Geloven (gedrag)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geplaatst:
15-12-2014

Genomineerd   Deze pagina is genomineerd voor verwijdering

Ten minste een van de mensen die meewerken aan Wikipedia, vindt dat deze pagina in deze vorm niet binnen de Wikipedia-encyclopedie past. De pagina is daarom aangedragen op de beoordelingslijst.

De reden die hiervoor is opgegeven, luidt: door mij eerder behouden maar in al die tijd is er niks aan dit artikel veranderd waardoor dit artikel nog steeds ondermaats is.

Na plaatsing op de beoordelingslijst blijft dit artikel twee weken staan, zodat eventuele bezwaren ingebracht kunnen worden. Als je het artikel zodanig kunt verbeteren dat daarmee de redenen voor verwijdering komen te vervallen, aarzel dan vooral niet en verbeter het! Vergeet niet om dit op de genoemde lijst te vermelden.

Pas als het artikel dusdanig is verbeterd en aangepast dat het wel binnen Wikipedia past, kan deze melding verwijderd worden. Geef dit aan op de lijst door het toevoegen van de reden. (/)

Vraagteken
Er wordt getwijfeld aan de juistheid van een of meer onderdelen van dit artikel.
Raadpleeg de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie, en pas na controle desgewenst het artikel aan.
Opgegeven reden: Onencyclopedisch en hilarisch ratjetoe van niet-neutrale teksten, ondeugdelijke historische resumées, kletspraat en gewichtigdoenerij - samenhang tussen de diverse betekenissen van 'geloof' ontbreekt geheel.
Dit sjabloon is geplaatst op 20 november 2013.
Vraagteken

Geloven is de psychische toestand waarin iemand verkeert die bereid is om onder bepaalde voorwaarden een bepaalde bewering (propositie) voor waar aan te nemen.

Geloven (epistemologie)

De eerste betekenis van geloven is de veronderstelling dat iets waar of niet waar is. Geloven in dit verband is als een inschatting die iemand maakt dat een bewering met een zekere waarschijnlijkheid waar of onwaar zou kunnen zijn. Deze waarschijnlijkheid is in het geval van 'geloven' groter dan wanneer men 'geen idee' heeft, en kleiner dan wanneer men iets 'zeker weet'. Deze waarschijnlijkheden worden door individuen persoonlijk toegekend. In deze betekenis van geloven geldt dus dat er geen zekerheid is over de kwestie.

Geloven (vertrouwen)

Een tweede betekenis van geloven is het hebben van vertrouwen of overtuiging in een verwachting in iets of iemand, wat bijvoorbeeld tot uiting komt in de uitspraak "ze gelooft in mij". In deze betekenis gaat het dus om de persoonlijke overtuiging dat iets zo is, gaat gebeuren of vaststaat. Geloven is dan vertrouwen en vervolgens stellen dat iets zo is.

Geloven is een algemeen begrip, dat vaak in verband gebracht wordt met religie. Maar men kan naast het geloven in God, ook geloven in bijvoorbeeld paranormale verschijnselen, zolang zulk soort zaken niet vaststaan. Weten en geloven (in de betekenis van overtuiging en vertrouwen) gaan vaak samen, en staan niet in tegenstelling tot elkaar. Geloven en weten in de betekenis van een wetenschappelijk bewezen waarheid of onwaarheid staan echter vaker tegenover elkaar. Als een feit bewezen is ('de aarde is rond'), is het moeilijk te geloven in het tegendeel ervan.

Wanneer men denkt dat men iets weet is er vaak ook een element van overtuiging of geloven aanwezig, dat men echter soms niet graag wil erkennen. Men is soms geneigd de eigen meningen zo objectief mogelijk te willen zien, waarbij het aanwezig zijn van geloof of vertrouwen in de eigen mening het objectieve karakter ervan vermindert, en daarom voor de buitenwereld onwenselijk is. Het spreekt voor zich dat iemand ergens in kan geloven zonder dat er voor dit geloof (wetenschappelijk) bewijs bestaat, net als dat men kan denken iets te weten, maar het desondanks toch fout heeft.

