Ernest Bloch

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ernest Bloch

Ernest Bloch (Genève, 24 juli 1880Portland (Oregon), 15 juli 1959) was een Joods-Zwitsers-Amerikaans componist.

Leven [bewerken]

In Genève begon hij met zijn vioolstudie. Vervolgens ging hij naar Brussel om te studeren, maar de meeste tijd bracht hij door aan het Dr. Hoch’s Konservatorium van Frankfurt bij Iwan Knorr, die later van grote invloed bleek te zijn in zijn werken. Hij vestigde zich in 1917 in de Verenigde Staten en was o.a. directeur van het Cleveland Institute of Music en van het conservatrium van San Francisco.

Het oeuvre van Bloch kan grofweg in een aantal periodes worden ingedeeld:

  1. Zijn vroegste werken zijn zeer duidelijk ontstaan onder invloed van Modest Moussorgsky, Richard Strauss en Claude Debussy. Zijn opera Macbeth ontstond, en werd lovend ontvangen, en zelfs de 'meest verfijnde Shakespeare opera' genoemd. In deze tijd vestigde hij zich in de Verenigde Staten. Hij gaf les aan de University of California, en werd directeur van het San Francisco Conservatory of Music en het Cleveland Institute of Music.
  2. De tweede periode wordt ook wel zijn Joodse Periode genoemd. Hij schreef zeer melancholische werken, onder andere Nigun uit Baal Shem, waarvan men tegenwoordig zegt dat elke zichzelf respecterende violist/cellist het wel op het repertoire heeft staan.
  3. Bloch krijgt na zijn Joodse Periode bewondering voor Bach en Palestrina als nooit tevoren en besluit grondig het contrapunt te leren. Zijn vermogens op dit gebied verbeteren zeer snel.
  4. Zijn laatste periode wordt gekenmerkt door depressiviteit, met name door de Tweede Wereldoorlog. Hij greep terug naar de stijl van de laatste werken van Ludwig van Beethoven en eindigde met een poging tot het aansluiten bij het serialisme.

Lijst van composities [bewerken]

  • Orkestwerken
    • Helvetia, 1900-1929;
    • Symphony in C, 1901-1902;
    • Hîver - Printemps, symfonische gedichten, 1904-1905;
    • 2 tussenspelen uit de opera Macbeth, 1910;
    • 4 Joodse gedichten ,1913;
    • Schelomo, voor cello en orkest, 1915-1916;
    • Suite, voor altviool en orkest, 1919;
    • In the Night, 1922;
    • Poems of the Sea, voor orkest, 1924;
    • Concerto Grosso no.1, voor piano en strijkers, 1924-1925;
    • 4 episodes voor kamerorkest, 1926;
    • Gebed, voor cello en strijkers, circa 1930;
    • Voice in the Wilderness, symfonisch gedicht voor cello en orkest, 1936;
    • Evocations, 1937;
    • Vioolconcert, 1938;
    • Suite Symphonique, 1944;
    • Concerto Symphonique, voor piano en orkest, 1947-1948;
    • Scherzo fantasque, voor piano en orkest, 1948;
    • Concertino, voor fluit, altviool en strijkers, 1950;
    • Suite Hébraïque, voor viool of altviool en orkest, 1951;
    • Concerto Grosso no.2, voor strijkers, 1952;
    • In memoriam, 1952;
    • Sinfonia Breve, 1952;
    • Symphony, voor trombone en orkest, 1954;
    • Symphony in E, 1954-5;
    • Proclamation, voor trompet en orkest, 1955;
    • Suite modale, voor fluit en orkest, 1956;
    • Suites 1–3 for solo cello (1956–7)
    • Two last Poems (Maybe...), voor fluit en orkest, 1958
  • Vocale muziek
    • Macbeth (opera in 3 bedrijven, libretto van E. Fleg, naar Shakespeare), 1904-1909;
    • Poèmes d'automne, voor mezzosopraan en orkest, 1906;
    • Israel, voor 5 solisten en orkest, 1912-1916;
    • Prelude and 2 Psalms (Psalmen 94 & 137), voor sopraan en orkest, 1912-1914;
    • Psalm 22, voor alt of bariton en orkest, 1914;
    • America: An epic Rhapsody, voor koor en orkest, 1926;
    • Avodath Hakodesh, voor bariton, koor en orkest