Jean Calas

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
JeanCalas.jpg
De ontdekking van het lijk van Marc-Antoine Calas, 1761.
"De gruwelijke dood van Calas, geradbraakt in Toulouse, 9 maart 1762."

Jean Calas (1698 - Toulouse 10 maart 1762) was een koopman uit Toulouse. Hij werd het slachtoffer van godsdienstvervolging vanwege het feit dat hij protestant was. Hij staat symbool voor religieuze intolerantie in Frankrijk, samen met Jean-François de la Barre en Pierre-Paul Sirven.

Calas was, samen met zijn vrouw, protestant, terwijl in Frankrijk katholicisme de staatsgodsdienst was. Nadat de harde onderdrukking van het protestantisme, begonnen door koning Lodewijk XIV, wat was afgenomen, werden de protestanten over het algemeen getolereerd. Lodewijk, één van de zonen van Calas was tot het katholieke geloof bekeerd in 1756. In de nacht van 13 tot 14 oktober 1761 werd een andere zoon van Calas, Marc-Antoine, dood gevonden in zijn huis. Het gerucht ging dat Jean Calas hem had vermoord, omdat hij ook tot het katholicisme was bekeerd.
De familie beweerde eerst dat Marc-Antoine was gedood door een moordenaar, daarna verklaarden zij echter dat ze Marc-Antoine gevonden nadat hij zichzelf opgehangen had. Zelfmoord was een grote zonde in die tijd, zodat ze het verhaal van een moordenaar hadden gebruikt.
Op 9 maart 1762 veroordeelde het parlement van Toulouse Jean Calas ter dood door middel van radbraken. Een dag later, op 64-jarige leeftijd, stierf hij na gemarteld te zijn op het wiel, hevig protesterend dat hij onschuldig was.
Voltaire, die op de hoogte was gebracht van deze zaak, begon een campagne, in 1763, om de uitspraak van de rechtbank te herzien. Koning Lodewijk XV ontving de familie, en liet het arrest verbreken in 1764. De verontwaardigde Lodewijk XV zette de hoogste magistraat van Toulouse, de Capitoul, uit zijn ambt. Het proces werd herzien en Calas werd exact drie jaar later "niet schuldig" verklaard, op 9 maart 1765. Zijn weduwe ontving van de koning een ruim pensioen.

De zaak Calas wordt onterecht als wantoestand uit het Ancien Regime aangehaald. Als regel baseerde de rechtspraak zich toen uitsluitend op harde bewijzen en niet op de overtuiging van de rechters of een jury. Gerechtelijke dwalingen waren eerder uitzonderlijk, en in dit geval was de uitspraak een gevolg van gefabriceerde bewijzen (vier getuigenissen telden voor een bewijs - in het geval Calas erkenden de magistraten een aantal geruchten als getuigenis) en stemmingmakerij. De verontwaardiging van de koning, de snelle herziening, en het ontslag van de Capitoul zijn een indicatie dat er toen niet mals werd omgegaan met blunderende magistraten. De historicus Benoit Garneau vergelijkt het proces met de zaak-Outreau uit 2004, waar een blunderende magistraat verschillende onschuldigen jarenlang vasthield zonder bewijs. Onderzoeksrechter Burgeaud bleef daar evenwel in functie.

Externe links[bewerken]

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina In Connection with the Death of Jean Calas op Wikisource