Geloven (in de betekenis van overtuiging) kan een zekere exclusiviteit inhouden. Geloven in het één sluit immers het geloof in iets wat daarmee in tegenspraak is, van nature uit.

Etymologie en verwante termen[bewerken]

De etymologie en de verwante termen in de Grieks-Romeinse oudheid zijn verhelderend voor het begrip geloof.

  • Geloof - Oud-Engels ge-leafa (Engels be-lief) < Germaans *ga-laubon (Duits Glaube) < *ga-laub-: "bemind, gewaardeerd". De stam -loof komt ook voor in lief-de < Oer-Germaans *lubo (Duits lieb, Gotisch liufs) < Indo-Europees *leubh-: "verlangen, beminnen" (vergelijk Latijn lubet, libet: "het behaagt", Sanskriet lubhyati: "verlangt").
  • Pistis en fides - Het Griekse en het Latijnse woord voor geloof, resp. pistis en fides, gaan beide terug op een Indo-Europese wortel *bhidh- / *bheidh- / *bhoidh- (vergelijk Grieks peithô: "overtuigen", peithomai: "overtuigd zijn, geloven", pistis: "overtuiging, geloof", Latijn fidere: "vertrouwen, geloven", foedus: "verdrag"). Het Engelse faith, Oud-Fries feid < Latijn fides. Er bestaat ook verwantschap met bidden, Oudengels biddan: "vragen, eisen" < Oer-Germaans *bithjan (Duits bitten: "vragen, verzoeken").
  • Credo - De geloofsbelijdenis begint met het Latijnse Credo: "ik geloof" (vergelijk Engels creed) dat teruggaat op Indo-Europees *kerd-dhe-: "geloven", letterlijk "zijn hart plaatsen" (Sanskriet crad-dadhami). Voor de Romein kan dit aangevoeld worden als "ik geef (do, dare) mijn hart (cor, cordis)".

Geloven in de psychologische en filosofische context[bewerken]

Geloven in de psychologische betekenis is een geestelijke toestand die een vorm aanneemt van een veronderstellende houding. Veronderstellend in die zin dat geloven een bewering of een verwachting over de werkelijkheid is die verondersteld wordt wel of niet waar te zijn, zelfs als dit in de praktijk niet kan worden vastgesteld. Kennis wordt wel gedefinieerd als verdedigbaar waar geloven, in die zin dat het geloof wordt aangenomen overeen te komen met de werkelijkheid en moet zijn afgeleid van geldig bewijs en argumenten. Bij gebrek aan feitelijke kennis is een individu echter beperkt tot het geloven van een veronderstelling of het tegendeel daarvan. Iets geloven in logische zin kan daarom ook worden geïnterpreteerd als het toekennen van een waarschijnlijkheid aan de veronderstelling dat deze waar is (bijvoorbeeld: "Ik geloof dat het morgen zal ophouden met regenen."). De traditionele psychologie heeft vanouds geloven behandeld als was het de eenvoudigste vorm van geestelijke weergave en daardoor een van de bouwstenen van de bewuste gedachte.

Filosofen zijn vaak strenger in hun analyse en veel van de onderzoekingen en opvattingen betreffende het begrip geloven stammen van filosofische analyses. Het begrip geloven veronderstelt een individu (degene die iets gelooft) en een onderwerp van geloof. Geloven vooronderstelt zo het bestaan van een geestelijke toestand en voorbedachtheid. Veel filosofen hangen het beeld aan dat geloven tot zekere hoogte spontaan en willekeurig is. Sommigen menen dat men kan kiezen om een zaak te onderzoeken maar dat men niet kan kiezen het te geloven. Maar aan de andere kant bestaat ook de indruk dat individuen soms dingen niet geloven omdat zij het niet willen geloven, in het bijzonder in zaken waarin men emotioneel betrokken is. Filosofen die belangrijke bijdragen hebben geleverd aan de ideeën over kennis en geloven zijn onder andere René Descartes, Benedictus de Spinoza, David Hume, Immanuel Kant en Willard Van Orman Quine.

