Improvisatietheater

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Improvisatietheater (vaak afgekort tot improv of impro) is elke vorm van theater waarbij de spelers het verhaal, de personages en de dialogen ter plaatse verzinnen. Ze stappen dus de scène op met een beperkt aantal elementen (vaak suggesties uit het publiek) zoals de locatie waar de scène zich afspeelt, of het soort personage dat ze spelen, en improviseren de rest op het moment zelf. Improvisatievoorstellingen zijn vaak komisch, maar er zijn ook improvisatievormen die niet noodzakelijkerwijs humoristisch van opzet zijn.

Veel improvisatiespelers werken ook met script in niet-improvisatievoorstellingen en technieken uit de improv worden vaak ook in standaard theaterlessen aangeleerd. Awareness, luisteren, focus, vertrouwen en instinctief of spontaan handelen worden belangrijke vaardigheden voor alle typen acteurs geacht.

Sommige toneelgroepen kennen een traditie om aan een nieuwe theatervoorstelling te werken met behulp van improvisaties tijdens repetities. Omdat zij voor publiek echter niet meer improviseren, is dit een vorm van ‘schrijven’ van het stuk, en valt het niet onder improvisatietheater.

Geschiedenis[bewerken]

Improvisatietheater is zo oud als theater zelf, misschien zelfs nog ouder. Door de geschiedenis heen vinden we ook echt gecultiveerd improvisatietheater, zoals bij de Commedia dell'arte, waar een vaste verzameling personages met een traditioneel bepaald karakter vrijelijk improviseerde op de grote lijnen die in een summier scenario waren vastgelegd. Een aantal belangrijke grondleggers van het hedendaagse improvisatietheater zijn Keith Johnstone als het gaat om korte vormen (waaronder theatersport), Del Close als het gaat om lange vormen en Viola Spolin.

Korte vormen[bewerken]

De populaire kortevormimprov bestaat uit korte scènes die normaal gesproken gebaseerd zijn op een voorafgesproken spelvorm, structuur of idee en worden door de spelers uitgespeeld op basis van een door het publiek gegeven suggestie. De nadruk ligt vaak op het zo snel mogelijk bouwen van een verhaal. Vele korte vormen zijn ontwikkeld door Keith Johnstone en Viola Spolin en er bestaan verschillende scholen en formats. Naast de afgelijnde bestaande formats worden er heel veel tussenvormen en eigen spelletjes gespeeld (er kan worden geïmproviseerd op de vooraf bepaalde vorm) wat van dit type improvisatietheater een erg levend genre maakt.

Markant is dat een aantal van de bestaande formules door sportdisciplines zijn geïnspireerd: theatersport oorspronkelijk door pro wrestling[1], ComedySportz door een amalgaam aan Noord-Amerikaanse teamsporten. De in Franstalige gebieden gespeelde vorm van theatersport, Le Match d'Improvisation is zelfs een soort theatrale vertaling van een ijshockeymatch, met een speelvlak in de vorm van een (kleine) ijshockeyring, gekleurde hockeyshirts met nummers voor de teams, en een wit-zwart gestreepte trui voor de scheidsrechter. Het competitieve element dat in deze ‘sport’vormen naar voren komt, is vooral bedoeld om het publiek te amuseren. Competitiviteit tussen spelers werkt juist averechts voor de kwaliteit van de improvisatie. ‘Tegenstanders’ zullen in goede improvisatiematches dan ook regelmatig elkaar te hulp schieten om scènes te verrijken of te redden.

Opvallend is dat de meeste vormen die gespeeld worden bij kortevormimprov ooit zijn bedacht als oefening om improvisatievaardigheden aan te leren voor lange vormen, maar bleken genoeg amusementswaarde te hebben om ze ook voor publiek uit te voeren.

Lange vormen[bewerken]

Bij langevormimprov creëren acteurs een voorstelling waarin scènes vaak met elkaar verweven zijn door middel van het verhaal, de personages of thema's. Dit type voorstelling neemt vaak de vorm aan van een bestaande type theater, zoals een avondvullende theatervoorstelling of een musical. De meest bekende (en waarschijnlijk ook eerste) lange vorm is de Harold, ontwikkeld door Del Close.

