Fulguriet

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een fulguriet uit Okeechobee in Florida, van bovenaf en van opzij gezien.

Een fulguriet of bliksembuis is een holle buis van gesmolten gesteente of zand en bestaat vaak voor een groot deel uit lechatelieriet. Deze ontstaat door de intense hitte die ontstaat bij inslag van een bliksem in kwartsrijke gronden. Strikt genomen kan het worden beschouwd als voorbeeld van een metamorf gesteente ontstaan door contactmetamorfologie.

Fulguriet dankt zijn naam aan het Latijnse woord fulgur, fulguris "bliksem, weerlicht", wat zou kunnen worden vertaald met 'bliksemsteen' of 'dondersteen'. In vroegere tijden dacht men dat fulguriet de bliksem zelf was die was neergedaald.

Voorkomen[bewerken]

De buitenkant van een fulguriet is meestal ruw en kan bedekt zijn met zandkorrels, terwijl de binnenzijde vaak glad is. Fulgurieten ontstaan vooral in zandrijke bodems in gebieden met veel onweersactiviteit. In principe kan een fulguriet ontstaan in elke minerale bodemsoort. Ondanks dat fulgurieten veel voorkomen worden ze maar zelden gevonden. Ze zijn namelijk vaak moeilijk op te sporen en bovendien zeer breekbaar, waardoor een fulguriet vaak in stukken breekt tijdens het opgraven. Fulgurieten worden in woestijngebieden nooit op duintoppen gevonden maar altijd in de kommen tussen de duinen, dat komt omdat de bliksem daar inslaat op plaatsen waar het grondwater het dichtst aan de oppervlakte ligt.

Bekende vondsten[bewerken]

Fulgurieten hebben een doorsnede tot enkele centimeters en kunnen een lengte van vele meters bereiken. In 1942 is in de buurt van Hulshorst op de Veluwe een fulguriet van drie meter lang gevonden. Te Zonhoven werd in 1952 een bliksembuis gevonden van ca. tien meter.