Joodse zelfhaat

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Met het begrip Joodse zelfhaat wordt antisemitisme bij Joden aangeduid. Het begrip is in 1930 geïntroduceerd door Theodor Lessing in zijn boek Der Jüdische Selbsthass.

In de 18e eeuw ontstond in Duitsland het Reformjodendom, een stroming die de Thora zag als een door mensen geschreven boek. Deze beweging kwam in conflict met orthodoxe stromingen onder het Oost-Europese Jodendom. De onderlinge kritiek raakte vermengd met de traditionele Duitse afkeer van Oost-Europese joden.

Theodor Herzl gebruikte de term Joods antisemitisme. Hij bekritiseerde hiermee Joden uit de middenklasse die de emigratie van Oost-Europese Joden uit het proletariaat mogelijk maakten. Hij verweet hen dat hun enige doel was om deze Joden zo snel mogelijk kwijt te raken.

Sinds het ontstaan van de staat Israël wordt het verwijt van Joodse zelfhaat en Joods antisemitisme voornamelijk gebruikt tegen antizionistische, voornamelijk Charedische Joden, zoals de Neturei Karta.

Bronnen[bewerken]

  • Paul Reitter (2008), "Zionism and the Rhetoric of Jewish Self-Hatred", The Germanic Review 83(4)
  • Evelien Gans (2003), "De Joodse almacht. Hedendaags antisemitisme", Vrij Nederland, 29 november 2003