Gaius Petronius Arbiter

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Afbeelding van Petronius uit 1707
Titelplaat van uitgave uit 1709 van de Satyricon van Petronius

Gaius(of Titus?) Petronius Arbiter (27 n.Chr. - 65 n.Chr.) was een Romeinse schrijver uit de 1e eeuw na Christus (tijd van Nero). In 65 na Christus pleegde hij zelfmoord door een bevel van Nero.[1]

Biografische gegevens[bewerken]

Petronius was vermoedelijk de zoon van Publius Petronius, die onder keizer Caligula gouverneur van Syria was geweest en Plautia (de dochter van Aulus Plautius).

Tacitus beschreef Petronius als volgt:

"Hij bracht zijn dagen door al slapend, en zijn nachten in het uitvoeren van zijn ambtelijke plichten of in vermaak. Door zijn losbandig leven en een leven vol energie wilde hij net zo beroemd worden als andere dergelijke mensen. Hij werd niet zomaar beschouwd als een gewone verkwister, maar als een volleerd wellusteling. Zijn roekeloos gebruik van de vrijheid van meningsuiting, dat eerder als openhartigheid werd beschouwd, verschafte hem populariteit. Maar tijdens zijn provinciaal bestuur, en later toen hij het ​​ambt van consul vervulde, had hij kracht en geschiktheid voor bestuur getoond. Toen hij daarna terugkeerde naar zijn vroeger leven van gemene verwennerij, werd hij opgenomen in de selecte kring van Nero's intimi, en werd hij beschouwd als een absolute autoriteit wat betreft smaak (elegantiae arbiter) en de verfijnde kennis van het leven in luxe."
Tacitus, Annales XVI 18.1-2.


Volgens Tacitus hield Petronius zich ‘s nachts bezig met het bestuderen en het schrijven van teksten. Eerst werd hij gouverneur van Bithynië daarna werd hij consul (62 n.Chr.). Volgens Tacitus voerde hij die taken erg goed uit. Na dit al te hebben bereikt kwam hij in een groep rondom Nero terecht. Hij was een soort adviseur van Nero, een ceremoniemeester (Latijn: elegantiae arbiter).[2] Tigellinus was jaloers op de positie van Petronius.[3] Hij vertelde Nero dus over de samenzwering die Seneca ook al de kop kostte. Hierdoor moet Petronius noodgedwongen ook zelfmoord plegen.[4] Tijdens zijn langzame doodsstrijd zou hij een afscheidsbrief aan de keizer opgesteld -hebben, waarin hij diens geheime schanddaden beschreef.[5][6][7]

Petronius is een van de hoofdfiguren in de roman Quo vadis? van Henryk Sienkiewicz uit 1895, die verscheidene malen werd verfilmd. Tevens gaf hij zijn naam aan het Petronius olieplatform, dat eind jaren '90 in de Golf van Mexico werd gebouwd.

Literaire werken[bewerken]

Waarschijnlijk is Petronius de schrijver van de Satyrica. De Satyrica zijn niet compleet teruggevonden. 175 bladzijdes zijn overgebleven en men denkt dat dat een fractie is van de oorspronkelijke delen. Een deel van boek 14 en 16 ,en het boek 15 is helemaal teruggevonden in 1650 te Trau, Dalmatië. Waarschijnlijk heeft het Satyrica 20 boeken omvat. De verteller in het boek is de intellectueel Encolpius die samen met de zwaargeschapen Ascyltos en het knaapje Giton Zuid-Italië doorkruist. Zo komt het drietal in vreemde gezelschappen, kroegen en badhuizen terecht. De langste passage is die van het feestmaal van Trimalchio (Latijn: Cena Trimalchionis). Dit is een absurd diner georganiseerd door de rijk geworden vrijgelatene parvenu Trimalchio die zijn vrienden voor het diner uitgenodigd heeft. Later verdwijnt Ascyltos die plaats maakt voor de dichter Eumolpus. Het nieuwe drietal komt ook in verschillende avonturen terecht. De Satyrica is een ik-roman, afgewisseld met stukken poëzie, en er komen veel spreekwoorden in voor en dat zorgt voor een bijzonder stukje volkstaal in het boek. Volkstaal komt in weinig boeken voor dus maakt het dit boek uniek. Het boek staat vol rake typeringen, humoristische beschrijvingen (in het bijzonder van de protserige Trimalchio) en vulgaire uitdrukkingen. Er komen zelfs spoken en weerwolven ter sprake.

Het is niet zeker of Petronius meerdere stukken heeft geschreven. Er zijn wel stukken poëzie op zijn naam uitgebracht, maar die komen waarschijnlijk uit het Satyrica.[8]

Satyricon werd op verfilmd door Federico Fellini.

Nederlandse vertalingen[bewerken]

  • Petronius, Satyricon; vertaald en toegelicht door A.D. Leeman, Amsterdam 1966 (en vele herdrukken).
  • Petronius, Satyrica; vertaald en toegelicht door Vincent Hunink, Amsterdam 2006.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Uit 'Latin Literature - A History', geschreven door Gian Biagio Conte en vertaald door Joseph B. Solodow, het boek werd gepubliceerd in 1984 en de versie die hiervoor gehanteerd is komt uit 1999. (pagina 453 tot en met 465)
  2. Tacitus, Annales XVI 18.2.
  3. Tacitus, Annales XVI 18.3.
  4. Tacitus, Annales XVI 19.
  5. Tacitus, Annales XVI 19.2.
  6. Uit 'Het feest van Saturnus - De literatuur van het heidense Rome', geschreven door Piet Gerbrandy en gepubliceerd in 2007. (pagina 255 tot en met 260)
  7. Uit 'A handbook of Latin Literature - From the earliest time to the death of St.Augustine', geschreven door H.J. Rose, voor het eerst gepubliceerd in 1936 en voor dit stuk is de versie uit 1996 gehanteerd. (pagina 376 tot en met 379)
  8. Uit 'Klassieke letterkunde - Overzicht van de Griekse en Latijnse letterkunde', geschreven door G.J.M. Bartelink, voor het eerst gepubliceerd in 1964 en voor dit stuk is de versie uit 1989 gehanteerd. (pagina 227 en 228)