Kees de jongen (boek)
Kees de jongen (1923) is de bekendste roman van de Nederlandse schrijver Theo Thijssen.
Inhoud |
[bewerken] Synopsis
Kees Bakels is een jongen die opgroeit in het Amsterdam van het einde van de 19e eeuw, als zoon van een schoenmaker. Het boek beschrijft de lagere-schooltijd van Kees, zijn eerste liefde (voor Rosa Overbeek) en zijn vriendschappen. Hij is ogenschijnlijk een gewone jongen aan het begin van de puberteit, al ziet hij zichzelf, zoals het hoort, als bijzonder. Die bijzonderheid uit zich vooralsnog echter vooral in zijn levendige fantasie. Over hoe alles zou kunnen gaan 'als'...
Hij ziet zichzelf in zijn fantasie als een 'jongen van stand', alhoewel uit het verhaal blijkt dat zijn ouders, als middenstanders, het zeker niet makkelijk hebben; zijn vader wordt ernstig ziek en Kees' fantasieën komen uiteindelijk tot niets als hij van school gaat om te gaan werken. De realiteit zet Kees, die misschien wel meer in zijn mars had gehad, de voet dwars, daar waar Theo Thijssen, ook een schoenmakerszoon, een beurs kreeg om door te leren.
[bewerken] Over het boek
Later maakte Thijssen duidelijk dat in zijn ogen eigenlijk ieder kind wel droomt dat zijn verborgen kwaliteiten worden ontdekt: vandaar de titel: 'Kees de jongen'.
Thijssen slaagde er in om van Kees een jongen te maken waarin iedereen eigen jeugdherinneringen en -opvattingen terugvindt. Thijssen heeft altijd ontkend dat het boek autobiografisch is, maar er zijn zeker raakvlakken terug te vinden met zijn autobiografie In de ochtend van het leven. Dat geldt in ieder geval voor de vroege dood van zijn vader, in 1890 en voor de Jordaan van zijn jeugd, ook het decor van de film Kees de jongen.
[bewerken]
Remco Campert laat in zijn boek Het leven is vurrukkulluk (1961) Kees, inmiddels verworden tot een haveloze grijsaard, nog eenmaal diens jeugdliefde Rosa Overbeek (inmiddels 'juffrouw van de retirade' in het Vondelpark) ontmoeten.
Gerben Hellinga bewerkte Kees de jongen in 1970 tot een toneelstuk, dat met veel succes werd opgevoerd. De rol van Kees werd daarin gespeeld door Wim van der Grijn en Hans Dagelet die respectievelijk de Kees-in-de-werkelijkheid en de Kees-in-diens-dagdromen vertolkten.
In 2003 werd Kees de jongen verfilmd door André van Duren. De hoofdrol werd vertolkt door Ruud Feltkamp.
In 2004 zingt Boudewijn de Groot over het latere leven van Kees in het nummer De zwembadpas op het album Het eiland in de verte.
In het boek 'De laatste held' van Rick de Leeuw wordt dit boek meermalen vermeld. De Leeuw maakt er geen geheim van zich verwant te voelen met Thijssens romanheld.
In 2011 brengt Frank Groothof, in samenwerking met De Kift en Kiki Heessels, Kees de Jongen, dé Rockopera. De Kift schreef de muziek en Harrie Geelen schreef het script en de liedteksten.
[bewerken] Canon van Amsterdam
- Kees de Jongen is venster nummer 30 van de Canon van Amsterdam.