Hilda Ram
Hilda Ram (geboren als Mathilda Ramboux; Antwerpen, 31 oktober 1858 - 12 juli 1901) was een Vlaams schrijfster en dichteres.
[bewerken] Biografie
Hilda Ram studeerde aan de Normaalschool te O.L.V. Waver en aan het Ursulinen-gesticht te Upton, bij Londen. Ze werkte als privélerares, maar door haar zwakke gezondheid kon ze zich niet lang met onderwijs bezighouden.
Ze schreef gedichten, toneelstukken, een oratorium en verhalend proza. Ze begon als dichteres met bundels zoals Een Klaverken uit ’s Levens Akker (1884), Bloemen en Bladeren (1886) en Nog een Klaverken (1894). Voor haar bundel Gedichten (1889) kreeg ze in 1890 de vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Poëzie. Met Maria E. Belpaire bundelde zij oorspronkelijke en vertaalde sprookjes en vertellingen in Wonderland (1894-9). Ook als prozaïste liet ze zich niet onbetuigd: Schetsen, Novellen en Vertellingen (1903, postuum) en de roman De Familie Schrikkel (1899). Ze schreef de libretto's voor Edgar Tinel's opera Godelieve (1892).[1]
Hilda Ram was tot aan haar dood redactielid van de tijdschriften Dietsche Warande en Het Belfort. Ze was een toonbeeld van de vrome, deugdzame Vlaamse vrouw en haar werken waren dan ook doordrongen van een katholieke levensbeschouwing. Hilda Ram zette zich ondanks dit ook in voor de ontluikende sociale vrouwenbeweging en voor de Vlaamse zaak. Ze overleed op 12 juli 1901.
| Bronnen, noten en/of referenties |