Geloven in de religieuze context[bewerken]

Geloven in de religieuze context is een vorm van overtuiging en vertrouwen in God of goden, een hogere waarheid of realiteit (bijvoorbeeld Nirvana), een instituut dat een bepaalde overtuiging belichaamt, of een systeem van leefregels.

Het verschil tussen religie en weten(schap) is in de westerse wereld pas als zodanig tijdens de Verlichting ontstaan.[bron?] Geloof en rationalisme en logica worden in de religieuze context soms ten onrechte tegenover elkaar geplaatst, als zouden geloof en rede of verstand elkaar uitsluiten. Er wordt wel beweerd dat waar de wetenschap ophoudt, het geloven begint maar dit is een discutabele opvatting. Er zijn immers ook stromingen die een synthese tot stand proberen te brengen tussen religie en wetenschap: zie bijvoorbeeld Theosofie, Ken Wilber of Intelligent design. In veel culturen, zoals bij de traditionele Aboriginals in Australië, zijn er geen woorden om geloof en weten te differentiëren. Geloven en weten zijn daar één.

Geloof in het boeddhisme[bewerken]

Geloof (Pali: Saddha) neemt in het boeddhisme een belangrijke plaats in, en vormt een van de 'vijf spirituele krachten', samen met wijsheid, inzet, concentratie en gewaarzijn. In deze leer van de 'vijf spirituele krachten' dienen geloof en wijsheid met elkaar in balans te zijn, om een optimaal resultaat te leveren. Hierbij hoort dat men erkent wanneer een geloof in een bepaald aspect van de leer slechts een geloof is, zonder persoonlijke validatie.

Het bestaan van hogere waarheden als goden en Nirvana wordt in het boeddhisme geconformeerd. In het boeddhisme is het geloof in de theorie die de hogere waarheden beschrijft belangrijk, maar sommige leraren (bijvoorbeeld Ajahn Sumedho) benadrukken meer het belang van de correcte attitude ten opzichte van 'geloven' ("wees jezelf bewust dat je slechts gelooft en nog niet weet") dan de precieze details van hetgeen je gelooft. Deze details zijn immers slechts theoretische beschrijvingen. Ook maakt men in het boeddhisme vaak een onderscheid tussen 'conceptuele' kennis, waar de wetenschap naar streeft, en de direct en innerlijk ervaren kennis en inzicht die ontstaan als gevolg van praktijken als meditatie en het purificeren van de eigen geest.

Voor meer, zie Geloof in het boeddhisme

Geloof in het christendom[bewerken]

Geloof is een centraal begrip in het christendom en heeft er diverse betekenissen. De een legt de nadruk op het aspect 'vertrouwen' (zoals in een menselijke relatie) en stelt vertrouwen in Gods goedheid centraal, voor de ander is geloven in God een vorm van zekerheid of kennis. Deze kennis kan al dan niet met wetenschappelijk bewijs gestaafd worden. Over de vraag of dergelijk bewijs mogelijk respectievelijk nodig is, is binnen het christendom veel debat. Door het overgrote deel van de christenen wordt niet aan het bestaan van God getwijfeld, of aan Christus als de zoon van God.

Geloof in de islam[bewerken]

De religie van de islam bestaat uit geloof (al iman) en praktijk (al din). De Zuilen van geloof (arkan al-iman) is de verzamelterm die gebruikt wordt voor de zaken die elke moslim dient te geloven. Er bestaan verschillende opvattingen over wat tot 'geloof' gerekend moet worden. Vast staat dat God de enige God is en dat het de grootste zonde: Shirk (uitspraak: Sjirk) is om aan Hem iets of iemand gelijk te stellen.

