Kapitein Broos

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Kapitein Broos (1821-1880) was een Surinaams onafhankelijkheidsstrijder. Hij was de leider van het kamp van de zogeheten Bakabusi Nengre, oftewel de negers achter het bos.

De reden dat deze groep mensen zo heette, was dat zij leefden aan de andere kant van het bos dan de plantages waar velen van hen waren weggevlucht. Het kamp van Broos en zijn broer Kaliko (geboren in 1835) lag in de uitgestrekte moerassen aan de bovenloop van de Surnaukreek, een zijtak van de rivier Suriname. De Bakabusi Nengre hebben menigmaal strijd geleverd met de toenmalige blanke bezetters. Uiteindelijk werd de slavernij opgeheven, mede dankzij de geleverde strijd. Kapitein Broos is zodoende een bekende Surinaamse onafhankelijkheidsstrijder. Na de emancipatie vestigden deze Marrons zich op de verlaten plantage Roorak.

Overigens moet worden vermeld dat de Ndyuka reeds sinds 1760, honderd jaar voor de afschaffing van de slavernij, een vredesverdrag hadden met het bewind en daarmee vrij en onafhankelijk waren. Deze en andere groepen in het binnenland hadden geen vrijverklaring (1863), van welke Willem dan ook, nodig.

Er zijn drie families voortgekomen uit dit kamp, waarvan Babel en Landveld de grootste zijn. De familie Deekman bevat echter de meest directe afstammelingen.


Bronnen, noten en/of referenties
  • Wim S.M. Hoogbergen, Het kamp van Broos en Kaliko: de geschiedenis van een Afro-Surinaamse familie, ISBN 9053334483, Amsterdam: Prometheus, 1996.