Het verschil tussen korte en lange vormen is soms moeilijk te bepalen. Hiervoor geldt de 12 minutenregel: elke scène langer dan 12 minuten is een lange vorm.

Improvisatietheater in Nederland[bewerken]

In Nederland zijn momenteel de volgende vier stromingen het meest bekend.

  1. Keith Johnstone-vormen (korte vormen), zoals Theatersport, Gorilla Theatre en Micetro al heeft deze stroming zich, tot verdriet van Johnstone zelf, zich ontwikkeld tot light entertainment waarbij bizarre sketches en absurdisme de hoofdmoot zijn gaan vormen.
  2. Lange vormen, waarbij technieken uit de shortformimprov worden gecombineerd om avondvullende shows, meestal met doorlopende verhaallijnen te maken. Bij Long Form wordt meer dan bij shortform op een plot, drama en spanningsboog gemikt.
  3. De vloer op. Bij deze vorm, naar het gelijknamige, langlopende televisieprogramma van de Humanistische Omroep, krijgen ervaren acteurs een situatie voorgeschoteld die ze uit mogen spelen in vijf tot vijftien minuten. Nadruk bij deze vorm ligt op de acteurskwaliteiten.
  4. Stand-upcomedy. Een vorm waarbij één stand-upper (acteur) komische teksten afwisselt met improvisaties naar aanleiding van reacties uit het publiek. De nadruk bij deze vorm ligt op de grappen en wordt vaak ook niet gezien als een vorm van improvisatietheater.

Het bekende televisieprogramma De Lama's, gebaseerd op het uitermate succesvolle Amerikaans-Engelse televisieprogramma Whose Line Is It Anyway?, is in feite een kruising tussen stand-upcomedy en theatersport.

Midden jaren zeventig presenteerde Berend Boudewijn bij de KRO het programma "Improvisatie", waar acteurs als Elsje de Wijn en Piet Römer improvisatieopdrachten uitvoerden. Ze speelden in een realistisch decor en maakten gebruik van kledingstukken en rekwisieten, wat in de meeste huidige improvormen niet gebeurt.

In 1991 was bij de KRO het programma "Glad IJs" te zien, ook weer onder leiding van Berend Boudewijn. Dit keer voerde een zevental jonge acteurs (waaronder Ellemijn Veldhuijsen van Zanten, Bert Apeldoorn en Oda Spelbos) de opdrachten uit. Wat stijl betreft lag dit programma tussen De vloer op en De Lama's.

In 2006 was korte tijd op Talpa "Rauw" te zien, een geïmproviseerde sitcom. De spelers (onder andere Georgina Verbaan) kregen, tijdens het spelen van de scènes, via een oortje de opdrachten van presentator Harm Edens.

Improvisatietheater in België[bewerken]

In België zijn stand-up, shortform en longform populair, al wordt voor alle vormen bijna uitsluitend de term "improvisatietheater" gebruikt. Theatersport, dat vooral populair is in Noord-Europa, is er minder populair dan in Nederland, maar men kent er andere shortformvarianten, die ook populair zijn in Zuid-Europese landen, zoals ComedySportz van Dick Chudnow en Match d'Improvisation van Robert Gravel en Yvon Leduc

Improvisatie werd in België bekend onder meer door programma's als: Onvoorziene Omstandigheden, De Rederijkers, Godzijdank en recent nog met Spelen met uw Leven.

Bekende impro-spelers[bewerken]

Vlaanderen[bewerken]

Nederland[bewerken]

Professionele gezelschappen[bewerken]

Vlaanderen[bewerken]

Nederland[bewerken]

In Nederland zijn honderden amateurgezelschappen actief[2]. Daarnaast zijn volgende professionele gezelschappen in de theaters te zien:

Noten[bewerken]

  1. Interview Keith Johnstone door Guy MacPherson (The Comedy Couch, 11 juli 2007). Johnstone zegt tot het wedstrijdconcept geïnspireerd geraakt te zijn na het zien van een worstelwedtrijd.
  2. lijst van amateurgezelschappen Theatersport