Haken

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor het artikel over de Engelse band, zie Haken (band)
Supermacrofoto van fijn haakwerk
Hongaars Csetneki-haakwerk

Haken is een handwerktechniek. Het haken gebeurt met behulp van een haaknaald, daarmee worden van garens eenvoudige tot ingewikkelde lussen gemaakt, die samen een patroon vormen.

Voor haakwerk kunnen veel soorten garens gebruikt worden, van het fijnste katoen voor kanten kleedjes tot touw en raffia voor koorden en andere gebruiksartikelen. Afhankelijk van het gebruikte garen wordt voor een dunne tot heel dikke naald gekozen.
Er bestaat zelfs een manier om zonder behulp van een naald te haken, het zogenaamde vingerhaken, deze methode wordt op sommige basisscholen in de handwerkles geleerd. Met deze techniek kunnen echter alleen "lossen" worden gehaakt.

Haaknaalden[bewerken]

Haaknaalden zijn genummerd volgens een standaardmaat (metrisch) en hebben meestal ook een standaardlengte, aangezien er hoogstens enkele lussen tegelijk op de naald zijn.
Oplopend van dun naar dik is dat: 0,6 - 0,75 - 1,0 - 1,5 - 1,75 - 2,0 - 2,5 - 3,0 -3,5 - 4,0 - 4,5 - 5,0 - 5,5 - 6,0 - 6,5 - 7,0 - 7,5 - 8,0 - 8,5 - 9,0 - 10,0 etc.
De twee dunste naalden zijn meestal van staal, de iets dikkere van aluminium overtrokken met een dun laagje plastic. Voor de dikste naalden kunnen zowel plastics (nylon) als hout gebruikt worden.

Garens[bewerken]

Voor de dunste garens wordt heel fijne katoen gebruikt. Voor de iets dikkere wol of menggarens. Met dikkere materialen zoals sisal en raffia kan ook worden gehaakt.

Steken[bewerken]

  • opzetlus
  • losse
  • halve vaste
  • vaste
  • half stokje
  • stokje
  • dubbel stokje
  • driedubbel stokje

Producten[bewerken]

Van de dunste garens worden sierkleedjes, bijna vergelijkbaar met kantklossen gemaakt. Daarmee kunnen natuurlijke vormen, geïnspireerd op de natuur, zoals bloemen en blaadjes worden gehaakt. Dit wordt ook wel Iers haakwerk genoemd en is vaak drie-dimensionaal. Zie het middengedeelte van het kleedje op de foto.
In vroeger tijden werd er door sommige vrouwen ook vitrage gehaakt. Door veel met dubbele stokjes en lossen te werken kreeg die vitrage een heel open structuur, het zogenaamde filethaakwerk. Ook was het gebruikelijk om een sierrand in de onderkant van de vitrage te haken. Met een goede voorbereiding konden hiermee ook letters en woorden gevormd worden. Dit moest wel van tevoren berekend worden om goed uit te komen.
Van de dikkere materialen werd ook veel baby-, kinder- en dameskleding gemaakt. Ook jasjes, hemdjes en mutsjes werden en worden wel gemaakt.

Touw en raffia lenen zich uitstekend voor het maken van allerlei stevige gebruiksvoorwerpen van tassen tot onderzetters en vloerkleden. Een techniek die nog wel eens voor haken wordt aangezien is het naaldbinden.