Hospitaalschip

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een hospitaalschip van de Amerikaanse marine
De Britannic, een van de meest bekende hospitaalschepen ter wereld

Een hospitaalschip is een drijvend hospitaal, meestal een voormalig passagiersschip, dat tijdens oorlogen op zee, werd opgevorderd door de marine om gewonden te laten verzorgen en herstellen tijdens de overtocht.

De meeste hospitaalschepen waren wit of lichtgrijs geschilderd en van hun oorspronkelijke passagiersschip-schildering ontdaan. Op de beide zijden waren grote rode kruisen geschilderd om de vijand kenbaar te maken dat het een hospitaalschip en eigenlijk een neutrale bodem was, wat door de vijand niet aangevallen diende te worden. Het voer zelfs Rode Kruisvlaggen en op het dek waren eveneens rode kruisen geschilderd voor de luchtmacht.

Aan boord van zulke hospitaalschepen werden gewonde soldaten, matrozen en vliegeniers aan boord gebracht voor een operatie en herstelling van hun opgelopen verwondingen. Daarna voer het schip naar een neutrale haven of een haven van hun land, waar ze aan land werden gebracht om daar in veiligheid te kunnen herstellen in hospitalen en ziekenhuizen.

Ook gesneuvelden werden met deze hospitaalschepen vervoerd en op het land begraven. Het kwam ook voor dat gevallenen op oorlogsschepen, als ze te ver van land verwijderd waren en met een missiepatrouille bezig waren, met alle militaire eer in zee begraven werden. Men had toen nog geen koelruimtes voor de gesneuvelden, zoals heden ten dage op de oorlogsbodems. Ondanks deze neutraliteit, opgelegd door de Conventie van Genève, werden sommige hospitaalschepen toch door bommen, torpedo's, of zeemijnen getroffen.

Zo'n catastrofaal "ongeluk" gebeurde onder andere met de 48.158 ton metende "Britannic". Enkele maanden voordat de Eerste Wereldoorlog uitbrak werd in februari 1914 de "Britannic", nog iets groter dan de "Titanic", in de vaart genomen. Toen de oorlog uitbrak, werd het schip door de Britse marine gevorderd en ingezet als hospitaalschip. Op 21 november 1916, op haar zesde tocht naar de Middellandse Zee, kwam de "Britannic" in de Egeïsche Zee tot zinken. Getroffen door een torpedo of een zeemijn, verdween het hospitaalschip binnen een uur onder water. Ongeveer 30 opvarenden verloren daarbij het leven.

Het eerste Engelse hospitaalschip dat getorpedeerd werd, was de Asturias op 21 maart 1917. Er waren geen patiënten aan boord, maar 43 man van de bemanning en de staf verdronken. Op 17 maart 1916 werd het Russische hospitaalschip Portugal getorpedeerd voor de kust van Turkije, waarbij 85 mensen om het leven kwamen.

Zie ook[bewerken]