Emotionele intelligentie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Emotionele intelligentie, gemeten met de index EQ, is een aanvulling van het traditionele IQ. Het begrip werd in 1990 voor het eerst genoemd in een wetenschappelijk artikel van Salovey en Mayer, maar sloeg niet onmiddellijk aan. Dat veranderde in 1995 toen het gelijknamige boek van de Amerikaan Daniel Goleman verscheen. De hype is sindsdien overgewaaid maar het begrip EQ is bij velen blijven hangen.

Het EQ wordt algemeen gebruikt om te achterhalen in welke mate mensen emotioneel vaardig zijn door middel van expressie, zelfkennis en emphatisch vermogen en die hierdoor maatschappelijk succes kunnen bewerkstelligen. Men kan echter de discussie aangaan wat precies verstaan wordt onder 'maatschappelijk succes' en wie dit bepaalt.

EQ-tests worden nog steeds gebruikt als onderdeel van personeelsselectie. Daarbij staat voorop dat niet alleen kennis maar ook empathie belangrijk is voor het succesvol functioneren in een organisatie. Logische beslissingen botsen immers vaak met emoties, spanningen en gevoeligheden. Een EQ-test probeert daarom antwoord te geven op vragen als:

  • hoe gaat iemand om met de emoties van zichzelf of de anderen?
  • hoe reageert iemand op situaties waaraan hij of zij niets kan veranderen?

Hoewel het onduidelijk is wat een EQ-test precies meet, komt het er grofweg op neer dat iemand met een bijzonder laag EQ als eigengereid kan worden omschreven, terwijl iemand met een hoog EQ conformistischer is aangelegd. EQ-voorvechters beweren dat iemand met een hoog EQ empathischer en daarom succesvoller is. Critici van de doctrine betwisten niet dat mensen met een hoog EQ maatschappelijk succesvoller kunnen zijn, maar stellen dat dit meer te maken heeft met een amorele meeloper-mentaliteit dan met empathie. Tevens is het niet bewezen of men met een hoog of laag EQ wordt geboren en wat de waarschijnlijke invloeden van: cultuur, socio-economische status en opvoeding zijn.

EQ gebruikt als assessment[bewerken]

Volgens sommigen is de achterliggende gedachte bij het gebruik van het EQ voor personeelsselectie dat werknemers vaak gefrustreerder zijn over het feit dat leidinggevenden niet tonen dat ze naar hen willen luisteren en hen willen begrijpen, dan over het feit dat ze hun zin niet krijgen. Volgens anderen zal een goede EQ-competentietest 50% of zelfs meer van het functioneren van werknemers voorspellen, en vertonen hogere leidinggevenden een beduidend hogere score op vragenlijsten die EQ-competenties meten.

De waarde van een EQ-test is, meer nog dan die van een IQ-test, omstreden. Het EQ is geen exact meetbare eigenschap. Het correct gebruik van een EQ-test bestaat er daarom in dat men moet nagaan hoe de personen die goed scoren op de werkvloer scoren op de EQ-test. Verdere kritiek spitst zich toe op twee zaken. In de eerste plaats dat een EQ-test niet zozeer een een vermogen of begaafdheid meet, zoals bij gebruikelijke intelligentietests het geval is, maar eerder een morele eigenschap. In de tweede plaats dat de EQ test niet veel toevoegt aan bestaande persoonlijkheidstests zoals de Big Five[1] [2] [3].

Ook zijn er meetproblemen: sommige instrumenten die EQ-competenties meten, leveren enkel betrouwbare resultaten op als ze gebruikt worden volgens een 360° feedback methode. Deze methode, waarbij ook collega's gevraagd wordt om het gedrag van de geteste persoon in te schatten, is per definitie niet bruikbaar bij personeelsselectie, maar enkel bij assessment van werknemers die reeds enige tijd in dienst zijn. Het is daarom meer aangewezen om bij personeelsselectie de attitude van medewerkers te testen.

De vijf belangrijkste EQ-eigenschappen zijn:

  1. Zelfkennis. Mensen met een hoog EQ hebben het vermogen om de eigen denkwijze, mogelijkheden en onmogelijkheden te kunnen inschatten en daar conclusies uit te trekken.
  2. Optimisme. Mensen met een hoog EQ denken positief over hun eigen mogelijkheden en laten zich niet snel uit het veld slaan.
  3. Kunnen afzien. Mensen met een hoog EQ kunnen het opbrengen om te werken aan iets wat ze op lange termijn willen.
  4. Empathie. Mensen met een hoog EQ kunnen zich goed verplaatsen in de gevoelens van anderen.
  5. Sociale vaardigheden. Mensen met een hoog EQ kunnen goed met zowel bekenden als vreemden omgaan.

Het wordt ook wel omschreven als de 'interpersoonlijke en intrapersoonlijke intelligentie tezamen' (zie Howard Gardner).

Literatuur[bewerken]

  • Robert K. Cooper met Ayman Sawaf: Werken met EQ: Emotionele Intelligentie in bedrijf en praktijk (A.W.Bruna Uitgevers, 1997)
  • Daniel Goleman: Emotionele Intelligentie - Emoties als Sleutel tot Succes (Uitgeverij Contact, 1996)
  • Patrick Merlevede & Rudi Vandamme: 7 lessen in Emotionele Intelligentie (Uitgeverij Garant, 1999)
  • Ludo Abicht: Intelligente emotie (Uitgeverij Houtekiet, 2001)
  • John Eaton & Roy Johnson: Communiceren met emotionele intelligentie (E-com Publishing, 2001)
  • Salovey, P., & Mayer, J. D. (1990). Emotional intelligence. Imagination, Cognition,

and Personality, 9, 185–211.

Referenties[bewerken]

  1. Landy, F.J. (2005). Some historical and scientific issues related to research on emotional intelligence. Journal of Organizational Behavior, 26, 411-424.
  2. Mikolajczak, M., Luminet, O., Leroy, C., & Roy, E. (2007). Psychometric properties of the Trait Emotional Intelligence Questionnaire. Journal of Personality Assessment, 88, 338-353.
  3. Smith, L., Ciarrochi, J., & Heaven, P. C. L., (2008). The stability and change of trait emotional intelligence, conflict communication patterns, and relationship satisfaction: A one-year longitudinal study. Personality and Individual Differences, 45, 738-743.