De meeste moslims zien als onderdeel van het geloof het geloof in de eenheid van God (tawhid), het geloof in de engelen, het geloof in de geopenbaarde Boeken, het geloof in de profeten en de boodschappers, het geloof in de Wederopstanding en de Laatste Dag, en het geloof in de voorbeschikking Gods.

De islam kent vanuit haar vroegste begin geen scheiding van kerk en staat, waardoor het voor buitenstaanders moeilijk is om een scheiding te maken tussen geloof en samenleving. Verschillende voorschriften zijn wel door Mohammed gegeven, maar zijn geen onderdeel van het geloof. Deze voorschriften kunnen weer wel tot de culturele en godsdienstige aspecten worden gerekend.

Wetenschap en geloof[bewerken]

In de wetenschap probeert men kennis te verwerven door theorieën met experimenten of logische analyse te testen. Bij geconstateerde afwijkingen of zwakke plekken kan de theorie dan aangepast worden of zelfs in de prullenbak verdwijnen. Zie ook Wetenschappelijke methode. Zolang een theorie niet is bewezen of verworpen kan men spreken van geloven in de juistheid of onjuistheid van de theorie, gebaseerd op de aannemelijkheid ervan. Echter: een theorie is pas werkelijk bruikbaar als onomstotelijk, empirisch bewijs is geleverd. Het is niet mogelijk om op wetenschappelijk niveau voort te bouwen op een onbewezen theorie.

Geloof in een theorie staat dus niet garant voor de bruikbaarheid ervan. Jacques Benveniste was er bijvoorbeeld tot aan zijn dood van overtuigd de werkzaamheid van homeopathie te hebben bewezen, maar sindsdien heeft niemand deze resultaten kunnen herhalen.

Ook vinden soms onechte onderzoeken plaats met het doel om een van tevoren vastgestelde conclusie gemeengoed te laten worden, en daardoor een fundering te leveren voor het houden van een bepaald geloof. Dit wordt pseudowetenschap genoemd, en wordt door "reguliere" wetenschappers niet serieus genomen.

Soms wordt een hypothese schijnbaar wetenschappelijk bewezen, waarna later na nieuwe inzichten blijkt dat de deze toch ongeldig of maar gedeeltelijk geldig was. In dat geval was het (wetenschappelijk) geloof in de waarheid van de betreffende hypothese al die tijd niet op de werkelijkheid gebaseerd. Een voorbeeld hiervan is de gravitatietheorie die na de ontdekking van atomaire en subatomaire structuren niet algemeen geldig bleek te zijn.

Wetenschappelijk onderzoek van godsdienst[bewerken]

Geloof in de religieuze context en godsdienst worden wetenschappelijk onderzocht in de godsdienstsociologie, godsdienstpsychologie, en in het multidisciplinaire vakgebied godsdienstwetenschap.

"Blind geloof"[bewerken]

Overtuigde gelovigen zijn soms niet in staat hun sterke geloof als geloven, als onzekerheid te erkennen, en kunnen het feit dat ze iets (intens) geloven als bewijs zien van het waar en correct zijn van hun geloof of overtuiging ("ik geloof het, dus het is waar"). Zij hebben geen twijfel over hun geloof, en zijn vaak niet vatbaar voor alternatieve rationele of logische verklaringen en benaderingen, noch het beschikbaar komen van nieuwe feiten die hun geloof schijnen te ondermijnen. Wanneer het geloven sterk is ziet men gebeurtenissen en feiten vaak in termen van het geloven, wat de objectieve waarde van deze feiten en gebeurtenissen vermindert. Soms wordt ook de term 'blind geloof' in dit verband gebruikt.

Godsdienstvrijheid[bewerken]

Iedere Nederlandse burger heeft het recht op vrijheid van godsdienst. Sommige landen — voornamelijk theocratische landen — verplichten hun bevolking te geloven in een voorgeschreven religie, of een beperkte set van religies.

Externe links[bewerken]

  • De Kalama Sutta is een beroemde toespraak van de Boeddha, en geeft een beschrijving van de basis waarop iemand een geloof of stelling moet toetsen voor het als 'waar' aan te nemen.