Groene zandloopkever

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Groene zandloopkever
Foto E. van Herk
Foto E. van Herk
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Arthropoda (Geleedpotigen)
Klasse: Insecta (Insecten)
Superorde: Endopterygota
Orde: Coleoptera (Kevers)
Onderorde: Adephaga
Familie: Carabidae (Loopkevers)
Geslacht: Cicindela
Soort
Cicindela campestris
Linnaeus, 1758
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Insecten

De groene zandloopkever (Cicindela campestris) is een tot 15 millimeter lange kever uit de familie Loopkevers (Carabidae).

Kenmerken[bewerken]

Deze kever heeft prachtige kleuren; lichtgroene dekschilden met ver uit elkaar staande kleine witte tot gele vlekjes. De onderzijde, borststuk en poten zijn kopergroen, en over het hele lichaam is een parelmoerachtige glans aanwezig. De poten zijn dichtbehaard, de krachtige kaken zijn geel en de ogen opvallend groot en rond. Men krijgt bij levende exemplaren zelden de kans om de kleuren eens rustig te bekijken; bij koel weer blijft de kever in de schuilplaats, alleen bij zonnig weer komt hij tevoorschijn. Omdat het dan vaak erg warm is, is de groene zandloopkever razendsnel. Er wordt haastig over de grond gerend, en om de zoveel meter wordt een stukje gevlogen om nog sneller te zijn; het zijn erg goede vliegers met een uitstekend zichtvermogen.

Leefwijze[bewerken]

Zowel de volwassen dieren als de larven jagen op zicht. Het menu bestaat uit allerlei geleedpotigen, zowel insecten als tweevleugeligen, mieren en zelfs op spinnen wordt gejaagd; de prooi wordt aan stukjes geknipt en opgezogen nadat er verteringsappen aan zijn toegevoegd. De kever is te zien van april tot september, het actiefst zijn de diertjes in mei. Ook de larve leeft van prooien die vanuit een tunneltje gegrepen worden met de kaken, in het tunneltje wordt ook een keer overwinterd. De jaagt dag en nacht en kan al op prooien reageren bij licht van 0,01 lux.

Voortplanting[bewerken]

Als een mannetje tot paring willen overgaan met een vrouwtje en het vrouwtje is onwillig, dan kromt zij haar achterlichaam om zich zo op de rug te werpen en het mannetje af te schudden. De eitjes worden onmiddellijk na de paring, rond mei, afgezet ongeveer een centimeter diep in het zand en komen na ongeveer 30 dagen, afhankelijk van de temperatuur, uit. De kever leeft ruim een jaar als larve in drie stadia. Overwintering vindt meestal in het tweede, soms in het derde stadium plaats. In de zomer of soms zelfs het voorjaar van het tweede jaar vindt verpopping plaats. De volwassen kever ontpopt uiterlijk in het najaar en blijft in de popruimte onder de grond, alwaar hij overwintert.[1] Pas het volgende jaar, na de tweede overwintering, verschijnt de nieuwe kever om te gaan paren.

Verspreiding en leefgebied[bewerken]

Paring.

De habitat van deze soort bestaat uit zanderige of venige omgevingen zoals heide, duinen, bosranden en verstuivingen, altijd in open terreinen waar niet veel bomen staan, of ver uit elkaar. De soort komt voor in vrijwel het gehele West-Palearctisch gebied, met uitzondering van het uiterste noorden, en oostelijk daarvan tot in Siberië en Kirgizië.[2]

Onderscheid[bewerken]

Deze soort lijkt sterk op de strandzandloopkever (Cicindela maritima) en de basterdzandloopkever (Cicindela hybrida), maar deze laatste twee soorten hebben vaak donkerdere kleuren en een wat dwarsgestreept vlekkenpatroon. De groene zandloopkever heeft vaak twee kleine witgele vlekjes aan weerszijden van het achterlijf. Ook houdt de groene zandloopkever van wat meer begroeiing op de bodem, de andere soorten van wat kalere zandvlakten.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. R. A. Crowson (1981) The Biology of the Coleoptera, Londen: The Academic Press, pag. 385
  2. Verspreiding groene zandloopkever, Nederlands soortenregister