Kamertussenschot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Doorsnede van het hart met zichtbaar harttussenschot
Binnenste van de aan de rugzijde gelegen helft van het hart van een menselijk embryo van 35 dagen (het septum inferius)
Normaal echocardigram

Het kamertussenschot (ventrikelseptum, interventriculair septum, IVS) vormt een stevige afscheiding tussen de linkerventrikel en de rechterventrikel. Het harttussenschot loopt schuin naar achteren en naar rechts, het maakt een bocht met de convexiteit in de richting van de rechterventrikel; de randen komen overeen met de voorste en achterste sulci longitundinales. Tijdens de ontwikkeling wordt het kamertussenschot septum inferius genoemd.

Onderdelen[bewerken]

Het grootste deel van het harttussenschot is een onderdeel van de hartspier (musculaire deel). Het bovenste, achterste deel, dat het onderste deel van de aorta scheidt van het onderste deel van de rechterboezem en het bovenste deel van de rechterkamer, is dun en bestaat uit bindweefsel, dit deel heet het membraneuze deel” van het harttussenschot. Het harttussenschot wordt van zuurstofrijk bloed voorzien door de voorste interventriculaire tak van de linker kransslagader.

Geschiedenis[bewerken]

Bij veel diersoorten is het kamertussenschot of het boezemtussenschot niet volledig dicht. Op grond van onderzoek bij dieren leerde de Romeinse arts Galenus (130-200) dat dit bij de mens ook zo was. Pas na 1543 ontdekte Vesalius dat het harttussenschot bij de gezonde mens ondoorlaatbaar is.

Stoornissen[bewerken]

Bron[bewerken]

Dit bericht berust grotendeels op de Engelse Wikipedia dec 2010.